Ik ben Yaël en Yaël dat ben ik!

redactie 21 jun 2018 Blogs

Voor een buitenstaander kan het lijken of Yaël zich niet ontwikkelt. En oppervlakkig bezien is dat ook zo. Twee jaar geleden kon ze niet praten en nu nog steeds niet. Het ziet er ook niet naar uit dat ze binnen afzienbare tijd wel gaat praten. Hetzelfde geldt voor veel andere dingen: Yaël droeg luiers, draagt luiers en zal ze nog wel een tijdje dragen. Al sinds ze vast voedsel eet, krijgt ze haar avondeten met een babylepel gevoerd, en dat zal nog wel even zo blijven.

Over een paar maanden heeft ze weer een IQ-test. Tijdens de vorige test, bijna anderhalf jaar geleden, heeft ze vooral naar de lampen aan het plafond gestaard. Ze reageerde niet op eenvoudige opdrachtjes als 'stop het blokje in de beker' en heeft tijdens de test alleen maar even met een rammelaar gezwaaid, het enige speelgoed dat ze 'begreep'. De conclusie was dat dit toen bijna 4-jarige meisje een ontwikkelingsleeftijd had van een baby van negen maanden en dat er sprake was van een ernstig verstoorde ontwikkeling. De volgende test zal wel niet veel beter uitvallen. Het lijkt me sterk dat ze nu ineens wel een blokje in een beker gaat doen.

Yaël is ernstig verstandelijk gehandicapt en haar ontwikkelingsmogelijkheden zijn zeer gering, zo luidt het oordeel van deskundigen. Een oordeel dat ik zeker onderschrijf: ik geloof dat Yaël altijd verzorging nodig zal hebben en nooit zelfstandig zal kunnen worden.

Maar er is ook een ander verhaal. Een verhaal waarin Yaël piepkleine stapjes maakt. Zich ontwikkelt. Groter en weerbaarder wordt. Zo hadden we nooit verwacht dat ons weekje Italië, waar ik in mijn vorige blog over schreef, zo'n succes zou worden. Wat, bij al het toegenomen begrip, vooral ook opviel, was dat ze zo duidelijk liet weten wat zij zélf wilde. Dat ze boos gromde als we haar uit het zwembad tilden of dat ze ongedurig stond te wachten bij het ligbad tot mama er eindelijk aankwam.

Of neem het stoute gedrag dat ze nu soms vertoont. Ook een teken van een groter begrip en vooral van de ontwikkeling van een eigen wil.

Deze ontwikkelingen waren de leidsters van Yaëls kinderdagcentrum ook opgevallen. Zo wil Yaël sinds kort niet meer aan de hand lopen tijdens de dagelijkse wandeling. Dit maakt ze duidelijk door venijnig in de hand van de leidster te knijpen. Op de tweejaarlijkse ouderbespreking vorige week jubelde de orthopedagoge toen ze deze vorderingen zo eens aangehoord had: 'Ik zie een sterke ik-ontwikkeling!'

Nu lijkt dat niet per se een positieve kwalificatie in deze tijd van hufterigheid, lange tenen en korte lontjes. Een tijd waarin iederéén een sterk ontwikkeld ik lijkt te hebben en waarin je soms zou verlangen naar wat zwakker ontwikkelde ikken. Maar voor verstandelijk gehandicapte kinderen ligt dat anders. Yaël begint een ik te ontwikkelen in de meest letterlijke zin van het woord: ze begint te beseffen dat ze iemand is, een persoon, een individu. Bij gehandicapten is dat besef, dat basale gevoel van iemand zijn vaak heel zwak. Philip Roth beschrijft dat heel mooi in zijn roman 'When she was good', waarin de verstandelijk gehandicapte volwassen vrouw Ginny, die tot dan toe bij haar broer gewoond heeft, naar een instelling moet omdat ze zich totaal vereenzelvigt met haar achternichtje. 'And why? Because she could not understand the most basic fact of human life, the fact that I am me and you are you.'

Een zin die me bijbleef, omdat hij zo precies formuleert waar het bij de Ginny's van deze wereld aan ontbreekt: het besef van een zelf en een idee dat je iemand bent.

Om dat besef te kweken, verrichten de leidsters van Yaëls klas een dagelijks ritueel. Elk kind heeft een eigen voorwerp, dat het, in de ochtendkring, vaak met hulp, uit een mandje pakt. Terwijl het kind zijn voorwerp vasthoudt, zingen de leidsters zijn of haar eigen spreuk. Als alle spreuken geweest zijn, leggen ze bij elk kind even zijn handje op zijn borst en zeggen ze, steeds met de naam van het kind: 'Ik ben Pietje en Pietje dat ben ik!' En zo hoort Yaël elke dag, terwijl ze haar handje op haar borst houdt: 'Ik ben Yaël en Yaël dat ben ik!'

De geliefde en ik vervangen de namen thuis voor de televisie vaak door die van mensen met een evident groot ego, wat dan heel lollig en megalomaan klinkt: 'Ik ben Maxime en Maxime dat ben ik!', 'Ik ben Gordon en Gordon dat ben ik!' Ook met de ik-ontwikkeling is het ongelijk verdeeld in de wereld.

Maar Yaël mag dan nog ver verwijderd zijn van een groot ego, ze is inmiddels wel een bescheiden ik. Ze kan dan misschien niet zelf haar rijmpje zeggen, ze weet inmiddels heus wel wie ze is: zij is Yaël en Yaël dat is zij. En dat is een enorme stap in haar ontwikkeling. 

Reageer op artikel:
Ik ben Yaël en Yaël dat ben ik!
Sluiten