Ik wil gewoon haar moeder zijn

redactie 22 jun 2018 Blogs

‘Werken jullie volgens een bepaalde methode aan Yaëls ontwikkeling?’

De kinderpschychiater stelde een legitieme vraag: een beetje gehandicapt kind heeft een methode. Een methode die belooft dat het kind zich binnen zijn mogelijkheden optimaal zal ontwikkelen. Zo zijn er ouders die werken volgens de Floortime-methode, waarbij iedereen letterlijk op de vloer zit en ligt. Dan ken ik ouders die de Son Rise-methode omarmd hebben, ouders die helemaal into Feuerstein zijn, en kinderen die ‘ingetraind’ (zo heet dat echt!) worden volgens methodes met onheilspellende namen als PECS en TOTCOM.

‘Nou, mmmm.’ Ik moest even nadenken over deze vraag, omdat ik geen methode omarmd heb. Maar ‘nee’ zeggen was vast ook niet de bedoeling. Dus zei ik: ‘Onze begeleidsters werken losjes volgens de Floortime-methode. Ze zijn een paar keer gecoacht door de fysio en de logopediste. En mijn man en ik hebben een jaar of drie terug de Hanen-cursus gevolgd. Dat is een methode van een Canadese logopediste. Die lijkt een beetje op Floortime. En verder zijn Yaëls begeleidsters gewoon heel creatief.’

De psychiater kende goede verhalen over Son Rise. Ik had daar ook wel eens iets over gelezen, maar was gevallen over de typisch Amerikaanse claim dat met deze methode autisme te genezen was.

Ik hou geloof ik niet zo van methodes. Dat ligt niet helemaal aan de methodes: veel methodes zitten, eerlijk waar, goed in elkaar. Ze bieden handvatten om om te gaan met een kind dat zich niet normaal ontwikkelt, dat niet speelt zoals we dat gewend zijn en soms ook bijna niet communiceert. Maar ze spreken ook de onzekerheid aan van ouders die niet weten waar het heen gaat met hun kind. Die nog de hoop hebben dat in dit gehandicapte kind een schat aan mogelijkheden verborgen ligt. Mogelijkheden die de methode wel aan het licht zal brengen.

Veel methodes gaan bovendien uit van een kind met een niet al te grote verstandelijke beperking. Het leeuwendeel van de oefeningen uit het Hanen-boek is voor Yaël bijvoorbeeld veel te hoog gegrepen.

Dat neemt niet weg dat bijvoorbeeld de Hanen-cursus me wel inzichten gebracht heeft. Yaël tikte in die tijd heel veel met voorwerpen op de muur. Ik kreeg nauwelijks contact met haar. De cursusleidster deed me de suggestie om naast haar te gaan zitten en mee te gaan tikken. Misschien heel suf, maar daar was ik zelf nooit opgekomen. Ik tikte dus mee, Yaël keek me aan met een blik van: wat doet mama raar en we hadden contact.

Dat was dus nuttig. Maar ik kreeg van sommige adviezen ook de zenuwen. Zo voerde ik Yaël op een van de huisbezoeken bij de cursus een banaan. Nu was het de bedoeling dat Yaël steeds moest laten weten dat ze nog een stukje wilde, door een geluid of een handbeweging of wat dan ook. Dan zouden we haar met de banaan als lokaas dwingen te communiceren. Maar banaan of niet, Yaël communiceerde niet. Haar aandacht verslapte gewoon. Dus gaf ik toch maar het volgende stukje. En kreeg ik kritiek dat ik niet lang genoeg gewacht had.

Dit banaanscenario herhaalde zich nog een paar keer in verschillende situaties bij andere therapeuten. Ik maakte het Yaël te makkelijk. Ik moest haar meer uitdagen, zodat ze wel moest communiceren.

En op een ochtend waarop mijn humeur waarschijnlijk al niet zo puik was, had ik er genoeg van.

Zodra de therapeut de deur uit was dacht ik: ik ben haar moeder, ik wi­l niet alles zo bewust doen, ik wil niet nadenken bij elke hap die ik haar geef of elk liedje dat ik voor haar zing. Ik wil niet de hele tijd stilstaan bij haar ontwikkeling. Ik wil gewoon haar moeder zijn. Een moeder die een liedje zingt of een banaan voert.

Sindsdien heb ik mezelf grotendeels ontslagen van de plicht de hele tijd aan Yaëls ontwikkeling te werken. Als Yaël straks uit de bus komt, ga ik gewoon op de bank zitten. Dan komt ze vanzelf op mijn schoot zitten en dan praat ik wat tegen haar, over de dag. Of ik zing een liedje. Je zou het bijna normaal noemen.

Het werken aan haar ontwikkeling laat ik intussen graag over aan haar begeleidsters, op het kinderdagcentrum en thuis. Waarbij ik erop toezie dat dat met mate en met beleid gebeurt. Uitdagen mag geen pesten worden, vragen geen overvragen. En eten moet in de eerste plaats gewoon leuk zijn.

Reageer op artikel:
Ik wil gewoon haar moeder zijn
Sluiten