Lekker laagalert

redactie 22 jun 2018 Blogs

'Kijk, nu hangt ze lekker laagalert aan tafel,' zei de fysiotherapeut. Onze uitdaging was het om Yaël alert te krijgen, begreep ik al snel. Bij de les, wakker, met oog voor haar omgeving. De bewuste sessie is alweer een paar jaar terug. Ik hoorde het woord 'laagalert' toen voor het eerst en ik vond het meteen een enorm goede term om een kind als Yaël te begrijpen.

Ik denk dat elk mens laagalerte momenten heeft en dat iedereen die ook nodig heeft. Gisteravond lag ik nog laagalert op de bank een film te kijken. Heel ontspannend. In de tropenjaren, toen we met Yaël van specialist naar therapeut naar instantie renden, was ik te weinig laagalert. Achteraf gezien was ik denk ik overspannen.

Zelfs als ik tv keek, was ik nog 'hoogalert', in beslag genomen door alle zorgen. Nu gaat dat gelukkig veel beter. Yaël heeft ook laagalerte momenten nodig, maar het punt is dat als niemand iets doet, zij de hele tijd laagalert is. Alert zijn kost haar meer kracht dan normale mensen, omdat ze prikkels anders ervaart en verwerkt. Ik weet niet precies hoe het werkt, maar ik stel me zo voor dat de dingen die ze ziet, hoort en voelt harder binnenkomen. Dat leidt tot overprikkeling en dus zet ze zichzelf in een soort sluimerstand. Maar de hele tijd in de sluimerstand staan is ook niet fijn. Dat leidt weer tot onderprikkeling. Dus dan zoekt ze zelf prikkels op en dan drukt ze dus eindeloos hetzelfde knopje in van haar lawaaispeelgoed. 'Lekkere ijsjes, lekkere ijsjes, lekkere ijsjes, lekkere ijsjes.' Waardoor ze weer overprikkeld raakt. Zo stel ik het me ongeveer voor.

Het is een delicate balans, dat hele gedoe met onderprikkeling en overprikkeling en het is allemaal veel moeilijker te reguleren dan bij normale mensen. Terwijl het voor gezonde mensen al moeilijk is, dat hele evenwicht tussen inspanning en ontspanning. Yaël moet laagalerte momenten hebben, net als iedereen. Ze heeft meer van die momenten nodig dan anderen. Maar ze moet er ook weer 'uit gehaald' worden, met een activiteit waarmee ze zichzelf niet zo overprikkelt dat de wijzer weer naar de andere kant overslaat. Lichaamsbeweging werkt heel goed. Wandelen, zwemmen, schommelen, een stukje fietsen op de driewieltandem. Dingen met muziek werken ook, maar die mogen weer niet te lang duren.

De theorie is leuk en interessant, maar het moeilijkst is het om te zien wat Yaël nodig heeft. Ik voel het feilloos aan en Hanno ook, maar wij kennen Yaël al heel lang. De begeleidsters thuis 'lezen' Yaël ook heel goed. De meesten werken hier al jaren of hebben veel ervaring met gehandicapte kinderen. In het begin was het soms even wennen voor de begeleidsters dat 'Yaël even met rust laten' ook tot hun taken behoorden. En dan vooral 'weten wanneer je Yaël even met rust moet laten'. Dat is veel moeilijker dan je denkt. Goede zorg is daarom zorg waarin medewerkers zich voor langere tijd aan patiënten kunnen verbinden. Zo min mogelijk gedoe met flexpools en invallers. Langdurige zorg is in het beste geval langdurige zorg van één persoon.  

Reageer op artikel:
Lekker laagalert
Sluiten