Leesplezier

Veel leerkrachten onderschatten de capaciteiten van hun leerlingen. Neem het leesonderwijs in kleutergroepen. De leeslessen bij de kleuters zijn gericht op de ˜ontluikende geletterdheid'. Dat wil zeggen dat de aandacht uitgaat naar het op speelse wijze kennis maken met geschreven en gesproken taal. De kinderen leren nog niet echt schrijven en lezen, maar ze leren wel losse tekens en klanken herkennen. Iedere week staat een nieuwe letter en klank centraal, er verschijnen woordjes op het bord, voorwerpen in het klaslokaal krijgen labels of naamkaartjes, et cetera. Als de leerkracht de kinderen regelmatig attendeert op de geschreven taal in de omgeving, doen kinderen met deze aanzet in korte tijd veel nieuwe kennis op. Het effect kan zelfs zo groot zijn dat een groot deel van de kinderen in mijn ogen al in de kleuterklas zou moeten kunnen beginnen met het lezen en het schrijven van woorden en zinnen. Ik heb dit vastgesteld bij mijn eigen kinderen, maar ook bij anderstalige kinderen of kinderen van laag opgeleide ouders die ik in mijn werk meemaak op 'zwakke' scholen.

Dat ik mijn kinderen zou hebben leren lezen, is niet het geval. Ze hebben zichzelf leren lezen. De school heeft een aanzet gedaan, door de kinderen letters en klanken te leren. Dit was een goede aanzet, maar ze lieten ook een kans liggen. Want waarom zouden kinderen twee jaar lang zoet gehouden moeten worden met puur en alleen het leren van klanken en lettertekens? Ze gaan zich vervelen. Vanuit deze overtuiging ben ik thuis ook met mijn kinderen aan de slag gegaan. Wat staat hier? De ˜buh'. Goed zo. En daarna? De ˜ah?' Ja. Goed zo. En daarna? ˜De ˜sss'. Precies. Dus wat staat er? Buh-ah-sss. Ja, zeg het eens snel: B-a-s, Ba-s, Bas!

Kunnen kinderen dit niet, dan doe jij het tot in den treure voor: ˜kop is ˜k-o-p. ˜bal is ˜b-a-l'. En andersom: Ra, ra, welke naam zeg ik? ˜T-o-m', ˜W-i-m', 'M-a-x'. Zodra ze in staat zijn om korte woorden te lezen, kun je direct beginnen met het lezen van korte zinnen, zoals ˜Bas is gek', 'ik wil pap' of ˜Jos gaat weg.

Sinds mijn kinderen dit kunstje hebben ontdekt, zijn ze helemaal in hun element. Na zes maanden betrap ik mijn zoon erop dat hij op eigen houtje alles probeert te ontcijferen wat hij tegenkomt. ˜Pin-da-kaas. Nu-nog-smeu-i-ger.' Of: ˜I-ke-a, voor-al-les-een-op-los-sing.' Het is heerlijk om te zien dat er een wereld voor hem is opengegaan. Hij hoeft nu niet meer te smeken om urenlang voorgelezen te worden, maar neemt genoegen met een of twee verhaaltjes en pakt dan zelf nog een boek. Laatst pakte hij na het avondeten het rijmpjesboek van Annie M.G. Schmidt uit de kast. Ik vertelde hem dat sommige van die versjes liedjes waren, en dat je eigenlijk alle versjes en rijmpjes wel zou kunnen zingen. Spontaan begon hij de teksten te zingen, de melodieen waren zelf bedacht. Hij hield zichzelf hiermee bijna een uur lang zoet en ik moest het boek uit zijn handen trekken om hem nog naar bed te krijgen.

Natuurlijk leren niet alle kinderen zo snel en gemakkelijk lezen. Sam en Nuschka hebben een moeder die zelf warm loopt voor taal, een die bij de minste of geringste uiting van taalplezier van haar kinderen in katzwijm neervalt. Deze bijkomstigheden zullen het proces zeker versnellen. Toch geloof ik dat de snelheid waarmee kinderen vaardigheden als lezen en schrijven opdoen voor een groot gedeelte afhangen van goede instructie en voortdurende herhaling en training. Zodra kinderen het kunstje van letters verklanken, en klanken verbinden onder de knie hebben, zou je ze moeten belonen met dat wat dit nieuwe inzicht ze te bieden heeft. Het balletje gaat dan vanzelf rollen, kinderen gaan dan zelf verbanden leggen en kunnen sprongen gaan maken.

Reageer op artikel:
Leesplezier
Sluiten