Lex Lemmers, onderzoeker Trimbos-instituut

redactie 21 jun 2018 Uncategorized

In Amsterdam kijkt niemand er raar van op wanneer je als moeder werkt, of als je kinderen naar de opvang gaan. Maar hier, in het dorp waar ik sinds een half jaar woon, snappen ze dat niet.

Niet alleen het dorp is klein. Ook de scholen. Klein in aantal, klein qua grootte. Klein qua opzet, klein qua visie. Mijn kinderen zitten beiden nog in de kleutergroep. Kleutergroep of kleuterschool beschouwt men hier – zo krijg ik soms het idee – nog niet echt als ˜school, maar meer als een plek waar kleuters kunnen heen gaan om langzaam aan school te wennen, met elkaar in de kring te zitten, spelenderwijs dingen te leren, en vooral ook veel te knutselen en te spelen.

Kleuters zijn natuurlijk ook nog klein, dus je mag niet te veel van ze eisen, vindt men hier. In praktijk betekent dat dat mijn kinderen drie van de vijf dagen alleen maar in de ochtend school hebben en daarna naar huis gaan. Of – in ons geval – met een taxibusje naar de kinderopvang gebracht worden. Vol verbijstering kijken andere ouders op het schoolplein toe hoe Sam en Nuschka met witte gezichtjes het busje in gehesen worden, om vervolgens in een comateuze slaap te vallen. Tien minuten later worden ze er weer uitgetakeld, om zich over te geven aan weer een andere omgeving met nieuwe juffen en grote, drukke kinderen die op de opvang films kijken als Thriller met Michael Jackson, waar mijn kinderen thuis met rode oortjes over vertellen. Daar moeten ze tot zes uur wachten tot ze, meestal als laatste, door een van ons worden opgehaald.

In Amsterdam kijkt niemand er raar van op wanneer je als moeder werkt, of als je kinderen naar de opvang gaan. Ze zullen eerder om uitleg vragen wanneer je als moeder thuis zit. Naar de kleuterschool gaan, is in Amsterdam van essentieel belang. In de kleutergroepen leer je schrijven en lezen, juist in deze fase, zodra kinderen er ontvankelijk voor zijn. Stimuleer je het als school of ouder niet, dan lopen de kinderen een achterstand op die ze nauwelijks of niet meer inhalen. De dagen duren lang, hooguit op woensdag is er tijd om door papa of mama van school gehaald te worden.

En zo zijn er nog meer verschillen in opvattingen over wat je van kinderen kan vragen en wat goed onderwijs is, wanneer je mijn dorp vergelijkt met de grote stad. Bij de kleuters krijgen de kinderen in de grote stad standaard les in kleine groepjes. Onderwijs op maat heet dat, want kinderen verschillen nu eenmaal in kennis en vaardigheden.

Een ander voordeel van de grote stad is dat het wennen aan het groepsgebeuren en samen leren spelen in Amsterdam vanaf de geboorte al plaatsvindt. Gaan ze als baby niet naar het kinderdagverblijf, dan gaan ze vanaf hun tweede naar een peuterspeelzaal. En ook daar wordt lesgegeven in kleine groepjes. Niet altijd met succes, maar ze doen in ieder geval een poging.

Verheerlijking van de hoofdstad? Misschien. Maar in Amsterdam kampte ik niet met schuldgevoelens over hoe ik mijn leven met twee jonge kinderen combineerde met werk. Hier krijg ik het idee dat ik mijn omgeving er voortdurend van moet overtuigen waarom ik mijn leven leid zoals ik het leid, en waarom ik mijn kinderen zelf thuis leer lezen en schrijven. En dan kan het wonen hier nog zo prettig en gemoedelijk zijn – groener, ruimer en betaalbaarder -, het zal nog lang duren voordat ik gewend ben aan de dorpse visie op wat kinderen aankunnen.

Reageer op artikel:
Lex Lemmers, onderzoeker Trimbos-instituut
Sluiten