Kajk! Haj hep feler als maj!

Soms zijn er van die dagen. Dagen waarop je je groen en geel ergert aan onbenulligheden. Op die dagen vind ik mezelf een naar mens. Zo bezocht ik een tijdje geleden een peuterspeelzaal waar de leidster voortdurend dingen tegen de kinderen zei als: ˜En nu gaan ik jullie een boekje voorlezen! en ˜Kom maar effe bij mijn zitten. Lekker belangrijk, denkt u misschien. Maar ik ergerde me eraan. En aangezien ik voor verbetering van het taalonderwijs naar deze peuterzaal gestuurd was, moest ik er toch een opmerking over maken: ˜Ehh  nog een dingetje: je zegt ˜mijn, maar je bedoelt mij, toch? Ze keek beteuterd. Had ze zo'n goede les gegeven, moest ik toch nog even mierenneuken over dat wat ze haar hele leven al zei, waar niemand haar ooit eerder mee lastig gevallen had en waarvan ze zelf niet eens wist dat ze het deed.

Even later woonde ik een taalles bij in groep 4.  Deze juf legde uit dat je soms een klank hoort die je niet leest. Zoals bij het woord ˜vork: Je leest ˜vork, maar je zegt ˜vorruk of ˜vorrek. Hetzelfde gold voor merk, kerk en hark – volgens de juf. En voor woorden als ˜zelf. (Je leest ˜zelf, maar zegt ˜zelluf of ˜zellef.)

Ik fronste mijn wenkbrauwen. Wat was ze nu aan het verkondigen? Misschien had ik het niet goed gehoord? Jawel, ik had het goed gehoord. De klas herhaalde het in koor: vorruk, merrek, kerrek, harruk “heel goed-. Bij ieder woord tikte ze met haar aanwijsstok tegen het bord. Zou het iets zijn wat ze zelf had bedacht? Of zelf altijd zo had gezegd? Ze leek me een echte Amsterdamse, en een Amsterdammer zou een woord als ˜vork inderdaad als ˜vorruk uit kunnen spreken. Ik vroeg naar de lesbeschrijving en tot mijn stomme verbazing had de uitgever inderdaad een hele les gewijd aan de spelling van bovengenoemde woorden, om de reden die de juf zojuist had gegeven. Nu was het einde echt zoek. Als de methode zelfs geen ABN meer hanteerde, dan wist ik het ook niet meer.

Grimmig ging ik die dag naar huis. Mijn dochter omhelsde me toen ze me zag. ˜Mama, de juf hep ons vandaag een nieuw liedje geleerd. Ze haalde diep adem om in te zetten. ˜Wat zei je, Nuschka? ˜De juf HEP ons een nieuw liedje geleerd? Ze keek me verbaasd aan. Hep? herhaalde ik streng. De juf hep? Ze zuchtte. ˜Ohh. Ik bedoel: de juf hep… o nee, de juf heeft en nee, ik heb ehh, ik kan een nieuw liedje, mama!

Terwijl ze haar liedje zong, was ik van binnen aan het grommen. Ik vervloekte het kinderdagverblijf waar ze vanaf zes maanden heen was gegaan en niets anders hoorde dan ˜hij heb, hij ken, hij leg nog in bed. Het was er gewoon niet meer uit te krijgen. En de kans was groot dat ik het zelf verergerd had door haar keer op keer direct te verbeteren, in plaats van haar indirect te laten weten wat het juiste antwoord was. ˜O ja? Heeft de juf jou een nieuw liedje geleerd. Wat leuk, laat eens horen! Op die manier zou het kwartje vroeg of laat vallen. Maar de ergernis was te groot om mijn geduld te bewaren.

Toen mijn man wat nootjes tevoorschijn haalde en ieder kind een portie gaf, hoorde ik mijn dochter roepen: ˜Kajk! Haj hep feler als maj!
˜Kajk? Kajk? Niks te kajk! Het is KIJK! En je zegt niethaj hep feler als maj, maar hij heeft meer dan ik!! Waar leer je dat toch verdorie?
Nuschka grijnsde naar mij. ˜Ik weet het niet, zei ze. ˜Gewoon. Zal ik nog een keer dat liedje voor je zingen, mama?

Ik zuchtte en knikte. En onder haar zoete gezang, bedacht ik dat het altijd maar beter is om je thuis te laten gaan, dan op je werk. Want stel je toch voor dat ik als onderwijsadviseur in de klas zou opstaan en zou roepen: ˜Vorruk, vorruk? Sinds wanneer zeggen wij vorruk?

Ze zouden me direct de klas uitzetten. En terecht.

Reageer op artikel:
Kajk! Haj hep feler als maj!
Sluiten