Koekie heeft twee probleempjes

redactie 21 jun 2018 Blogs

Twee dingen over Koekie, onze 12-jarige pleegzoon.
Het eerste is een mededeling van meester Bert, zijn leraar in groep 8, tijdens het 15-minutengesprek dat mijn vrouw en ik met hem hadden. Wij werden overladen met een karrenvracht aan complimenten. In de kern kwamen die er allemaal op neer dat Koekie een ontwikkeling doormaakte die sensationeel was.

In een korte periode was zijn niveau gestegen van 5b naar 7a en het einde leek meester Bert nog lang niet in zicht. Hij gaf ons nu al het advies dat Koekie zonder meer klaar was voor vmbo-t. Maar wie weet wat hij ons zou adviseren in het begin van het nieuwe jaar. Om duidelijk te maken hoeveel vertrouwen hij in hem had, meldde hij ons dat Koekie 11, 12 en 13 februari de Cito-toetsen zou doen. In het speciaal onderwijs is dat, zo begrepen wij nu, geen uitgemaakte zaak dat alle kinderen die doen. En meester Bert twijfelde begin van het nieuwe schooljaar ook zeer of hij daar rijp voor was.

Een ander mooi compliment betrof Koekie’s gevoel voor humor. Daar was meester Bert zeer over te spreken. Koekie’s grappen gingen namelijk nooit ten koste van anderen. Hij was gewoon écht grappig. Punt. Meer dan van complimenten over leerprestaties, word ik van dit soort mededelingen blij tot op het bot.

Meest opvallend echter betrof de zin die meester Bert uitsprak toen wij het woord ‘faalangst’ lieten vallen. ‘Integendeel,’ zei meester Bert, ‘hij heeft eerder last van zelfoverschatting.’

‘Dat-ie denkt,’ zei ik instemmend, omdat ik al zoiets vermoedde, ‘dat het gymnasium eigenlijk te makkelijk voor hem is.’
Meester Bert knikte instemmend.
Zelfoverschatting is dus punt één.
Komen we bij punt twee.

Op woensdag keek ik bij thuiskomst zijn rekenhuiswerk na. In tegenstelling tot vorige week, toen hij me meer dan aangenaam verraste, schrok ik me nu wild. Weliswaar bevatten deze twee pagina’s met sommen echt wel wat goede uitkomsten, maar het was ook een ongekend slordig zooitje. Soms bijna onleesbaar, een enkele keer volstrekt hersenloos ingevuld.

‘Prutswerk,’ zei ik tegen hem, nadat ik hem zo ver gekregen had even zijn iPad weg te leggen. ‘Dit toont geen enkel respect voor meester Bert, die het moet nakijken.’

We praatten nog wat heen en weer en uiteindelijk was het resultaat dat hij al om acht uur boos in zijn bed lag.

De volgende avond om kwart voor negen vroeg ik hem of hij nu eens de computer kon uitzetten. Hij zei ja en deed nee. Ik vroeg het hem nog een keer. Hij zei weer ja en deed weer nee. Ik vroeg het hem een derde keer. Wederom zei hij ja en deed hij nee. Ik besloot de psychologie van de omkering te gaan volgen. ‘Ga alsjeblieft door met die spelletjes op de computer. Vooral niet ophouden. Je hoeft helemaal niet naar bed.’ En nog zo wat van die zinnetjes. Ik sloot af met: ‘En als je vannacht stopt, zeg dan gedag tegen de computer, want die mag je hierna nooit meer gebruiken.’

De computer ging uit en hij stormde woedend naar boven. ‘Jij bent irritant Frans, jij bent zo irritant, jij bent altijd irritant.’

De volgende dag vertelde ik dit verhaal aan collega Peter. Die stond meteen met een diagnose klaar. ‘Natuurlijk is dit puberen. Dat gaat nog wel wat jaren door. Maar het is ook een bewijs van trouw en onvoorwaardelijke liefde. In het begin dat hij bij jullie woonde, luisterde hij niet omdat hij ervan uitging dat hij toch ieder moment weer weggehaald of weggestuurd zou worden. Daarna luisterde hij omdat hij wilde dat jullie hem aardig zouden vinden en hij wilde jullie geen aanleiding geven hem weg te doen. Maar nu weet hij dat jullie liefde onvoorwaardelijk is. Nu kan hij gewoon nee zeggen en ongehoorzaam zijn, want het heeft niet de consequentie dat hij ergens anders naartoe gaat.’

‘Oh,’ zei ik, ‘zit dat zo.’

Dat was dus punt twee: dat hij onderwijl zo goed gehecht is, dat hij zich niet meer verplicht voelt steeds lief en aardig te zijn. Dat hebben mijn vrouw en ik toch maar mooi bereikt.

Reageer op artikel:
Koekie heeft twee probleempjes
Sluiten