Koekie speelt met taal en durft fouten te maken

redactie 22 jun 2018 Blogs

‘Wie raad geeft, moet kort zijn,’ lees ik Koekie voor. ‘Wat betekent dat?’ vraag ik onze 11-jarige pleegzoon. Het zinnetje staat in het boekje Joodse Wijsheid, dat opeens opdook toen ik mijn boeken aan het opruimen was.

‘Dat betekent,’ zegt Koekie zonder echt na te denken, ‘dat je klein moet zijn om goede raad te geven.’ Hij denkt dat dit gezegde voor hem gemaakt is, want hoewel hij er het laatste jaar lustig op los groeit, is hij nog steeds klein voor zijn elf jaren.

Het laatste jaar is hij niet alleen fysiek gegroeid, ook geestelijk maakt hij grote sprongen. Eindelijk. De belangrijkste hindernis die hij genomen heeft, is het overwinnen van zijn faalangst, een terugkerend thema in deze stukjes. Ik weet niet hoe vaak mijn vrouw en ik het tegen hem gezegd hebben, maar het moet in de honderden keren lopen: fouten maken is helemaal niet erg, daar leer je alleen maar van. Niets doen en niets proberen, dat is pas erg. Op taalgebied speelde hem dat het ergst parten. Zijn woordenschat, toen hij als 8-jarige bij ons kwam, was minimaal. De eerste weken dachten mijn vrouw en ik dat hij maar één werkwoord kende: ‘zetten’. Taal op school was een ramp, hij leverde opdrachten leeg in. Liever niets doen, dan een fout maken leek het belangrijkste principe dat hij had meegekregen. Alsof op fouten maken de doodstraf stond.

Die handicap lijkt nu verdwenen.

‘Nee,’ zeg ik. ‘Het betekent niet dat je klein moet zijn om iemand goede raad te geven. Het betekent dat je met zo weinig mogelijk woorden iemand een goed advies moet geven. Dus geen ellenlange lulverhalen ophangen, want dan verliezen mensen hun interesse en concentratie en dringt het niet tot ze door.’

‘Oké,’ zegt hij. ‘Mag ik het boekje hebben?’

‘Natuurlijk,’ zeg ik, opgetogen over zijn leergierigheid. Daarom vind ik het ook geen enkel probleem dat hij – hoewel het echt te volwassen is voor hem – Hans Teeuwen kijkt op zijn iPad. Dat wisselt hij overigens keurig af met filmpjes over scheikundige proeven. Met name die man die zijn mond vol met mentos stopt en dan cola drinkt is ook in mijn ogen behalve leerzaam erg grappig.

We luisteren ook wel eens samen naar Doe Maar. Tot groot ongenoegen van mijn vrouw hebben we als favoriete nummer Wees Niet Bang Voor Mijn Lul gekozen. Dat willen we graag samen zingen als mijn vrouw niet in de buurt is. ‘Wees niet bang voor mijn lul, dat is toch flauwekul. Al is het soms een stijve pik, hij is net zo lief als ik.’ Et cetera. Een liedje voor als de jongens onder elkaar zijn.

Vorige week kwam een meisje, Mijske geheten, onder de metro en overleed. Een drama. Ze had op dezelfde school gezeten als waar Koekie nu op zit en dus was er een altaartje ingericht op de tweede etage. Koekie had haar wel eens ontmoet, zei hij. Een leuk en lief meisje, luidde zijn oordeel. Hij had, zo vertelde hij mijn vrouw, ook iets in het grote boek dat op het altaartje lag, geschreven. Wat dan, vroeg mijn vrouw. ‘Van harte gecremeerd,’ zei hij. En nee, dat was geen Hans Teeuwen-achtige woordspeling, het was een eerlijke fout en vergissing. Hij bedoelde echt ‘gecondoleerd’, maar had deze twee moeilijke woorden door elkaar gehusseld.

Hoe pijnlijk ook, het geeft wel aan in wat voor fase hij zit. Niet meer bang om met zijn kennis om te gaan, niet meer bang om iets te ontdekken, niet meer bang om fouten te maken.

Reageer op artikel:
Koekie speelt met taal en durft fouten te maken
Sluiten