Koekie heeft maar één strategie: klein blijven

redactie 21 jun 2018 Blogs

Met een vel wit papier en een viltstift zit ik ‘s avonds op de rand van het bed van Koekie, onze 11-jarige pleegzoon. Ik teken een pizza en verdeel die in vier stukken. ‘Samen is dat 4/4,’ zeg ik. Ik streep een stuk weg. ‘Opgegeten,’ zeg ik. ‘Hoeveel blijft er over?’

Hij denkt na en zegt: ‘¼.’
Ik herhaal de opdracht, nu wat luider pratend.
Hij antwoordt: ‘Drie.’
‘Breuken,’ zeg ik. ‘Daar hebben we het over. 1 is 4/4 en 1 is 2/2 en 1 is 8/8.’

Ik praat nu zo hard dat de hele omgeving gratis een les in breuken krijgt. Ik teken driftig nieuwe pizza’s, teken ze in stukken, laat stukken verdwijnen. En ja, hij gaat de vragen goed beantwoorden. Omdat ze nu op school bezig zijn met procenten, gaan we luid verder. 4/4 Pizza wordt opeens 100 procent pizza, er verdwijnt 25 procent van de pizza, er verdwijnt 50 procent. Met andere woorden: Koekie en ik hebben voor het slapen gaan een hoop lol.

Daarna hebben mijn vrouw en ik als extraatje ook nog eens een hoop napret met de analyse. De keren dat we dat doen, en eerlijk gezegd doen we het zeer regelmatig, draaien we altijd weer dezelfde slag in de rondte en komen altijd weer tot dezelfde conclusie. Koekie wil doelbewust niet groot worden. Hij moet soms vreselijk zijn best doen om ondermaats te presteren. Als hij de opdracht krijgt recht en netjes een wensenlijstje voor zijn verjaardag op papier te zetten, dan is het resultaat een papier dat pijn aan de ogen doet: schots en scheef en wemelend van de taalfouten. Schrijft hij tussen neus en lippen door wel eens wat op een papiertje, dan is dat uitermate leesbaar en zo goed als foutloos. Dan lijkt hij even vergeten dat wij nu kunnen denken dat hij eigenlijk al best groot en slim is.

Het was, en daar hoef je geen afgestudeerd psycholoog voor te zijn, het belangrijkste wapen dat hij had. Klein, lief en charmant blijven. Kleine Koekie, voor nu en altijd. Waarschijnlijk was het in zijn ongelijke strijd met de rest van de wereld zijn enige wapen. Het is moeilijk voor hem om dat wapen uit handen te geven. Hiervan kent hij de kracht. Hij beseft dat het heus wel zijn zwakke kanten heeft, maar daar kon hij wel mee omgaan. Boze en teleurgestelde juffen en meesters, het zij zo. Mopperende pleegmoeders en -vaders (of onverschillige), dat was ook nog wel te hanteren.

Wij denken dat hij soms serieus overweegt en volgende stap te zetten, om echt zijn best te gaan doen op school bij taal en rekenen, maar hij kan daarvan de consequenties nog niet overzien. Dat wordt opeens een heel andere wedstrijd. Of hij die kan winnen, doet er nog niet echt toe. Het gaat er veel eer om dat hij dan zelfs niet zeker weet of hij wel overleeft. Hij weet wat hij heeft en hoe er nu op hem gereageerd wordt, veranderen is een te groot risico. Wat is dan zijn wapen, hoe wordt er dan op hem gereageerd?

De volgende ochtend zit hij tegenover mij aan tafel te ontbijten. Glas melk en een door mijn vrouw in kleine stukjes gesneden boterham voor hem. Hij is nog niet lang genoeg wakker om al volledig bewapend te zijn. Ik tel de stukjes brood. Tien. ‘Hoeveel tienden stukjes zijn dat?’ vraag ik.

’10/10,’ zegt hij.
‘Hoeveel procent?’ vraag ik.
‘Honderd,’ zegt hij.
Stilte. Hij steekt en stukje in zijn mond.
‘Hoeveel tienden is er nog over?’ vraag ik.
‘9/10,’ zegt hij.
‘Hoeveel procent is dat?’ vraag ik.
’90 Procent,’ zegt hij.
Betrapt! Ik zeg het niet, denk het alleen. Hij kan het dus wel.
‘Vanavond,’ zeg ik, ‘ga ik je toepen leren. Een kaartspel voor grote mensen.’

Het is de nieuwe uitdaging in ons leven: Koekie duidelijk maken dat hij slim is. En vooral proberen hem aan het verstand te brengen dat het niet eng is om groter te worden.

Reageer op artikel:
Koekie heeft maar één strategie: klein blijven
Sluiten