Is ze een goede moeder?

redactie 21 jun 2018 Blogs

Een paar weken geleden schreef mijn oud-studiegenootje Roos Schlikker het stuk ‘Te veel verwennen is vorm van verwaarlozing’ in Het Parool. Ze sneed een thema aan dat volgens mij nogal leeft op dit moment: ouders durven hun kinderen tegenwoordig onvoldoende op hun bek te laten gaan, om het even cru te zeggen. Ze willen hun lieve kroost beschermen tegen zowat alles, tot het klimrek (gevaarlijk!) en de zandbak (vies!) in de speeltuin aan toe. Dat leidt ertoe dat er een generatie onzekere en angstige kinderen opgroeit die niet met frustraties kan omgaan: hun ouders hebben ze altijd zo veel mogelijk voor mislukkingen behoed.

Ik vond het een interessant onderwerp en Roos had het verhaal met haar gebruikelijke geestigheid opgeschreven. Omdat heel veel normale opvoednormen niet van toepassing zijn op Yaël – wat je niet begrijpt kun je ook niet leren – las ik het artikel als veilige buitenstaander.

Toch was er één passage die mij stak. Een collega-moeder vraagt Roos in het park kritisch-empathisch: 'Zo'n druk kind, daar zal je wel helemaal gek van worden.' Roos interpreteert de opmerking, zoals vrouwen dat altijd doen, en denkt: 'Ze zal toch niet denken dat ik hem niet goed opvoed?' Maar dan ziet ze het 'hoopje apathie' in de wandelwagen van de collega-moeder. En is het haar beurt om kritisch te zijn. 'Loopt-ie nog niet?' vraagt ze. 'Jawel hoor,' antwoordt de collega-moeder, maar 'Jobje is een beetje moe'. De anekdote is de opmaat tot het verwende-kinderen-betoog. Wie, vraagt Roos zich af, heeft hier nu een opvoedprobleem? 

Nu heb ik, in Yaëls eerste levensjaren, héél vaak die vraag gekregen: 'Loopt ze nog niet?' Nee, ze liep nog niet. Ja, dat kon, ook al was ze al bijna 2. De volhardende types gaven me dan ook nog ongevraagd advies: misschien moest ik meer oefenen? Ook later, toen Yaël wel liep, maar vanwege overprikkeling nog vaak in de buggy zat, bleef de vraag komen. Pas toen we een aangepaste reuzenbuggy hadden hielden de moeders – het waren altijd moeders – eindelijk hun mond.

Dus ja, dat was een hoogstpersoonlijk gevoelig plekje van mij. Maar los daarvan: blijkbaar is het niet vreemd als moeders in de speeltuin kritische vragen stellen over elkaars kinderen. En blijkbaar wordt de vraag 'loopt-ie nog niet' ook als normaal beschouwd.

Ik vind dat gek. Natuurlijk, ik snap heus wel dat je geen artikel over zo'n onderwerp kunt schrijven zonder de opvoedmethodes van jezelf en de ander onder de loep te nemen. Maar zo'n in mijn ogen toch wel bemoeizuchtig dialoogje is onder moeders van gezonde kinderen dus normaal.

Toen ik zeven jaar geleden moeder werd, viel me iets op wat ik daarvoor niet zo scherp zag: er is geen enkel levensgebied waarin vrouwen elkaar zo stevig de maat nemen als het moederschap. De kritische blikken die vrouwen soms werpen op andervrouws uiterlijk, liefdesleven, carrière, het verbleekt allemaal bij de grote maat der dingen: is ze een goede moeder? Naar mijn idee wordt de hele discussie over werkende vrouwen ook vervuild door deze moederschapsmaat. Die discussie cirkelt steeds maar naar dat ene punt: het moederschap. Toen ik net moeder geworden was, zeiden voorheen bruisende vrouwen ineens dingen tegen me als: 'Die kinderen van Femke, die rennen om acht uur ’s avonds nog door het huis!' Of: 'Esther brengt haar kind ook naar de crèche als ze een dagje gaat winkelen.' De uitspraken gingen vergezeld met een blik van 'erg hè'. Ik had dan zin om te zeggen: 'Boeiuh!', maar dat vond ik ook weer zo'n statement.

Gelukkig duurde de maatneemfase maar kort: Yaëls ontwikkeling boog al snel af en daarmee was ik niet langer partij in dat gedoe. Nu ben ik in veel opzichten dus toeschouwer. En als toeschouwer ben ik het helemaal eens met J/M-hoofdredacteur Evert de Vos. In het voorwoord van de nieuwe J/M citeert hij instemmend ontwikkelingspsycholoog Steven Pont: 'Opvoeden is een zoektocht. Niemand bewandelt een recht pad, ook ik niet.' 

Reageer op artikel:
Is ze een goede moeder?
Sluiten