Koekie wil best een andere pleegvader

redactie 21 jun 2018 Blogs

Later als ik groot ben, zegt Koekie, onze 10-jarige pleegzoon, tegen mijn vrouw ˜ga ik voor jou zorgen. Dan kom jij bij me wonen.

Koekie heeft dan een groot huis, een Porsche, een vrouw, waarschijnlijk een of twee kinderen. En in het gezin dat hij in zijn hoofd heeft, is ook plaats voor zijn pleegmoeder. Het zou me niet verbazen als hij in zijn droombeeld ook een plaats heeft gereserveerd voor zijn moeder. Maar over zijn moeder praat hij niet genoeg om dat zeker te weten, bovendien zou ook een van zijn drie andere broers zijn moeder kunnen opnemen. Daar is concurrentie. Voor zijn pleegmoeder is hij de enige kandidaat.

Uh, nee, ik zit niet in zijn projectie van de toekomst. Jammer voor mij. Maar helaas, op mannen kun je niet bouwen. Die komen en – dat vooral – die gaan. Dat heeft de praktijk uitgewezen. Vrouwen gaan in elk opzicht langer mee. Mocht ik niet zomaar vertrekken, dan sneuvel ik wel op een andere manier. Houd op met roken, bijt mijn vrouw me wel eens toe als ik op het balkon een sigaret sta te roken en me verslik in een hoestbui die maar niet ophoudt. Je rookt je dood! Daar gaat Koekie voor het gemak ook maar van uit. Mannen dus. Zoals hij nooit zal nadenken over wie de plaats van zijn moeder en pleegmoeder zouden kunnen invullen, zo makkelijk wijst hij kandidaten aan die mij kunnen vervangen. Ik kan er zo vier opnoemen.

Er is mijn neef Frens, die in Someren woont, die hij ontzettend stoer vindt en die veel meer weet van zaken die Koekie interesseren dan ik. Er is Fred, de wat mopperige uitgever van fotoboeken en de muziekliefhebber van wie hij Ray Charles-cd's en een mondharmonica heeft gekregen en wiens vrouw thuis een orgeltje heeft waar hij altijd een concert geeft als we er eten. Er is Michiel, die in de buurt woont, homo is, zichzelf nog wel eens verliest in somberte maar tegelijkertijd het meest amusante gezelschap is dat er bestaat. En er is Pier, een vriend van oma, psychiater en dementerend. Wat deze vier mannen met elkaar gemeen hebben, is dat ze geen van allen hun best doen om het hem naar de zin te maken. Ze behandelen hem zoals ze ieder ander behandelen. Het zijn geen slijmerds. En, dat vooral, ze zijn niet doorsnee. Bij alle vier zit, op een sympathieke manier, wel een steekje los. Het is, kortom, serieuze pleegvaderlijke concurrentie; het stemt me tevreden dat dit zijn top vier is. Aan die wagen ben ik graag het vijfde wiel.

Mijn vrouw zegt dat ik het allemaal anders moet zien. Hij beschouwt mij dan weliswaar niet als een levenslange steun en toeverlaat, hij gebruikt me voor allerlei andere nuttige dingen. Ik ben zijn sparringpartner. Hij onderzoekt, met mij als proefpersoon, hoe ver hij bij mensen kan gaan. Hij leert via mij hoe hij ruzie kan maken zonder dat er ernstige ongelukken van komen. Hij gebruikt mij om te ontdekken wat een man van vrouwen moet denken. Mijn vrouws discipline vreest hij, van mij vreest hij niets. Met mij durft hij altijd en overal de strijd aan. Ik ben zijn laboratorium. Jouw rol is heel anders dan de mijne. Niet minder belangrijk, maar gewoon anders, stelt ze me gerust.

Dat accepteer ik maar. Ik moet me er natuurlijk wel op gaan voorbereiden dat ik later, als mijn vrouw intrekt bij Koekie, weer alleen moet gaan wonen.

Reageer op artikel:
Koekie wil best een andere pleegvader
Sluiten