Leren of spelen?

Kleuters moeten op school vooral veel spelen. Leren kunnen ze hun hele leven nog. Onzin! Leren kunnen ze helemaal niet hun hele leven nog, en zeker niet op de speelse manier waarop ze dat kunnen en doen als ze jong zijn. Spelen en leren gaat hand in hand! Het spel van kinderen zit vol kansrijke momenten om er als leerkracht op in te haken. En de verplichte lesstof biedt talloze mogelijkheden om de kennis spelenderwijs op kinderen over te brengen.

Vooral in de peuter- en kleutergroepen, maar ook nog in de groepen 3 en 4, hoor ik niet alleen ouders, maar ook leerkrachten klagen dat kinderen zoveel moeten. Zij vinden dat Nederland helemaal doorgeschoten is in het idee dat je kinderen zo vroeg mogelijk kennis moet bijbrengen. Als je goed naar kinderen kijkt, zijn ze volgens sommigen nog helemaal niet toe aan grote hoeveelheden nieuwe informatie tot zich nemen, zich lang concentreren, zelfstandig werken of samenwerken – manieren van werken die horen bij ˜leren en niet bij ˜spelen.

Wat leerkrachten en ouders zien, zien ze goed. De concentratiespanne van kinderen is niet zo groot als die van een volwassene. Gemiddeld kunnen ze hun aandacht 15 tot 20 minuten vasthouden, daarna worden ze moe en nemen ze niet veel meer op. Wanneer je jonge kinderen dus iets nieuws wilt leren, moet het niet langer duren dan een kwartiertje. Duurt een les langer of lukt het niet om alle kinderen aan bod te laten komen, dan maak je een keuze. Je behandelt slechts een deel van de stof, of doet een stukje ˜s ochtends en een deel later op de dag.Je geeft slechts een aantal kinderen de beurt en niet de hele kring.

Inhaken op het spel van leerlingen hoeft niet automatisch te betekenen dat je het spel volledig overneemt. Een goede leerkracht ziet hoe kinderen spelen – waar hun interesse naar uitgaat – en grijpt dit aan om ze iets nieuws te leren. Door bijvoorbeeld kinderen te laten vertellen wat ze gespeeld hebben en er vragen over te stellen, vergroten ze hun woordenschat. ˜Ik zag dat jullie net winkeltje speelden. Wie van jullie gaat er wel eens mee naar de supermarkt met papa en mama? En hoe gaat dat dan? Behalve het uitbreiden van hun taalkennis kun je kinderen zo ook sociale vaardigheden bijbrengen (˜Wat zeg je als je een winkel binnenkomt en weggaat, of als je iets overhandigt of krijgt?) Op dezelfde manier kun je ook het ontluikend rekenen stimuleren (˜Hebben jullie zelf wel eens iets gekocht? Laat eens zien, hoe ging je toen betalen? Laten we het nog eens doen, we kunnen ook onze eigen munten en briefgeld maken!) Spelend leren – of lerend spelen – is niet te veel gevraagd van kinderen, maar is juist wat ze nodig hebben en verdienen. Dat ze hierbij geconcentreerd moeten werken en goed luisteren, kun je trainen, net als zelfstandig werken en samenwerken.

Kinderen moeten wel fit zijn om de lessen aan te kunnen en de activiteiten moeten boeiend genoeg zijn om de concentratie en discipline op te kunnen brengen. Een boeiende les is niet een les waarbij kinderen in slaap vallen en de helft van de informatie al bekend of juist volledig onbekend is. Het moet spannend en uitdagend zijn, toegesneden op het niveau van het kind.

En het mooie is: wie bekend is met verschillende didactische werkvormen en echt oog heeft voor de behoeften van kinderen, voor de ontwikkeling die ze als groep en individu doormaken, doet dit automatisch goed!

Reageer op artikel:
Leren of spelen?
Sluiten