Koekie heeft geen faalangst maar succesangst

redactie 22 jun 2018 Blogs

Zit iedere opvoeder daarmee, of gebeuren al die rare en onverklaarbare dingen omdat wij te maken hebben met een pleegzoon? Gaat het leven van een ‘gewoon’ kind in een gestage lijn omhoog en is het alleen Koekie, onze 11-jarige pleegzoon, wiens leven zich voortbeweegt als een achtbaan?

Ik weet het eerlijk gezegd niet. Daarvoor schiet mijn ervaring met kinderen en het opvoeden daarvan schromelijk tekort. Het enige wat ik met zekerheid kan zeggen, is dat in het leven van Koekie alles onvoorspelbaar is. Tien stappen vooruit, twee stappen terug, drie stappen vooruit, negen stappen terug. Vergeleken met Koekie’s leven is een achtbaan het toppunt van rust.

‘Wat hebben we nou eigenlijk bereikt in de drie jaar dat Koekie bij ons is?’ vroeg mijn vrouw zich vorige week enigszins wanhopig af. ‘Kunnen wij het wel?’
Het antwoord op die vragen was opeens onduidelijk.
In het begin van de week schemerde door dat hij de schooltoetsen ver onder zijn kunnen had gemaakt. ‘Je kunt beter,’ had juf Nancy tegen hem gezegd. ‘Veel beter.’ Hij had tranen in zijn ogen gekregen, want hij had juf Nancy, zijn favoriete leerkracht aller tijden, teleurgesteld.

Eind van de week herinnerde hij zich opeens dat hij die avond om acht uur een optreden had van alle leerlingen van pianojuf Jeanette. Was hij vergeten door te geven aan ons. Het was al half acht geweest. Met mijn vrouw haastte hij zich weg. Ruim een kwartier later waren ze terug. ‘Hij had buikpijn en wilde niet spelen,’ zei mijn vrouw.

Ik hoefde die avond niet voor te lezen van hem. ‘Het was een rare week, Koekie,’ zei ik toen hij in bed lag en hij zijn hoofd verborg onder het kussen. ‘Ja,’ fluisterde hij tussen de tranen door. Hij was intens verdrietig. ‘Wat is er allemaal gebeurd?’ vroeg ik. ‘Hoe komt het dat je de toetsen slecht maakt, terwijl je het goed kunt. Waarom wilde je niet piano spelen terwijl je geweldig kunt spelen? Zijn het zenuwen?’
‘Ik ben bang om fouten te maken,’ zei hij zacht. ‘Ik heb buikpijn.’
‘Met honkbalwedstrijden ben je niet zenuwachtig,’ zei ik.
‘Nee,’ zei hij. ‘Maar we verliezen toch altijd, dus dat maakt niet uit.’

Ik moest denken aan de eerste dagen dat hij bij ons woonde en de juf van zijn toenmalige school me meedeelde dat het een slecht kind was. Hij deugde niet. Hij kon niks en hij wilde niks. Zo was het hem ook verteld. Ook op andere plekken hadden ze hem ervan overtuigd dat het nooit iets met hem zou worden. Waar we misschien nog wel het hardst aan gewerkt hebben sinds Koekie bij ons woont, is aan zijn gevoel van eigenwaarde. ‘Je kan het,’ hebben we hem in alle mogelijke bewoordingen constant proberen duidelijk te maken. ‘En van fouten leer je.’

We dachten dat we daarin geslaagd waren.
Maar vorige week werd die gedachte ondubbelzinnig onderuit gehaald.
Is het faalangst? Op een of andere manier vind ik dat een woord dat de situatie geen recht doet. Het is, denk ik, het tegenovergestelde: succesangst. Met mokerslagen is er in het verleden bij hem ingeslagen dat hij niks kan. En nu kan hij lezen en rekenen en is hij een talentvolle pianist en een goede honkballer. Dat klopt niet met wat hem altijd verteld is. Hoe los je die tegenstrijdigheid op?

Ons is het in ieder geval niet gelukt.
Nog niet, zeg ik met de nadruk op ‘nog’. Zou hij het eng vinden om door het leven te gaan als een jongen die tot veel in staat is? Is dat te onbekend terrein?
Wie het weet, mag het zeggen. Hopelijk is Koekie binnenkort degene die het ons duidelijk maakt.

Reageer op artikel:
Koekie heeft geen faalangst maar succesangst
Sluiten