Koekie weet ook niet waarom hij zo boos wordt

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘Werd jij vroeger ook altijd zo verschrikkelijk boos?’ vraag ik Koekie, onze 11-jarige pleegzoon, als we allebei op het balkon bezig zijn. Hij met het aansteken van wierookstokjes en ik met het roken van een sigaret.

‘Wel bij vorige pleeggezinnen,’ zegt hij.
‘En toen je nog bij mama woonde?’ vraag ik.
‘Toen was ik nog te jong,’ zegt hij op een manier alsof het een hele kunst is, waar je echt wel de nodige levenservaring voor moet hebben opgedaan, om op zo’n heftige manier door het lint te kunnen gaan.

Wat gebeurde er deze zaterdag? Zijn team, OVVO, speelde een thuiswedstrijd tegen Onze Gezellen in de Watergraafsmeer. Het was met afstand het beste honkbal dat zijn clubje dit seizoen gespeeld had. Iedereen steeg boven zichzelf uit en Koekie scoorde, pitchte een goede inning en catchte ook, met de nodige tegenzin, een goede inning. Het resultaat: een kleine nederlaag (11-7). Koekie was de laatste man aan slag, ik was de scheidsrechter. Hij ging uit en vond dat dit enkel te wijten was aan een foute beslissing van de scheidsrechter, aan mij dus. Hij schopte zijn knuppel weg, mopperde binnensmonds en liep met woedende tranen in zijn ogen het veld af. En hij liep door en door en door. Een handvol kinderen en een van de aanwezige moeders gingen achter hem aan, maar konden hem niet vinden.

Uiteindelijk, een kwartier later, spoorde ik hem op. Hij zat in de dugout van een verderop gelegen voetbalveld. Ik pakte hem vast in een omhelzing, want ik had al besloten deze keer eens niet de confrontatie te zoeken, maar alle mogelijke begrip te tonen. ‘Een paar andere jongens zeiden ook dat ik een foute beslissing had genomen,’ begon ik. ‘Dus ik begrijp je woede. Je mag heel erg boos zijn op mij. Maar wat je niet mag doen, is weglopen. Dat lost niks op. Ik ben dan ongerust, want je bent mijn Koekie.

Kunnen we afspreken dat je nog wel boos wordt, maar nooit meer wegloopt?’
‘Ja,’ zei hij.
‘Afgesproken?’ vroeg ik.
‘Afgesproken,’ zei hij met een kleine stem.

Hand in hand liepen we de vele honderden meters terug naar het honkbalveld. Ik complimenteerde hem met zijn goede spel en zei dat zijn team, als ze allemaal hun best deden, vast en zeker volgend seizoen kampioen zou worden. De thuisreis, een half uur met de fiets, was best gezellig.

Daar aangekomen zei mijn vrouw dat zijn onstuitbare temperament ook mede verantwoordelijk was voor zijn sportieve talent. Daar had ze een punt. Zo had ik het nog niet bekeken. Had het de laatste tijd iets te druk gehad met het tackelen van de gevolgen van die uitbarstingen.

‘Weet je waarom je zo verschrikkelijk boos kunt worden?’ vroeg ik hem op het balkon.
‘Ik weet het echt niet,’ zei hij oprecht.
‘Ik zal blij zijn als je volgend jaar 12 wordt,’ zei ik. ‘Dan kun je op boksen.’
Daar verheugde Koekie, die een verwoestend sterke rechterarm heeft, zich zichtbaar ook op.

Reageer op artikel:
Koekie weet ook niet waarom hij zo boos wordt
Sluiten