Meer blogs

redactie 21 jun 2018 Blogs

Dinsdag stond er een ouderavond gepland op de school van Koekie, onze 11-jarige pleegzoon. Er viel nogal wat uit te leggen, zoals ik vorige keer al schreef. De vaste juf was op dag drie al gesneuveld en de reservejuffen volgden elkaar in hoog tempo op; vervangers werden vervangen door vervangers, vervangers werden ziek, van die dingen. De situatie in groep 5/6 was daardoor redelijk explosief geworden.

En, zoals alle volgers van deze blog inmiddels wel weten: daar waar explosiegevaar is, staat Koekie vooraan.

’s Middags kreeg mijn vrouw een telefoontje van school. Of ze ervoor kon zorgen dat ik niet zoals de rest van de ouders om half acht aanwezig wilde zijn, maar een half uur eerder. Koekie had ’s ochtends een klasgenoot, D., geslagen en ’s middags de juf.

Nou raken mijn vrouw en ik zelden nog van wat dan ook onder de indruk, want we hebben waarlijk alles al met Koekie meegemaakt. Dus ook nu dachten we dat het allemaal wel mee zou vallen. Hij is zelden agressief en als hij dat wel is, dan heeft-ie daar meestal een reden voor. Voordat ik afreisde naar school, kon ik hem nog even ondervragen.

‘D. probeerde me uit het klimrek te duwen en toen werd ik boos,’ zei hij rustig.
‘Oké,’ zei ik, ‘begrijpelijk.’
‘En de juf raakte ik per ongeluk. Ik was woedend, draaide me om, zwaaide met de armen en raakte haar,’ zei hij bedaard.
‘Oké,’ zei ik, ‘klinkt als niet erg.’

‘En een meisje, niet uit mijn klas, zei: “Alle negers zijn poep”,’ gooide hij ongevraagd in de strijd.
‘Maar die heb je niet geslagen?’ vroeg ik.
‘Nee,’ zei hij.
‘Goed zo,’ zei ik, ‘meisjes sla je niet.’

Hij had nergens spijt van, was nog wel boos over iets. Namelijk dat D., na de vechtpartij met Koekie, wel zijn moeder mocht bellen en hij niet. ‘Dat is toch niet eerlijk!’ riep hij uit.

Die avond had ik op school een goed gesprek. Er was volop begrip voor Koekie, dat hij net als de andere kinderen onrustig werd van de hele situatie, dat hij soms de kluts kwijt raakte. ‘Nou, het roept nogal wat herinneringen op aan zijn eigen leven,’ probeerde ik het een en ander te verklaren. ‘Juffen die steeds wisselen is hetzelfde als gezinnen waar hij steeds weggestuurd of weggehaald is.’

Een van de twee aanwezige juffen vertelde dat ze een les hadden gehad over nomaden en dat Koekie toen zei: ‘Ik ben eigenlijk ook een nomade.’ Ze had moeite gehad haar tranen binnen te houden. Ik had dat nu ook.

Ik benadrukte nogmaals dat Koekie, hoe dan ook, echt een goede jongen is. Ik zei ook dat ik me soms best kan voorstellen dat hij, of een ander kind, erop los slaat. ‘Kinderen vechten nu eenmaal,’ zei ik. Bewust zei ik er maar niet bij dat ik vroeger een gemiddelde had van drie vechtpartijen per week. Ik zei wel dat ik hem leerde van zich af te bijten. ‘Er zijn nu eenmaal zaken die je niet kunt pikken.’ Maar goed, als hij bewust de juf zou hebben geslagen, dan praatte ik dat niet goed. En natuurlijk had ik liever dat hij ruzies met woorden probeerde op te lossen, maar dat was nou eenmaal niet zijn kracht.

We concludeerden dat het wachten was op eind oktober wanneer de nieuwe permanente juf zou aantreden. Nadat ik die avond met haar kennis had gemaakt, was ik behoorlijk opgetogen. Dat zou wel goed komen, concludeerde ik.

Maar tot op dat moment zal het nog even behelpen zijn.
En voorlopig maken we er thuis vooral grapjes over. ‘Nog iemand in elkaar geslagen vandaag, Koekmans?’ vragen we hem. ‘Niet grappig,’ is dan meestal zijn antwoord.

PS: volgende keer het beloofde verslag van Koekie’s ontmoeting met zijn moeder

Reageer op artikel:
Meer blogs
Sluiten