‘Je moet wel wat beter je best doen’

redactie 22 jun 2018 Blogs

Yaël heeft weer eens groots een test verknald. In het 'zorgplan' van haar instelling zag ik de ontluisterende uitslag. Met haar grove motoriek scoorde ze 21 maanden – wat wil zeggen dat ze in dat opzicht het niveau heeft van een kind van 21 maanden – haar fijne motoriek zat op 10 maanden, emotioneel is ze een baby van 9 maanden, sociaal ook 9 maanden, in haar taalbegrip 7 maanden en in haar taaluitingen ook 7 maanden.

Ik heb haar meteen streng toegesproken. Gezegd: 'Je moet wel wat beter je best doen, anders kom je echt niet verder in het leven.'

Voor u nu gaat reageren: dit was een grapje (soms zeg ik het er maar even bij hè). Ik heb natuurlijk niets tegen haar gezegd over die uitslag. Maar ik was er wel behoorlijk door van slag, ook al weet ik dat Yaël nog dezelfde Yaël is als voor de test. Het staat er alleen zo hard, op papier, het is zo duidelijk dat mijn kind toch wel een beetje een hopeloos geval is.

Ik voelde me een paar dagen lang zo'n Idols-moeder. Zo'n moeder die als enige op aarde vindt dat haar spruit mooi kan zingen en die zich door niets en niemand van dat oordeel af laat brengen. Ik geloof namelijk in Yaël. Natuurlijk geloof ik niet dat ze intelligent is, of zelfs maar een beetje intelligent; ik ben volledig doordrongen van de ernst van haar beperkingen, althans, dat denk ik. Maar ik geloof wel dat ze meer van de wereld begrijpt dan de test impliceert.

Cognitieve dissonantie heet dat toch?

Ik heb, toen Yaël jonger was, een paar keer bij een niveautest gezeten, in het ziekenhuis. Yaël moest dan naast mij aan een tafel zitten, tegenover twee dames. Eentje nam de test af, eentje schreef. Voor ons op tafel lagen spullen: een plastic bekertje, een blokje en nog wat dingen. Yaël was vooral in beslag genomen door de lichtjes boven haar. De opdracht, stop het blokje in de beker, ontging haar. Toen ik het bekertje en het blokje dan maar in haar handjes drukte, liet ze het bekertje op de grond vallen en stopte ze het blokje in haar mond. Aan de overkant van de tafel werd driftig geschreven.

Bij elke test doorstond ik hetzelfde scala aan emoties. Verdriet, omdat zo pijnlijk was blootgelegd dat mijn kind niets kon. Onzekerheid, omdat ik in die beginjaren nog dacht dat de specialisten misschien dachten dat het op een of andere manier aan mij, de moeder, lag. En, als de testuitslag eenmaal binnen was, ook verontwaardiging: hoe konden zulke absolute uitspraken gedaan worden op grond van een gestandaardiseerde test die was afgenomen in een klinische omgeving?

Die verontwaardiging was natuurlijk deels ingegeven door mijn verdriet en onzekerheid. Ik snap ook wel dat Yaëls niveau op de een of andere manier objectief moet worden vastgesteld, ook al kan dat bijna niet. Zo'n test is nu eenmaal geloofwaardiger dan het verhaal van een moeder.

Reageer op artikel:
‘Je moet wel wat beter je best doen’
Sluiten