Kan jouw kind ook een killer worden?

Volgens vrienden speelde Tristan van der Vlis, de schutter in Alphen aan de Rijn, gewelddadige computergames. Een andere liefhebber van gewelddadige computergames was Tim K. die op 11 maart 2009 op zijn vroegere middelbare school in het Duitse Winnenden 15 mensen doodschoot. Volgens experts was Tims voorliefde voor gewelddadige videogames als Counter Strike een belangrijke oorzaak van dit drama. Kunnen zulke spellen inderdaad tot moorddadig gedrag leiden?

'Het is gewoon leuk om iemand te liquideren. Lachen toch?' De 15-jarige Wisse speelt Grand Theft Auto op zijn pc en roeit met een paar muisklikken nonchalant de halve bevolking van Vice City uit. Op het computerscherm rent een half ontblote man schijnbaar doelloos heen en weer (met mooie gespierde borstkas, dat dan weer wel). Hij ramt of schiet de ene na de andere chauffeur uit zijn auto, scheurt met de gejatte auto's door de stad en pakt en passant ook nog wat voetgangers mee. Er is bloed. Heel veel bloed.

Hoe onnavolgbaar het spel voor leken ook is, volgens Wisse zit er wel degelijk een verhaal achter. De rennende spierbundel heeft een missie! Wat zijn opdracht is? Nou, hij heeft een heel zielige familie waarvoor hij moet zorgen en daarom heeft hij geld nodig. En dat verdient hij door mensen te vermoorden en auto's te car-jacken. Dat is het. Meer missie zit er niet in.

Wisse speelt het spel al jaren met groot plezier. Net als al zijn vrienden. 'Je maakt je eigen fantasiewereld. Jouw typetje doet wat jíj wil. Dat schieten maakt het spannend. Je hoeft niet bang te zijn, terwijl je toch dood en verderf zaait met je bazooka, mitrailleur, mes of brandbom. Allemaal dingen die je in het echt niet kan doen.'

Wisse is geen Tim K. Hij wordt niet agressief van dit soort spelletjes, zegt hij, en zal dus 'never nooit' zo'n bloedbad aanrichten als Tim deed. Toch maakt Wisses moeder zich zorgen. Tim K. leek ook een rustige, normale, vriendelijke jongen. Maar ook hij had een passie voor gewelddadige videospelletjes.

Kunnen bij gameliefhebbers als Wisse ook plotseling alle stoppen doorslaan? Wat kunnen ouders doen? J/M legde deze vragen voor aan zes deskundigen.

Robert Vermeiren, hoogleraar (forensische) kinder- en jeugdpsychiatrie bij Curium-LUMC/VUMC
'Na de schietpartij op de Columbine High School is een studie gedaan naar mogelijke risicofactoren. Aan die criteria voldoen heel veel kinderen, toch zullen de meeste daarvan nooit gaan moorden. Bovendien verschillen de doorslaggevende oorzaken ook per geval. Helaas is niet te voorspellen wie wel door het lint gaat. Vaak is het een combinatie van een opeenstapeling van risicofactoren plus de gelegenheid om daadwerkelijk actie te ondernemen, zoals de bereikbaarheid van wapens. Veelal geven daders kort voor hun actie signalen af. In de periode dat het idee rijpt, kelderen hun schoolcijfers bijvoorbeeld of verandert hun gedrag. Zo kunnen ze zich plots terugtrekken of ineens ongekend woedend zijn op alles en iedereen. Dat moet ouders alert maken, maar wil zeker niet zeggen dat hun kind daadwerkelijk naar wapens grijpt. Wel is het zinvol om in zo'n geval hulpverlening in te schakelen en te onderzoeken wat er aan de hand is.'

Peter Nikken, onderzoeker bij het Nederlands Jeugd Instituut en auteur van het boek Mediageweld en kinderen
'Uit onderzoek blijkt dat agressieve computerspelletjes kinderen agressiever kunnen maken. Dit geldt zeker als ze games spelen die niet geschikt zijn voor hun leeftijd. Dat komt omdat ze de agressie van het spel op die leeftijd nog niet goed kunnen relativeren. Daarbij speelt ook dat de spelletjes zo zijn opgebouwd dat hoe behendiger en agressiever je je opstelt, hoe meer punten je kunt verdienen. Met andere woorden: agressie loont.

Door dit soort games vaak te spelen, lopen kinderen het risico emotioneel af te stompen. Ernstige beelden van mensen in nood doen hen steeds minder. Hun empathisch vermogen neemt af. Dit effect zie je eigenlijk al. De tv-beelden van nu zijn vaak schokkender dan die van twintig jaar geleden. Er is veel meer nodig om ons te laten zien hoe ernstig anderen er soms aan toe zijn.'

Keith Bakker, verslavingstherapeut, maakte een studie van de schietpartij op Columbine High School
'Driekwart van de jongens die ik voor hun verslaving aan gewelddadige games heb behandeld, werd gepest op school. Een van hen zei: “In zo'n spel kan ik tenminste terugschieten.” De oorzaak van geweld ligt niet bij de games, maar bij de onderliggende agressie van de daders. Vaak zijn school-shooters jongens die niet opvallen. Ze horen er niet bij op school, zijn niet goed in sport en niet in trek bij de meiden. Thuis zitten ze op hun kamer stilletjes urenlang te gamen. Liefst first person shooting games, waarin zijzelf alle handelingen verrichten. In die virtuele wereld krijgen ze de erkenning waar ze zo naar verlangen. Daar zijn ze onderdeel van een community van mensen over de hele wereld die hetzelfde spel spelen. Natuurlijk rent niet iedereen de straat op met een geweer. Ik vraag me zelfs af of die games misschien niet juist een medicijn zijn tegen agressie en ons behoeden voor meer gewelddadig gedrag. Maar als het misgaat, dan is dat meestal met één grote knal.

