Lotgenoten

redactie 22 jun 2018 Blogs

Ik vond het altijd een beetje een klef woord, lotgenoten. Sneu ook. Mensen die een verbintenis hadden door gedeeld leed. En die daar dan samen fijn over gingen praten, omdat de buitenwereld het allang zat was, die ziekte, of die verslaving of die man met zijn psychiatrische aandoening. Lotgenoten kwamen samen in lelijke zaaltjes in buurthuizen, waar ze met elkaar onbegrepen en boos op de wereld konden zijn.

Ik had het verkeerd. Ik moet namelijk iets toegeven. Ik ben Sanne en ik heb lotgenoten. Ik heb ze, ja het wordt nog iets erger, leren kennen via internet. Op een speciaal forum voor ouders van gehandicapte kinderen. Dat forum is in de begintijd, toen we het net wisten, heel belangrijk voor me geweest. In mijn directe omgeving had ik vooral ouders van ongelooflijk succesvolle kinderen, die zich nog sneller ontwikkelden dan de richtlijnen van Oei ik groei, u weet wel, dat boek waarin staat dat baby’s gemiddeld met negen maanden hun eerste potje voetbal spelen.

Op mijn forum begrepen de mensen hoe het was, een kind dat ‘s nachts urenlang kan gillen. Dat allerlei onderzoeken moet ondergaan. Dat in het ziekenhuis ligt omdat het niet uit die epileptische aanval komt. Ik kwam er bovendien te weten hoe ik een persoonsgebonden budget moest aanvragen, waar ik moest zijn met mijn verzoek tot ontheffing van de leerplicht voor Yaël en waar ik XXL-rompers kon kopen. Een spoedcursus gehandicapt kind eigenlijk.
Op de internetontmoetingen volgden ontmoetingen in real life en daaruit groeiden vriendschappen. Heel normale, maar toch bijzondere vriendschappen.

Het is vrijdagavond. Ik ben met twee van mijn nieuwe vriendinnen uit eten en we bespreken ons leven. Werk, mannen, familie en natuurlijk onze kinderen. We scheppen schaamteloos op: '6 jaar en ze zegt al 'mama', ongelooflijk!' We eten tapas, drinken te veel sangria, praten, lachen, huilen en zijn onbeschrijflijk trots op onze knappe meiden. We zijn lotgenoten.

Reageer op artikel:
Lotgenoten
Sluiten