Koekie overwint zijn faalangst

redactie 21 jun 2018 Blogs

Op zondag in de uitwedstrijd van OVVO tegen RCH was Koekie, onze inmiddels 11-jarige pleegzoon, voor het eerst de werper. In het honkbal is dat een verantwoordelijke positie. Je staat in je eentje op de heuvel en gooit ballen naar de tegenstander die ze moet proberen te slaan. Alle ogen zijn op jou gericht. Missers zijn zichtbaar en pijnlijk. Met de coach van de tegenpartij en de andere ouders sprak ik af dat als hij een zooitje van zijn debuut zou maken, hij tegen de regels van het spel in vervangen kon worden door de ervaren Melle.

Het was al een tijdje zijn grote wens om de werper te zijn. Door omstandigheden had hij er niet langer dan twee keer vijf minuten op getraind. Maar dat verhinderde hem niet met enig zelfvertrouwen daar te gaan staan. Dat de zenuwen door zijn keel gierden, was alleen aan zijn tempo te merken. In noodvaart vuurde hij de ballen af. Niet nadenken, maar doen. Slagmensen van de tegenpartij kregen nauwelijks de kans een goede positie in te nemen. Zoef, daar kwam weer een bal aan. Zoef, weer een. Zoef.

Toen de rook was opgetrokken, had OVVO Pupillen 2 met 6-4 de eerste competitiewedstrijd gewonnen. Hij had het, eerlijk gezegd, geweldig gedaan. Om hem met beide benen op de grond te houden, zei ik dat er aan zijn houding nog wel wat mankeerde. Daar was hij het, tot mijn grote verrassing, wel mee eens. Ik zei ook dat het tempo wel wat omlaag mocht, dat hij dan wat beter na kon denken over waar hij de bal ging gooien. Onzin, hoe kwam ik daarbij. ‘Ik heb een snel brein,’ zei hij. Waarna ik met mijn mond vol tanden stond.

Ik was blij dat hij het goed gedaan had. Maar echt tevreden was ik vanwege zijn durf. Je kunt een hele wedstrijd verpesten als je er niets van bakt als werper. Maar hij deed het, hij ging er staan. In een echte wedstrijd. Hij overwon zijn diepgewortelde faalangst. Dat zou vast en zeker ook positieve gevolgen hebben voor andere gebieden waarop hij diende te presteren, dacht ik optimistisch.

Dinsdagochtend bracht ik hem naar school. Ik werd apart genomen door juf Nancy. ‘Is er iets met hem?’ vroeg ze. ‘Nee, hoezo?’ vroeg ik verbaasd. ‘Hij is dromerig, afwezig.’ Hij had weinig of niets aan een toets gedaan, begreep ik.

Het zorgde voor een flashback. Toetsen maakte hij gewoon niet. Daar zette hij een dikke streep door om vervolgens te gaan dromen en zijn hoofd op tafel te leggen. Zo deed hij de jaren voordat hij bij ons kwam, zo deed hij ook de eerste jaren bij ons. Falen was geen optie voor hem. Iets helemaal niet doen, was in zijn ogen altijd beter dan iets verkeerd doen. We hebben nooit kunnen achterhalen welke vreselijke straffen hij heeft gekregen voor fouten die hij maakte. Voor onvoldoende toetsen, voor wat dan ook.

We hameren op veel zaken in het leven, maar toch vooral op het recht om fouten te maken. Iedereen maakt fouten, niemand neemt je dat kwalijk, daar leer je van. Het is een evangelie bij ons thuis. Durf te falen, anders kun je niet slagen.

Na die honkbalwedstrijd dacht ik dat we waren waar we wilden zijn.

Maar op die dinsdagmorgen, na het gesprek met juf Nancy, wist ik dat het nog lang niet zo ver was.

Reageer op artikel:
Koekie overwint zijn faalangst
Sluiten