‘Kan die van jou dat nog niet?!’

redactie 19 jun 2018 Opvoedstijlen

Je kind vergelijken met die van anderen. Veel moeders maken zich er schuldig aan. En in die competitie om de Perfecte Moeder te zijn met het Perfecte Kind, lijkt alles geoorloofd voor sommige ouders. Gemeen of vooral triest?

Een vriendin waagde het eens haar zesjarige dochter in een zwarte broek en een zwart-wit gestreept shirt naar school te sturen. ‘Goh,’ had een moeder op het schoolplein gezegd, ‘zwart. Wat ziet dat er… eh… ánders uit.’ Waarop een andere moeder de definitieve doodsteek gaf: ‘Tjee, zwart. Zeker van de Hennes? Ja, die maken tegenwoordig wel vaker volwassen kleding voor kinderen. Ik vind het persoonlijk niks. Frisse kleuren staan veel vriendelijker.’?Au.?Moeders als deze, die met één rake opmerking een collega-moeder op haar nummer zetten, zijn overal. Nu was het mijn vriendin, maar een volgende keer zetten ze rustig een ander in haar opvoedkundige hemd. ‘Wàaat?! Leest die van jou nog steeds AVI 4? Maar dat is groep 3-niveau! Zou je niet eens met ’m gaan oefenen?’ ‘Wàaat?! Laat jij die van jou alleen naar school lopen? Weet je niet dat kinderen pas op hun twaalfde verkeersinzicht hebben?!’ ‘Wàaat?! Kijken die van jou naar GTST? Weet je wel wat daar allemaal in gebeurt?!’

Beter weten

Iedere moeder kent ze. De moeders die het altijd beter weten en wier kinderen het altijd zo ontzettend veel beter doen dan die van jou. Op school, natuurlijk, maar ook op zwemles en thuis en op visite en in het restaurant. Want hún kinderen zeggen altijd netjes dankjewel, zeuren nooit, kijken zelden televisie en houden niet van snoep – ‘Ieuw, kleurstoffen!’ – terwijl ze wel iedere avond netjes hun bord leeg eten. Zelfs als dat bord schuilgaat onder een berg tot snot gekookte spruitjes. ‘Want,’ beweert mama met droge ogen, ‘mijn Maxje of Madeliefje eet liever groenten dan patat.’ Right…

Die van jou en die van mij. Dat zijn de termen waarin veel moeders zich bij voorkeur uitdrukken. Wat kan die van jou nog niet, wat de mijne al wel kan? Wat doe jij verkeerd met die van jou, wat ik met die van mij ontzettend goed doe? En niet één moeder die zichzelf op die manier ten koste van andere moeders op de borst slaat, maar een heel leger moeders.

Drie clubjes en geen tv

Inge (38) ziet ze iedere morgen staan op het schoolplein als ze haar dochters van 9 en 7 naar school brengt; de moeders van de vriendjes van haar kinderen. ‘Het zijn op zich geen onaardige vrouwen, maar ze hebben het altijd maar over één ding: hun kinderen. Over hoe goed ze het doen en hoe blij ze met ze zijn. Ik ga die moeders meestal een beetje uit de weg, omdat ze altijd zo precies lijken te weten hoe het moet. Geen fris, geen snoep en geen tv, wel drie clubjes en regelmatig samen knutselen of lezen. Zelf heb ik dat niet zo, ik ben meer een laat-maar-waaien-type. Maar als hun kinderen bij ons komen spelen, schiet ik alsnog in een kramp. Wat kan ik ze wel voorzetten en wat beslist niet? Laat ik ze ruziemaken of moet ik ertussen springen? Waar laat ik ze wel mee spelen en waarmee niet? Mogen ze computeren en televisie kijken of niet? Beducht als ik ben voor het oordeel van hun moeders. Laatst bijvoorbeeld had mijn jongste een vriendinnetje mee. Ze waren moe, dus ik had ze even voor de tv gezet. Maar tien minuten voordat de moeder van dat vriendinnetje haar zou komen halen, heb ik de tv uitgezet. Moesten ze van mij nog even ganzenbord spelen. Puur voor het plaatje, zodat die moeder niet zou denken dat ze bij mij hele dagen voor de buis hangen.’?

Altijd een oordeel

Ook Margriet (42) komt zulke moeders regelmatig tegen. Niet alleen op het schoolplein, helaas ook in haar eigen huis. Margriet: ‘De dochter van mijn schoonzus is net zo oud als mijn zoon en vanaf hun geboorte vergelijkt ze de kinderen al met elkaar. “Kan-ie nou nog niet lopen? Is-ie nou nog niet zindelijk? Geef je ’m nou nog een speen?” Vooral over dat laatste begon ze steeds weer. Of ik wel wist hoe slecht dat is voor z’n tanden. Net als snoep natuurlijk. Zij geeft haar dochter nooit snoep, dus toen Mees vorig jaar een gaatje bleek te hebben, stond zij al met haar oordeel klaar. Het lag aan mij, ik had hem te veel laten snoepen en nu zat Mees dus met de gebakken peren. Nee, Mees heeft het volgens haar niet getroffen met mij. Ik kleed hem te kouwelijk – “Margriet! Dat kale nekje!” Ik breng hem te laat naar bed – “Margriet, die wallen! Dat jochie heeft z’n slaap hard nodig, hoor!” En ik ben niet consequent – “Nu moet je doorzetten Margriet, anders loopt-ie straks over je heen!’”

