Ik voel me vaak een apenmoeder

redactie 22 jun 2018 Blogs

Vanmorgen stond Yaël met een pluk haar in haar mond. Mijn haar. Dat had ze met haar tandjes uit mijn hoofd getrokken. En dat deed wel een beetje pijn.

Yaël is weinig zachtzinnig in haar aanrakingen. Bij het dagelijks terugkerende spel 'onderzoek mama' gebruikt ze alles. Ze trekt aan mijn haar, bijt in mijn lip, probeert haar vingers in mijn neusgaten te steken en het liefst zou ze een hele hand in mijn mond steken om aan mijn tanden te voelen. Want tanden hebben haar bijzondere interesse. Onder de douche heeft ze wel eens in mijn bil gebeten.

Met een paniekerig uitgesproken: 'Zachtjes, mama is ook een mens,' probeer ik het ruwe gedrag te corrigeren. Soms pak ik even stevig haar armpjes vast en zeg ik nadrukkelijk: 'Je mag mama wel kusjes geven, maar je mag niet bijten, want bijten doet pijn.' Dan lacht ze een beetje. Maar tien minuten later voel ik toch weer tandjes in mijn neus.

Het is oergedrag, het is zo primair als maar kan. Voelen, trekken, bijten. Kent u dat beeld van die aapjes, die op hun moeder zitten, in haar mond kijken, aan heur haar trekken en eindeloos aan haar plukken? Precies dat doet Yaël met mij.Het klinkt misschien respectloos, maar het is gedrag dat je ziet bij kleine aapjes, zoals bij deze kleine orang-oetan, www.youtube.com, of dit lieve gorillaatje www.youtube.com.

Waarschijnlijk valt het allemaal onder de noemer 'verken het materiaal'. Proeven, voelen, bijten. En welk materiaal is nu veiliger om te verkennen dan je hoogsteigen moeder?

Als het aan Yaël ligt, kan ze zomaar een hele middag op, bij en aan mama hangen. Wanneer ik me achter een krant verstop, slaat ze die weg. Daarna klimt ze op mama, alsof ik een klimrek ben. Ruw laat ze zich op mijn schoot vallen. Ze lacht naar me en geeft me een heel lief kusje met veel kwijl. Bied daar maar eens weerstand aan. En dan zie ik haar oogjes afdwalen naar mijn haar. Of haar vingertje naar mijn neus gaan. Ze lacht er schattig bij. Of ze begraaft haar hoofd in mijn boezem en begint dan te grommen. Ook dat is altijd een beetje oppassen, want ze wil wel eens een hapje nemen.

Soms wordt het me een beetje te veel, dat invasieve gedoe aan mijn lijf. Dan duw ik mijn kleine aapje weg, net als de gorillamoeder uit het tweede filmpje en dan zeg ik sikkeneurig: 'Ga nou eens even zelf spelen.' Dat doet ze dan vijf minuten, voor de vorm, en dan komt ze weer terug.

Ik voel me vaak een apenmoeder, zo'n moeder die altijd een kind aan haar vacht heeft hangen. Yaël eet me op, zo voelt het wel eens.

Van Hanno heb ik geleerd dat het niet erg is als ik haar af en toe wegduw en even wat ruimte voor mezelf opeis, om op adem te komen. 'Kijk maar,' zei hij toen ik hem de apenfilmpjes liet zien. 'Apenmoeders doen het ook, die duwen hun baby-aapjes soms ook weg. En die aapjes komen vanzelf weer terug.'

Nooit gedacht dat ik nog eens een voorbeeld zou nemen aan gorilla- en orang-oetanmoeders. 

Reageer op artikel:
Ik voel me vaak een apenmoeder
Sluiten