Kleine monsters (cupcakes met sinaasappel)

Voor 16 stuks: * 16 grote papieren cupcakevormpjes * 250 gr zachte boter in blokjes * 250 gr zelfrijzend bakmeel * 1 tl bakpoeder * fijn geraspte schil van 2 sinaasappelen zonder waslaag en het sap van een ½ ervan * 250 gr fijne kristalsuiker * 4 grote eieren, losgeklopt

Voor de siroop: sap van 1 sinaasappel * 5 eetl fijne kristalsuiker
Voor het glazuur: 500 gr poedersuiker, gezeefd * 5-6 eetl sinaasappel- of citroensap
Voor de monsters: 500 gr witte rolfondant * voedingskleurstof: blauw, roze, groen, rood, geel etc. * een spuitzakje met 60 g eiwitglazuur, spuitmondje nr 1

Bereiding

  1. Verhit de oven tot 170 graden. 
  2. Zeef het bakmeel met de bakpoeder in een kom en voeg sinaasappelrasp, suiker, boter en eieren toe. Klop alles door elkaar en voeg tot slot het sinaasappelsap toe. Klop niet te lang. 
  3. Zet de papieren vormpjes in de holletjes van twee cupcakeplaten. Verdeel het beslag erin. Bak de cakejes 15-18 min. tot ze terugveren als je op de bovenkant drukt. Vermeng intussen voor de siroop sinaasappelsap en suiker in een kom. Prik direct als je de cakejes uit de oven haalt met een cocktailprikker gaatjes in de bovenkant en besprenkel ze met de siroop. Laat ze in de vormpjes koud worden. 
  4. Doe voor het glazuur de poedersuiker in een kom en roer er zoveel sinaasappelsap door dat het een dik vloeibaar glazuur is dat op de bolle kant van een lepel blijft hangen. Schep een paar lepeltjes glazuur op elk cakeje en strijk het met een lepel over de bovenkant uit. Laat het een uurtje opstijven. 
  5. Verdeel voor het garneren de rolfondant in evenveel porties als er kleuren zijn en kleur ze. Houd een beetje witte fondant achter voor de ogen en tanden. Maak je eigen monsters.
  6. Plak de onderdelen met eiwitglazuur op elkaar en zet op elk cakeje een monster, eventueel met een dot eiwitglazuur.

Reuze dubbele jamkoeken

Voor 3 koeken van 15 cm doorsnee: * 250 gr bloem, plus royaal extra om te bestuiven * 50 gr maïzena * 100 gr poedersuiker, plus extra om te bestuiven (naar wens) * 250 gr zachte boter, in blokjes * 1 eidooier * 1 tl vanille-extract * 6 eetlepels aardbeienjam, of lemon curd of karamelpasta
Speciaal gerei: hartuitsteekvorm van 5 cm * penseel

  1. Verhit de oven tot 170 graden. 
  2. Zeef in een grote kom de bloem met maïzena en poedersuiker. Wrijf met de vingertoppen de boter erdoor tot het een kruimelig mengsel is. Voeg de eidooier en vanille toe. Vorm een bal van het mengsel, wikkel hem in plasticfolie en leg hem minstens 30 minuten in de koelkast. Dit boterrijke deeg is heel zacht en moet voor gebruik opstijven. 
  3. Rol op een royaal bebloemde plank met een bebloemde deegroller de helft van het deeg uit tot een 4 mm dikke lap. Als het deeg nog te zacht is, kun je de plank met het uitgerolde deeg weer 30 min in de koelkast zetten zodat het weer stevig kan worden. Steek er met een bakring of bordje drie cirkels van 15 cm doorsnee uit. Verwerk de rest van het deeg op dezelfde manier. Steek een hartje uit het midden van één deegcirkel. 
  4. Leg de deegcirkels op twee of drie met bakpapier beklede bakplaten en maak met het uiteinde van een penseel een mooi kartelrandje rondom. Laat ze weer 30 min in de koelkast of bij kamertemperatuur rusten. Bak de koeken 12-15 min, steek het hart nog eens uit als het nodig is en laat ze op de bakplaat afkoelen; verplaats ze pas als ze echt koud zijn! 
  5. Verwarm de jam als hij niet helemaal glad is in een steelpan en druk hem door een zeef om klontjes te verwijderen. Laat hem weer koud worden. Smeer 2 eetlepels jam op elke hele koek en bestuif de koek met het hart met poedersuiker. Leg deze op de met jam besmeerde koeken.

Witte chocoladetaart met bramen, lavendel en rozen (voor 10 personen)

Taartbodem: 180 gr boter, in stukjes, plus extra voor de vorm * 200 gr Zwitserse witte chocolade, in stukjes gebroken * 2 dl volle melk * 280 gr zelfrijzend bakmeel * 1 tl bakpoeder * 250 gr fijne kristalsuiker * 3 eieren, losgeklopt * 1 tl vanille-extract
Witte chocolade-ganache: 200 gr Zwitserse witte chocolade, fijngehakt * 2 dl slagroom * 2-3 tl rozenwater
Compote: sap van ½ grote citroen * 3-4 trosjes verse lavendel * 150 gr fijne kristalsuiker * 300 gr bramen
Garneren: rozenblaadjes * takjes verse lavendel * enkele bloeiende rozen

  1. Verhit de oven tot 180 gr. Vet twee ondiepe taartvormen van 20 cm doorsnee in met boter en bekleed de bodems met bakpapier. 
  2. Smelt de chocolade met boter en melk in een kom op een pan met net niet borrelend water. Zorg ervoor dat het water de kom niet raakt. Laat hem afkoelen. 
  3. Zeef intussen het bakmeel en het bakpoeder in een grote kom. Klop er suiker, eieren en vanille door en tot slot het iets afgekoelde chocolademengsel. Verdeel het beslag over de twee vormen en bak ze 35-40 min in de oven tot een erin gestoken spies er droog uitkomt. 
  4. Neem de vormen uit de oven, laat ze 2 minuten staan en ga met een mes rondom tussen vorm en gebak. Stort de taartbodems op een taartrooster en trek het bakpapier eraf. Laat ze koud worden. 
  5. Doe voor de ganache de chocolade in een kom. Breng de room met het rozenwater aan de kook en giet hem over de chocolade. Laat hem een paar seconden staan en roer de massa dan glad. Laat de ganache afkoelen en daarna in de koelkast opstijven, klop hem tot hij dik is. 
  6. Verwarm voor de compote het citroensap met lavendelbloemetjes, suiker en bramen rustig tot de suiker oplost, het sap uit de vruchten gaat lopen en alles een geheel wordt. Laat dit een paar uur staan zodat de smaken zich mengen. Giet eventueel de vloeistof eraf, zodat de cake niet zacht wordt en gooi de lavendelbloemetjes weg. 
  7. Zet een taartbodem op een taartschaal en strijk er een deel van de chocoladeganache en alle bramencompote op. Zet de tweede bodem erop en bestrijk hem rondom met de overgebleven ganache. Garneer met rozenblaadjes, of takjes lavendel, of een paar rozen in de bloei.
Reageer op artikel:
Kleine monsters (cupcakes met sinaasappel)
Sluiten