Competitiezucht

Volgens sociaal psycholoog en publicist Beatrijs Ritsema past die vergelijkingszucht heel erg bij deze tijd. Waar vorige generaties niet al te lang nadachten over het krijgen van kinderen, maar ze gewoon – in groten getale – kregen, is het ouderschap voor ouders van nu veel meer een weloverwogen keuze. Ritsema: ‘Als er een kind komt, is dat over het algemeen zeer gewenst. Sterker: het is het allerbelangrijkste project in het leven van ouders, een project dat tot een goed einde moet worden gebracht, volgens de regels van het boekje. En die enorme bekommernis om kinderen maakt dat ouders tegenwoordig bovenop hun kinderen zitten. Over ieder detail moet worden nagedacht, alles moet kloppen. Dat vooral moeders daarover de strijd met elkaar aangaan, komt doordat moeders hun competitiezucht bijna exclusief botvieren op de opvoeding van de kinderen. Vaders gaan op verschillende terreinen wedstrijdjes met elkaar aan: wie heeft bijvoorbeeld de grootste auto met de meeste knopjes en lampjes. Maar moeders, en dan vooral de niet werkende moeders, storten zich helemaal op de kinderen. En dan is het dus eindeloos kijken en vergelijken.’

Emotionele domheid

Dat kijken en vergelijken openbaart zich in de regel op het schoolplein, als groepjes moeders na het gaan van de bel nog even blijven hangen om te kletsen over de geniepige, rare of ronduit domme kinderen van andere moeders, die dat natuurlijk helemaal aan zichzelf te danken hebben. Niet heel aardig, maar de moeders van de kinderen in kwestie worden er niet rechtstreeks door gekwetst. Anders wordt dat wanneer moeders zich met hun kritiek rechtstreeks tot het ‘slachtoffer’ wenden. Een actie die volgens Ritsema op een sterk staaltje emotionele domheid duidt. ‘Het is zo overduidelijk dóm om je eigen kind ten voorbeeld te stellen. Iedere moeder weet hoe erg het is om iets vervelends te horen over het eigen kind. Dat kind is immers een verlengstuk van jezelf! Niet alleen als het klein is, maar de rest van je leven. Ik was al een dertiger toen er een negatieve recensie verscheen over een boek dat ik had geschreven, maar mijn moeder was des duivels! Omdat ze het op zichzelf betrok, net zoals vrijwel alle moeders doen. Ze was oprecht gekwetst.’?

Vaak onzeker

Wie de ergste moeders in hun soort aan het werk ziet, zou vermoeden dat ze gedreven worden door een duivelse combinatie van egotripperij en ongepolijste gemeenheid. Het is een schrale troost, maar het is niet per se uit kwaadaardigheid dat sommige moeders zo betweterig en bemoeizuchtig zijn. Het is dom en kortzichtig en in veel gevallen komt het bovendien voort uit onzekerheid. Onzekerheid over de keuzes die ze maken en de behoefte om zichzelf te spiegelen aan anderen. Aan anderen die veelal net zo onzeker zijn als zijzelf. En daar wringt ’m natuurlijk de schoen, want dat betekent dat we elkáár in de houdgreep houden. Allemaal spelen we mooi weer en proberen we te voldoen aan elkaars verwachtingspatronen. Help! Zij kookt iedere avond uitgebreid, dat moet ik dus ook! Help! Zij leest haar kinderen iedere middag voor, dat moet ik dus ook. Help! Haar kinderen eten met hun mond dicht, zeggen altijd netjes ‘dankjewel voor het spelen’, kunnen op hun derde al veters strikken en houden hun kleren altijd keurig schoon. Dat moeten die van mij dus ook!

We jutten elkaar op in onze drift het perfect te doen. Vermoeiend voor onszelf, maar vast en zeker goed nieuws voor onze kinderen. Toch? Niet per se. Hun vrijheid wordt door onze controlezucht steeds meer ingeperkt. Hele dagen buitenspelen op straat is er voor veel kinderen niet bij. Net als een beetje aanlummelen, urenlang verveeld op de bank hangen, kattenkwaad uithalen en in één keer een zak snoep leeg eten. Zielig? Valt mee, vindt Ritsema. ‘De kinderen van nu weten niet beter. Alleen als je naar het grote geheel kijkt, zie je dat ze inderdaad een deel van hun vrijheden zijn kwijtgeraakt. Maar zelf hebben kinderen daar geen besef van. Ze weten niet beter. Bovendien, wat is er heerlijker dan de onverdeelde aandacht van een moeder die alleen het allerbeste voor je wil?’

Is het dus toch nog ergens goed voor.

Reageer op artikel:
‘Kan die van jou dat nog niet?!’
Sluiten