Voorspellen kun je het niet; voorkomen wel. Neem de tijd om met je kind te praten en te kijken hoe het echt met hem gaat. Als het gamegedrag negatieve gevolgen heeft voor zijn dagelijks leven, als je ziet dat hij er steeds meer in opgaat, moet je er iets voor in de plaats stellen. Aandacht, tijd samen. Er is een simpele test om te achterhalen of je kind gameverslaafd is. Kijk eens hoe hij reageert als je hem vraagt te stoppen. Ontsteekt hij in blinde woede, dan moet je als ouders toch even gaan nadenken.'

Jeroen Jansz, hoogleraar Media en Communicatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
'Er zijn tot op heden geen onderzoeksresultaten bekend waaruit blijkt dat het spelen van veel agressieve computerspelletjes van invloed is op het zich nog ontwikkelende brein. Wel zijn er voorzichtige indicaties dat gewelddadige inhoud tot meer opwinding in de hersenen leidt. Maar eigenlijk is dat een open deur: natuurlijk reageert het brein op heftige prikkels. En ja, dat zou mogelijk bij sommige groepen schadelijk kunnen zijn – ik druk me hier bewust heel voorzichtig over uit.

Toch maak ik me daar niet de meeste zorgen over. Wat we eerder in de gaten moeten houden, is hoe we het computergebruik in goede banen leiden. Met andere woorden: hoe zorgen we ervoor dat ouders de PEGI-classificatie, de Kijkwijzer voor games, serieus nemen? Zodat kinderen geen spelletjes meer spelen die mogelijk schadelijk zijn voor hun leeftijd? En hoe kun je ze helpen de regels rond het computergebruik van hun kinderen te handhaven? Want wat in elk geval vaststaat, is dat kinderen die regelmatig agressieve computerspelletjes spelen een tamelijk negatief wereldbeeld hebben. Ze krijgen de boodschap dat je conflicten vooral met geweld op kunt lossen.'

Jeroen Dijsselbloem, vice-voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de PvdA en belast met uiteenlopende onderwerpen waaronder normen en waarden
'De PvdA maakt zich al lange tijd zorgen over het soms zeer grove geweld in computergames in combinatie met de steeds realistischer vormgeving. Die zorg geldt des te meer als je bedenkt dat leeftijdsgrenzen steeds moeilijker te handhaven zijn – denk aan de toename van online-games. In de Europese Unie is nu een discussie gaande om extreme games aan banden te leggen. Dat is geen eenvoudige klus. Want net als wij, heeft ook de EU nauwelijks grip op online-games. Wat je wel kunt doen als overheid is voorlichting geven. Het is belangrijk dat ouders veel horen en lezen over dit onderwerp om zo de kans te vergroten dat zij actief letten op wat hun kinderen spelen en dat zij de leeftijdsadviezen serieus nemen. Maar zeker zo belangrijk is dat de sector zelf veel kritischer wordt op wat ze maken. Moet het echt steeds gewelddadiger? Verder zouden zij de leeftijdsclassificatie moeten aanscherpen en meer geld investeren in voorlichting. Als de sector zijn verantwoordelijkheid niet neemt, zal de overheid de regulering moeten overnemen. De Europese Unie werkt al aan voorstellen in die richting.'

Tischa Neve, J/M kinderpsycholoog/ opvoedadviseur
'Ouders worstelen met de vraag of ze dit soort games wel of niet moeten verbieden. Ik adviseer ze daarin hun eigen koers te varen. Neem je eigen normen en waarden als grens en stel van daaruit regels. Wil jij die games niet in huis – en mijn advies bij jonge kinderen is: dat wil je niet – houd ze dan buiten de deur. Houd je aan de leeftijdsgrens die hoort bij het spel en leg uit dat die er niet voor niets is. Je moet zelf wel sterk in je schoenen staan: als je gaat twijfelen en draaien, voelt je kind ruimte. Vanaf een jaar of 12 kun je het niet zonder meer verbieden; dat maakt zo'n spel alleen maar aantrekkelijk. Bovendien gaan ze het dan misschien stiekem doen. Vertel ze waarom je het niet geschikt vindt. Daarvoor moet je het spel een keer spelen, alleen of met je kind. Praat erover, kijk hoe je kind reageert op echte oorlogsbeelden en hoe hij met gamegeweld omgaat. Of je het verbiedt, hangt af van je eigen normen, van de leeftijd van je kind en van zijn reactie op dit soort videospelletjes. Schiet niet direct in de stress als hij toch een spel met geweld speelt. Jongens vinden dat nu eenmaal spannend. Toon daarvoor begrip. Probeer ondertussen wel hun gamegedrag zo lang mogelijk te volgen. Liever geen pc of laptop in hun slaapkamer dus.'

Lees meer over games en veiligheid op www.veiliggamen.nl

Reageer op artikel:
Kan jouw kind ook een killer worden?
Sluiten