Goede manieren: ‘Je weet toch wel hoe het heurt?!’

redactie 19 jun 2018 Gedrag

Hoe breng je je kind goede manieren bij? Je kind komt een kamer vol onbekenden binnen en dan… Geeft hij iedereen mompelend een slap handje of schalt er een oorverdovend ‘Hallóóó!’ door de ruimte? Het oefenen van zulke situaties geeft je kind zelfvertrouwen.

“Hebben jullie weleens van non-verbale communicatie gehoord?”, vraag ik mijn oudste twee zonen (11 en 14). Zij zitten onderuitgezakt een beetje halfslachtig in het eten te prikken waar ik net drie kwartier voor in de keuken heb gestaan. Hun vork houden ze losjes vast, tussen alleen duim en wijsvinger en helemaal aan het uiteinde van de steel. “Non-verbale wàt?” Nee dus. Ik zak onderuit, pak mijn vork op dezelfde manier vast, laat hem een paar keer lusteloos opwippen uit mijn aardappel en kijk ze aan. De boodschap is duidelijk. “Oh ja, huhuh.”

Ik had het heerlijk gevonden als mijn ouders mij dit soort duidelijke instructies hadden gegeven. Dus niet een plotselinge dwingende je-wéét-toch-wel-hoe-het-hoort?!- blik als je vergat hun kennis een hand te geven. Maar gewoon: hoe geef je een goede hand? Wanneer is dat wel nodig en wanneer niet? Wat doe je als je op een klein feestje komt? Ga je dan bij iedereen langs en vertel je steeds weer je vóór- en achternaam, of steek je luchtig je hand op en roep je vrolijk: 'Hallo'?

Lichaamshouding

Ook belangrijk: wat vertelt je lichaamshouding? Ooit heeft een mensendiecktherapeut mij heel duidelijk laten zien én voelen wat het effect is als je je schouders naar beneden laat zakken en je hoofd recht op je nek zet in plaats van tien centimeter daarvoor. “Dan lopen ze niet meer zomaar bij je binnen”, sprak ze vrolijk. En inderdaad, je straalt iets zelfverzekerds uit en je stelt je niet voor álles open.

Juist dit soort details – die verder gaan dan 'En wat zeg je dan tegen de moeder van Bram? Precies: bedankt voor het spelen' – zou je kinderen explicieter moeten bijbrengen. Zeker in een tijd waarin regels en etiquette zogenáamd niet zo heel belangrijk meer zijn, maar in de praktijk wel degelijk een groot deel van je succes bepalen. Zo bleek uit een proefschrift van Mick Matthys (docent aan de Universiteit Utrecht) dat arbeiderskinderen met een academische opleiding minder makkelijk carrière maken dan kinderen van wie de ouders ook gestudeerd hebben. Dat zou voornamelijk komen doordat zij diverse sociale codes niet beheersen. Hoe je je bestek vasthoudt bijvoorbeeld. Of hoe je een luchtig praatje maakt met iemand.

Ik vroeg laatst aan mijn 11-jarige zoon of hij het moeilijk vond om met grote mensen te praten. Zelf vond ik dat indertijd heel ellendig en ik verschool mij graag achter mijn oudere zus. Hij zei dat hij het vooral vervelend vond als mensen hem van die routinevragen stelden over hoe het op school was enzo. Hij wist dan niet zo goed wat hij moest zeggen. “Grote mensen moeten ook steeds aan elkaar vertellen wat ze allemaal gedaan hebben. Dat vind ik altijd zó saai!” Ik moest op dat moment vooral erg lachen om zijn observatie, maar het was natuurlijk een uitgelezen moment geweest om hem iets bij te brengen over het belang van smalltalk. Want hij is niet het enige kind dat hier moeite mee heeft.

Praten

“Ik ben een meisje van 12 en zit net in de brugklas. Mensen die ik ken, bijvoorbeeld ouders van vriendinnetjes van mijn zusje, vragen allemaal: 'En, hoe is het in de eerste klas?'. Ik vind dat irritant omdat ik de hele tijd hetzelfde moet zeggen. Hoe kan ik hier het best op reageren? Vragen wat het die persoon kan schelen? Of gewoon zeggen dat het leuk is?” Etiquette-goeroe Beatrijs Ritsema legde het meisje in haar vaste rubriek in dagblad Trouw uit dat je niet zo moeilijk moet doen over dit soort onbenullige vragen. Want nee, mensen zijn inderdaad niet echt geïnteresseerd in het antwoord, maar ze stellen de vraag gewoon om aardig te zijn of om je de indruk te geven dat jij de moeite waard bent om tegen te praten. Een kort, eenvoudig antwoord volstaat dus op zo'n moment. En dat was natuurlijk wat ik ook aan mijn zoon had moeten vertellen.

Ik heb me nu voorgenomen om vaker dit soort onderwerpen ter sprake te brengen. Dus als een van mijn jongens jarig is, en ik merk dat geen van zijn vriendjes zijn oma een hand komt geven, dan zet ik dit onderwerp op het conversatiemenu: 'Weten jullie eigenlijk wat je moet doen als je op een verjaardag van een vriendje komt, en er zitten meerdere volwassenen in de kamer?'. Want wat je wél moet doen in zo'n situatie, daar hebben we het nooit zo expliciet over gehad. Het is voor mij namelijk heel vanzelfsprekend. En dat is precies waarom het er uiteindelijk toch nog vaak op uitdraait dat ik, met net zo'n priemende blik als die van mijn ouders, probeer af te dwingen dat mijn kind doet wat ik hoop.

Manieren geven zelfvertrouwen

Goede manieren zijn geen doel op zich, maar een hulpmiddel in de sociale omgang. Hoe beter je kind weet hoe hij zich in verschillende situaties moet gedragen, hoe minder ongemakkelijk of verlegen hij zich zal voelen.

Het helpt je kind dus enorm als je hem leert:

  • met mes en vork te eten en niet te smakken of met volle mond te praten
  • hoe hij zich moet voorstellen aan onbekenden
  • ouderen en relatief onbekenden aan te spreken met ‘u’
  • anderen te groeten als hij binnenkomt en weer weggaat
  • hoe hij kort en vriendelijk kan reageren op standaard vragen (‘Hoe gaat het op school/voetbal?’)
  • interesse te tonen in anderen
  • rekening te houden met anderen
  • te bedanken voor hulp, iets lekkers, een cadeautje et cetera
Reageer op artikel:
Goede manieren: ‘Je weet toch wel hoe het heurt?!’
Sluiten