Iedereen is zijn vriend. Tot het tegendeel bewezen is

redactie 21 jun 2018 Blogs

Loek, het gepensioneerde Raad van Bestuur-lid van Reed-Elsevier, wordt door hem Loeki genoemd. De moeder van mijn vrouw is oma. Zijn nieuwe vriend Daniel heet Dani. Het gemak waarmee onze 8-jarige pleegzoon zich na korte tijd al door de buurt beweegt is verbluffend. Zijn schaamteloze manier van vragen stellen is dat ook. Onze buren, homo, werden door hem verplicht uit te leggen waarom ze maar een bed hadden. (Tussendoor: later komt hij daarop terug en zegt hij dat hij er nog niet uit is of hij later met een man of een vrouw wil samenwonen.) Loeki werd bij het eerste bezoek onmiddellijk geconfronteerd met de vraag waarom er geen vrouw in huis was (˜dood').

Onze kleine zwarte man is een bruggenbouwer; hij komt bij mensen binnen waar ik nimmer binnen ben geweest. Als ik op het achterbalkon sta, dan zie ik hem in de tuin van de mensen die verderop wonen, is hij het konijn aan het bewonderen. Het leven in de buurt is door hem veranderd. Die openheid ontroert me. Iedereen is in principe zijn vriend. Als we met de tram reizen, zit hij binnen de kortste keren bij de bestuurder in het hokje en bestookt hij die met vragen. Ik vraag me af of dit eigen is aan kinderen. En zo ja, wanneer raken ze die instelling dan kwijt? Dit is mijn eerste ervaring met opvoeden, dus heb ik in de verste verte geen antwoorden. Ik weet ook niet of het normaal is dat een kind vanaf het moment van opstaan tot het moment van naar bed gaan ons bestookt met vragen. Als experiment telden we laatst een keer het aantal vragen dat hij stelde. Bij 118 hielden we op. Er was nog geen uur voorbij.

Hij is ook kleurenblind. Zwart, wit, groen, geel, het maakt hem niet uit welke kleur iemand heeft. Iedereen is zijn vriend tot het tegendeel bewezen is. De praktijk is ook altijd anders dan de theorie. Want om onverklaarbare redenen is hem aangepraat dat er iets mis is met Afrikanen in het algemeen (˜die hebben allemaal een kuifje) en Marokkanen in het bijzonder (˜die ruiken uit hun mond). Het weerhoudt hem er niet van om ook iedere Marokkaan en Afrikaan onmiddellijk als goede vriend in de armen te sluiten. Probleem van die naieve open blik is dat het ook tot een vorm van trouweloosheid leidt. Hij kan rustig zeggen dat hij ergens anders gaat wonen. Bij wie hij het naar zijn zin heeft, daar wil hij blijven. Waarschijnlijk logisch als je zijn geschiedenis bekijkt; hij heeft nooit ergens wortel kunnen schieten, nooit ergens lang mogen blijven. Dus gaat hij er ook nog steeds vanuit dat zijn verblijf bij ons ook tijdelijk is en dat wij op een gegeven moment weer genoeg van hem hebben.

We blijven benadrukken dat hij echt bij ons hoort, maar hij is er niet van overtuigd. ˜Mag ik dit meenemen als ik hier weg ga? is een terugkerende vraag. Ons antwoord is steevast: ˜Je gaat helemaal niet weg bij ons. Maar we zien aan hem dat hij zo zijn twijfels heeft. Overigens is zijn buurtgedrag niet boven alle kritiek verheven. Dat werd ons duidelijk op die ronduit bizarre avond toen Willem, de buurjongen, zijn verjaardag vierde.

Reageer op artikel:
Iedereen is zijn vriend. Tot het tegendeel bewezen is
Sluiten