In het diepe?

Veel ouders zijn er als de kippen bij om hun kind zijn zwemdiploma te laten halen. Maar als het A- of B-diploma eenmaal binnen is, kun je dan je kind zonder zorgen achterlaten in het zwemparadijs of de zee?

ABC op zak

Gerard Kamp geeft al dertig jaar les aan kinderen in zijn Haarlemse zwemschool. Het zwembad dat hij bestiert is klein, het meet slechts 13,5 bij 7 meter. Ideaal, vindt hij, want zo hoeft hij niet hard te schreeuwen. Bovendien brengt het ‘huiskamergevoel’ met zich mee dat hij dicht bij de kinderen is en nauw hun verrichtingen kan volgen. Wekelijks geeft Kamp les aan ongeveer driehonderd kinderen, verdeeld in groepjes van twaalf of dertien jongens en meisjes.

De beginners in het zwembad van Gerard Kamp zijn meestal pas een jaar of vier, vijf oud. In tegenstelling tot vroeger, toen kinderen gemiddeld op hun zevende of achtste hun A-diploma behaalden. ‘Tegenwoordig verwachten ouders veel meer van hun kinderen en doen ze die het liefst zo vroeg mogelijk op zwemles,’ zegt hij. ‘Dat is ook handig als ze met vakantie gaan.’ Hoe minder ze ernaar om hoeven te kijken, hoe beter, lijkt het volgens hem. ‘Een kind van vijf dat zijn A-diploma nog niet heeft, wordt vaak met argusogen bekeken, alsof er iets met hem mis is.’

Vijf jaar beste leeftijd

Natuurlijk, in een waterrijk land als Nederland liggen ongelukken in slootjes, vijvers en plassen op de loer. Toch raadt Kamp ouders af te vroeg met zwemles te beginnen; vanaf 5 jaar is de beste leeftijd. Dan zitten ze op de basisschool, zijn ze al gewend om naar een leerkracht te luisteren en opdrachten uit te voeren en kunnen ze zich beter concentreren. Bovendien zijn de motoriek en spierkracht op die leeftijd voldoende ontwikkeld om oefeningen in het water aan te kunnen.

‘De maanden die een kind vóór zijn vijfde op zwemles zit, kun je er dubbel bij optellen. Vanaf 5 jaar leert een kind gewoon veel sneller zwemmen, en heeft het gemiddeld binnen één schooljaar zijn A-diploma.’

Eén schooljaar: dat duurt sommige ouders te lang. En dus doen ze hun kind liever op een stoomcursus: drie maanden lang elke week een paar uur achter elkaar. Maar daar is Kamp op z’n zachtst gezegd geen voorstander van. ‘Hoewel ik begrijp dat het voor veel hardwerkende ouders handig is snel van die zwemles af te zijn, heeft een kind er geen enkele baat bij om het halve weekend in het water te liggen. Het is enorm uitputtend en er is te weinig ruimte om de behaalde vaardigheden ook te behouden. Oefenen kost nu eenmaal tijd. En tenslotte beneemt het een kind alle plezier in zwemmen. En dat is misschien nog wel het allerbelangrijkste.’

Strengere eisen

En dan heeft een kind zijn A; is het dan ook veilig in het water? Volgens Gerard Kamp zijn de relatief nieuwe eisen voor de zwemdiploma’s, die een aantal jaar geleden werden ingevoerd, een grote vooruitgang. ‘Er wordt nu meer van kinderen verwacht. De opdrachten bij het zwemexamen zijn uitgebreider en ze moeten eerst helemaal watervrij zijn – geen angst voor water meer hebben – voor ze aan dat examen kunnen beginnen. Vroeger was dat wel anders, toen kon je bij wijze van spreken met droge haren je diploma halen. Dat zei dus helemaal niets over de vaardigheden van een kind.’ Volgens hem kun je er dus van uitgaan dat een kind met zijn A en zeker met zijn B echt goed kan zwemmen. ‘Een kind met diploma A is door de degelijke lessen gewend aan het water. En dat geldt natuurlijk helemaal voor kinderen met B- of C.’

