‘Ik vind je nu precies goed’

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘Word ik later echt net zo groot als jij,’ vroeg Kleine Beer.
‘Ja, net zo groot,’ zei zijn moeder. ‘Maar van mij mag je nog wel eventjes klein blijven.’
‘Waarom dan?’ vroeg Kleine Beer.
‘Omdat je niet meer op mijn rug kunt zitten als je groot bent,’ zei Moeder Beer.

Ik wijs de tekeningen aan, terwijl ik Yaël haar eten voer. ‘Kijk, Kleine Beer zit op de rug van Moeder Beer.’ We naderen de ontknoping.

‘Als ik groot ben, mag je me nog steeds knuffelen hoor,’ zei Kleine Beer slaperig. ‘Maar mama, ik wil nog niet groot zijn.’
‘Dat is fijn,’ zei Moeder Beer, ‘want ik vind je nu precies goed.’
Kleine Beer ging lekker tegen de warme vacht van zijn moeder liggen en ze vielen samen in slaap in hun knusse hol.

Yaël zucht. Ze vindt het einde van ‘Grote Beer, Kleine Beer’ net zo mooi als ik.
‘Jij bent ook precies goed,’ zeg ik. ‘Mama vindt je precies goed zoals je bent.’
Ik meen het. Yaël is precies goed. Al mag ze van mij nog wel eventjes klein blijven. Zodat ik haar kan tillen en ze op mijn schoot kan zitten op onze knusse berenbank.

Maar ze blijft niet klein. Ze groeit als kool. Ze komt nu tot mijn boezem. Ik koop al maat 140 voor haar, wat best groot is voor een 6-jarige. Haar optillen is een vorm van bodybuilding. Met haar op mijn heup door de kamer lopen een soort bootcamp. En nu is ook al haar eerste melktand eruit.

Donderdag mailde Hanno, mijn man, me op mijn werk. Hij wilde Yaëls tandjes poetsen, maar ze keek een beetje angstig. Toen hoorde hij een knarsend geluid: ze was op haar melktandje aan het kauwen en haar mond zat vol bloed. Hanno legde zo goed mogelijk aan haar uit wat er aan de hand was. Dat haar kindertandjes eruit gingen en dat ze grotemensentanden kreeg.

Ik was opgewonden en aangedaan tegelijk. Trots op mijn grote meid, trots dat ze gewoon wisselde, net als normale kinderen. Maar aangedaan omdat het zo snel gaat en omdat het me verwart dat ze groot en klein tegelijk is. Klein in haar verstand, in haar begrip van de wereld, maar groot met een tandje eruit.

‘Het gaat zo snel,’ zucht ik tegen mijn moeder aan de telefoon. ‘Nog een paar jaar en dan krijgt ze al borsten. Dat lijkt me pas echt raar. Of als ze ongesteld wordt. Dat ze een puber wordt, met alle gevoelens die daarbij horen.’ Mijn moeder, altijd nogal rap met emoties, begint te huilen. Ze zegt dat ze het wreed vindt dat Yaël niet gewoon klein blijft. Zo klein als haar verstandelijke niveau. ‘Nou ja, dat zien we dan wel weer,’ stel ik haar gerust. Want als ik iets geleerd heb de afgelopen jaren is dat er niets te bedenken valt, van tevoren. En dat is al heel wat, voor iemand die zich graag zorgvuldig voorbereidt.

‘Dat worden slaande deuren als ze in de puberteit komt,’ zegt Hanno na het telefoongesprek. ‘Ze heeft jouw temperament, dat hebben we al kunnen vaststellen.’ Ik moet denken aan de kinderen van mijn collega-ouders. De puisterige zoon in zijn rolstoel, compleet met slab. De 16-jarige die fan is van K3, maar ook uitbundig tegen zijn moeder zegt dat hij ‘een lentegevoel heeft in zijn piemel’. De discussies op mijn forum over pubergerelateerde kwesties als masturbatie en de prikpil. ‘Dat zien we dan wel weer,’ zeg ik nog een keer, half tegen mezelf. Yaël komt op mijn schoot zitten. Ik hoop dat ik haar nog mag knuffelen als ze groot is. Maar van mij mag ze nog wel eventjes klein blijven.

Reageer op artikel:
‘Ik vind je nu precies goed’
Sluiten