Kibbelen

redactie 21 jun 2018 Gedrag

antwoord

Dat broers en zusjes zo nu en dan flink kibbelen en elkaar uitdagen hoort er natuurlijk bij. En al kan het behoorlijk vermoeiend en zelfs irritant zijn voor jou als ouder, het is voor kinderen eigenlijk heel goed. Kinderen krijgen zo de kans om in hun veilige thuishaven te oefenen met van zich afbijten, voor zichzelf opkomen en ruzies weer goedmaken. 
Een veilige manier van oefenen, want bij een broertje of zusje hoef je niet bang te zijn dat-ie je niet meer leuk vindt of dat de vriendschap voorbij is, die blijft ‘altijd’. Natuurlijk moet het ruziemaken en kibbelen niet de hele dag doorgaan en moet het zowel verbaal als fysiek binnen de perken blijven. 

Hoe kun je dit als ouder goed begeleiden?

  • Tel eerst tot tien. Of loop desnoods weg als de kinderen beginnen en zeg eventueel tegen ze dat je verwacht dat ze de onenigheid zélf oplossen. Door te snel te helpen of in te grijpen leren ze minder goed om het zelf op te lossen of voor zichzelf op te komen. Grijp pas in als het echt nodig is, bijvoorbeeld als het te fysiek wordt.
  • Haal de kinderen indien nodig allereerst fysiek uit elkaar. ‘Elkaar pijn doen, dat doen we niet.’ Dat moet direct stoppen, ongeacht of de aanleiding ‘terecht’ was. Die regel moet in huis heel duidelijk zijn en daar moet consequent op ingegrepen worden.
  • Het is inderdaad heel belangrijk om ervoor te zorgen dat je geen scheidsrechter wordt. Wie wat gedaan heeft, is eigenlijk niet het belangrijkste. Beiden zullen meestal een aandeel hebben als het zo misgaat. Spreek er dan ook beide kinderen op aan en doe dat vooral beschrijvend en feitelijk: ‘Ik hoor jou schreeuwen en zie jou schoppen. Schoppen en schreeuwen doen we hier in huis niet. Stop daarmee.’
  • Je kunt wel kort vragen wat er aan de hand is, zodat je een idee hebt, maar voorkom dat beide kinderen hun gelijk willen halen. ‘Oké, jij wil daar spelen en jij wil dat niet.’ 
  • Moedig de kinderen aan om met woorden de ander te vertellen hoe ze zich voelen of wat hun wens is. Help ze hier voorlopig bij (op weg), na een tijdje lukt dat vast steeds beter. ‘In plaats van schreeuwen of schoppen wil ik dat je met woorden zegt wat je dwars zit. Hoe kun je dat doen? Wat zou jij graag willen van je broer?’ 
  • Het helpt als je het gevoel of de wens van een kind benoemt en erkent. ‘Het maakt je boos als je niet op de kamer van je zus mag spelen. Dat snap ik, want je speelt graag samen met haar. Het punt is dat zij nu even alleen wil spelen.’ Hoe kunnen we dat oplossen? Wie heeft er een idee?
  • Stimuleer dat ze samen dingen doen die ze allebei leuk vinden en graag doen. Dingen waarvan je weet dat het vaak lukt en goed gaat. 
  • Maak eventueel samen met de kinderen afspraken over ruzie-onderdelen die steeds terugkeren (de momenten, onderwerpen, plaatsen, en dergelijke). Het voorkomt wellicht een hoop gekibbel als er heel duidelijke afspraken over zijn of als de kinderen niet de hele tijd in elkaars vaarwater zitten. Bekijk jullie situatie en dagindeling eens kritisch en onderzoek waar winst te behalen is door de situatie of afspraken te veranderen. 
Reageer op artikel:
Kibbelen
Sluiten