In de Nijntje-trolley zat een kletsnatte broek

redactie 21 jun 2018 Blogs

Als ik aan één woord een hekel heb, is het aan het woord 'loslaten', omdat het vaak niets betekent. Stel, u slaapt slecht omdat u zich zorgen maakt over uw baan die op de tocht staat, uw spijbelende zoon of uw dementerende moeder. U kiest iemand uit om uw zorgen mee te bespreken en wat zegt die persoon? 'Ah joh, laat het los.'

Ik vind dat onzin. Ik denk namelijk dat wij, mensen, onze zorgjes en zorgen eerst volledig moeten doorvoelen en overdenken en dat ze dan, misschien, een beetje minder worden. Afsnijden, de shortcut nemen naar een zorgeloos leven, kan helemaal niet. En trouwens, meestal bedoelt de 'laat het los'-zegger eigenlijk: val mij er niet mee lastig.

Onder ouders van gehandicapte kinderen gaat het vaak over loslaten. Wat wij moeten loslaten zijn niet de zorgen, maar letterlijk de zorg. Om de zorg voor onze kinderen vol te houden, moeten we die soms uit handen geven. En dan moeten we erop vertrouwen dat anderen dat ook heus wel kunnen – voor onze kwetsbare kinderen zorgen.

Ik was er niet zo goed in, maar ik kan het steeds beter, dat loslaten, met dank aan de toegewijde mensen die er vaak in de zorg werken. Maar het vertrouwen blijft broos: er hoeft maar iets mis te gaan of ik moet weer een paar treden terug op de loslaatladder. Vorige week kwam Yaël in een jurk met een maillot de bus uit. Ze had de nacht ervoor in het logeerhuis geslapen en was 's ochtends aansluitend naar de dagbesteding gegaan. De jurk en de maillot herkende ik: dat was de reserve-outfit van de dagbesteding. Dit moest even onderzocht worden. In Yaëls Nijntje-trolley zat, in een plastic zak, een kletsnatte broek en onderbroek. Alles stonk naar plas. In het schriftje las ik: 'Yaël had vanochtend geen luier aan en is toen doorgelekt. Wij hebben gebeld met het logeerhuis hoe dit kwam. Zij gaven aan dat dit door wisselingen kwam, miscommunicatie.'

Wisselingen. Vermoedelijk was het flexbeleid dat de instelling gedwongen door de 'divisie' voerde de boosdoener. Inwendig vervloekte ik weer eens de managers die denken dat je een zorginstelling op dezelfde manier kunt runnen als, zeg, een supermarkt. En ik vroeg me af hoe goed de vervangster eigenlijk was ingevoerd in Yaël. Als ze al niet wist dat Yaël overdag een luier droeg, had ze haar dan wel haar epilepsiemedicijnen gegeven? Had ze de benodigde trucjes toegepast om Yaël te laten eten? Waren Yaëls tanden gepoetst?

Door de natte broek had mijn vertrouwen in de zorg een butsje opgelopen. En vertrouwen is essentieel om te kunnen loslaten. Dus moest ik verder op onderzoek uit, bij de leidinggevende. Wat was er die ochtend gebeurd? Kon ze nagaan of Yaël haar medicijnen gekregen had?

Ze kon me geruststellen. Een beetje. Want ik zat toch nog met die plasbroek. Het zijn misschien grote woorden, maar ik vind dat een zeiknatte broek Yaëls waardigheid ondermijnt. Zoals die ieders waardigheid zou ondermijnen. En dat is een idee dat ik weiger los te laten.

Reageer op artikel:
In de Nijntje-trolley zat een kletsnatte broek
Sluiten