Korte metten met verdriet

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘What doesn’t kill you makes you stronger.’ Ik geloof niet dat er een stoplap is die zoveel weerstand bij me oproept. Het is dé uitdrukking om korte metten te maken met verdriet. Om te zeggen: het is droevig wat er gebeurd is, maar ik ben er beter en sterker uitgekomen. Het is een zinnetje dat voortkomt uit een grenzeloos vooruitgangsdenken; alles wordt altijd beter, achter alles zit een stijgende lijn, ook al zou je dat op het eerste gezicht niet zeggen. Mooie ervaringen maken je tot een beter en weerbaarder mens en moeilijke ervaringen maken je net zo goed tot een beter, weerbaarder mens. Dus wat er ook gebeurt in je leven, je wordt er altijd beter van, de lijn kan maar één kant op en dat is omhoog.

Het is een zienswijze die je vaak tegenkomt in een bepaald type bladen, de mindstyle magazines. ‘Ik heb kanker gehad en geniet nu veel bewuster van het leven.’ ‘Mijn huis is afgebrand en ik hecht nu niet meer aan materie.’ ‘MS is het beste wat me ooit is overkomen.’ De ziekte, het verlies en de tegenslag als vermomming: eigenlijk zijn het ‘cadeautjes van het universum’, of – en hier komt het christelijke strafdenken met een modern spiritueel sausje – ‘levenslessen’.

In de verhalen wordt in duizend woorden naar de loutering toegewerkt. Het was heel even zwaar, die ziekte of dat verlies, maar het heeft zo veel goeds gebracht. Met zevenmijlslaarzen stapt de ‘overlever’ naar zijn loutering, blij met het geschenk dat hem is gegeven. Positiviteitsdwang, noem ik dit altijd. Dat is een hele industrie, met boeken, trainingen en workshops en zo.

Mijn ervaring is iets anders. Tegenslagen beschadigen je ook. Hebben Yaëls handicaps mij tot een beter mens gemaakt? Ik zou het niet kunnen zeggen. De afgelopen jaren hebben me laten zien dat ik veel aankan. Ze hebben me trekken in mezelf getoond die ik nooit zo scherp had gezien. Voor de zorginstanties kan ik als het moet een lastpak zijn, dat haar poot stijf houdt. Vinden ze me niet aardig? Goed gezien, ik ben ook niet aardig. In de zorg voor Yaël leg ik een geduld aan de dag waarvan ik niet wist dat ik het in me had. Mijn drang om haar een goed leven te geven is immens.

Maar de afgelopen jaren hebben me ook angstiger gemaakt. Zwakker en kwetsbaarder. Zo vol vertrouwen in het leven als ik me tijdens mijn zwangerschap voelde, vol plannen over het gezin dat ik zou krijgen, zo bang ben ik nu soms. Een tweede kind durf ik niet aan. De zorg voor Yaël is me regelmatig te veel. Ik vind het moeilijk dat we bijna nergens heen kunnen met haar. Mijn huwelijk heeft het soms zwaar te verduren gehad. Plannen maken voor de toekomst is lastig geworden.

Dat betekent niet dat ik een miezerige klager geworden ben. Helemaal niet. Iedereen die me kent, weet dat ik veel en hard lach om van alles en dat ik een talent heb voor genieten. Maar tegelijkertijd voel ik op de achtergrond verdriet. Verdriet dat niet verdwijnt. Hooguit wordt het minder scherp.

Dat gegeven laat zich maar moeilijk rijmen met de positiviteitsdwang. Met het idee dat alles in het leven, dus ook leed, zich laat boetseren tot iets moois, tot een makkelijk behapbare levensles.

De meeste mensen begrijpen dit heel goed, snappen heel goed dat verdriet ruimte behoeft. Dat het geen goed idee is het te smoren met maakbaarheidsideeën. En dat verdriet pas verzacht als die ruimte gegeven is. Dat er dan weer gelachen kan worden, dat het leven dan ook weer licht en luchtig kan zijn.

Helaas kom ik een enkele keer zo iemand tegen die net een training gedaan heeft. Toen ik eens tegen een jeugdvriendin zei dat ik de zorg en vooral de nachten zwaar vond, antwoordde ze: ‘Denk je alleen dat het zwaar is of is het echt zwaar?’

Ik: ‘Nou, elke nacht urenlang wakker is vrij zwaar.’

Zij: ‘Dat is maar een gedachte. Zou je er een andere gedachte voor in de plaats kunnen zetten? Dit is je vip die spreekt.’

Met die ‘vip’, de ‘very important person’ had ze op de training kennisgemaakt. Dat was dan het duistere deel van mijn persoon dat het nodig vond gebroken nachten als zwaar te betitelen. Ik zou ze net zo goed als licht kunnen betitelen, maar dat vond mijn vip niet leuk. Zoiets.

We hebben elkaar na deze ontmoeting niet meer gezien. Wat mij vooral trof was de intolerantie in deze benadering. De intolerantie voor mijn leven, dat ook zware kanten heeft. Want getuigt niet juist een tolerante, open houding van geestelijke ontwikkeling? Kunnen ze daar geen trainingen voor ontwikkelen?

Reageer op artikel:
Korte metten met verdriet
Sluiten