Blijven oefenen

Natuurlijk is zwemmen in een woeste zee nooit een goed idee, maar vanaf het A-diploma kunnen kinderen met een gerust hart mee naar zwembadpartijtjes, meent Kamp. Mits de ouders of begeleiders een oogje in het zeil houden natuurlijk, maar dat vindt hij niet meer dan logisch. ‘Het is natuurlijk niet de bedoeling om het diploma op de schoorsteenmantel te zetten en dan achterover te leunen. Zeker kinderen met een A-diploma zijn vaak nog zulke kwetsbare ukkies.’

Altijd opletten dus, en oefenen, oefenen, oefenen, is zijn advies. ‘Vooral als het diploma in het najaar behaald is en het buitenzwemseizoen nog ver in het verschiet ligt, is het erg belangrijk regelmatig te zwemmen. Bij kinderen van 5 beklijft de vaardigheid minder dan bij zeven- of achtjarigen. Bovendien kan been- en armcoördinatie nog behoorlijk veranderen. Blijven zwemmen is daarom een must.’

Dit betekenen de vlaggen aan zee

Blauw: het strand is schoon en veilig.
Groen: baden en zwemmen is toegestaan.
Rood met blauwe driehoek: baden en zwemmen is toegestaan, maar gebruik van drijvende voorwerpen (bootjes, ?luchtbedden) niet.
Rood: zwemmen is verboden.
Geel: baden en zwemmen is gevaarlijk (meestal door weersomstandigheden).
Vlag met vraagteken: kind gevonden of vermist.

Eisen voor diploma A

In gewone kleding met een voetsprong te water; 15 seconden watertrappen; 12,5 meter schoolslag; onder een lijn door duiken en een halve draai om de lengteas maken; 12,5 meter enkelvoudige rugslag zwemmen.

In badpak met een voetsprong te water; zich onder water kunnen oriënteren; 3 meter onder water zwemmen; door een gat in een zeil over het water boven komen; 50 meter schoolslag en 50 meter enkelvoudige rugslag; drijven op de borst en rug; 8 meter beginners-borstcrawl; 60 seconden watertrappen waarbij twee keer een hele draai om de lengteas gemaakt wordt.

Eisen voor diploma B

In gewone kleding met een voetsprong te water; een halve draai om de lengteas maken; 30 seconden watertrappen; 25 meter schoolslag; onder een vlot door zwemmen; een hele draai om de lengteas maken, 25 meter enkelvoudige rugslag zwemmen.

In badpak met een kopsprong te water; zich onder water kunnen oriënteren; 6 meter onder water zwemmen; door een gat in een zeil over het water boven komen; 75 meter schoolslag, waarbij het kind 3 keer met de voeten naar beneden tot de bodem moet zakken; 75 meter enkelvoudige rugslag; drijven op de borst en rug; 10 meter borstcrawl en 10 meter rugcrawl; 30 seconden watertrappen met armen en benen en 30 seconden met alleen de benen.

Eisen voor diploma C

In gewone kleding met een rol voorover te water; 30 seconden watertrappen en 30 seconden drijven; 50 meter schoolslag; onder een vlot door zwemmen en eroverheen klimmen; 50 meter enkelvoudige rugslag.

In badpak met een kopsprong te water; zich onder water kunnen oriënteren; 9 meter onder water zwemmen; door een gat in een zeil over het water boven komen; 125 meter schoolslag waarbij twee keer een koprol voorover gemaakt wordt en twee keer met het hoofd naar de bodem wordt gedoken; 100 meter enkelvoudige rugslag; drijven op borst en rug; 15 meter borstcrawl en 15 meter rugcrawl; 30 seconden watertrappen met armen en benen en 30 seconden verticaal drijven met gebruik van de armen.

Meer info:

Nationale Raad Zwemdiploma’s / Nationaal Platform Zwembaden: www.npz-nrz.nl
Zwemschool Kamp, Haarlem, tel. 023-531 37 40

Reageer op artikel:
In het diepe?
Sluiten