Luizen-alarm

redactie 22 jun 2018 Blogs

Toen mijn dochter net vijf dagen oud was, zag ik ineens in haar korte rechtopstaande oranje haartjes drie luizen lopen. (Ja, mijn pasgeborene leek op een baby orang-oetang.) Ze had lopende luis! Bloedzuigers op mijn baby, parasieten! Met dank aan haar grotere broer en zus natuurlijk, die er op hun beurt weer niets aan konden doen. Luizen houden zich namelijk helemaal niet aan het mijn en het dijn. Laat staan aan een weekschema en wisselende huizen, die lopen gewoon overal dwars doorheen.

Luizen schijnen bovendien een soort van aan te voelen wanneer ze het minst welkom zijn, bijvoorbeeld als je net bent bevallen. De grote schoonmaak kon weer van voren af aan beginnen. Wassen, stofzuigen, kammen, wassen en weer kammen. Je moet er toch wat aan doen.

Daar hoort ook bij dat je het andere huis alarmeert, het minst charmante telefoontje ever: ‘Luister, we hebben hier weer luizen.’ Het is altijd aantrekkelijk om te denken dat je eigen huis ongedierte vrij is en dat het onheil van elders komt. Ik weet zeker dat elke ouder dat denkt. In het geval van een dubbel huishouden of van kinderen die tussen twee huishoudens wisselen is het heel vanzelfsprekend om te denken dat de luizen uit het andere huis zijn meegewandeld. Een lastig dossier dus die luizen. Want wie liep wat waar op?

Voordat je het weet, raak je verzeild in een loopgravenoorlog. Want als jij wel wast en kamt en kamt en wast, en je het idee hebt dat het andere huis dat niet doet, ben je verloren. Je kan natuurlijk bij de overdracht direct de kinderen in de hal controleren. Voordat ze een voet op eigen bodem zetten luizenpluis je ze van kop tot kont. En als je dan een luis treft kun je – terwijl je de kinderen angstvallig gevangen houdt in de gang – een scherp bericht sturen naar het andere huis. Hebbes! Maar ja, zeg nou zelf, is dat een hele stoere overwinning? De kinderen vinden zo’n quarantaine behandeling vast niet zo tof.
Dus meestal controleerde ik na een middag spelen met andere kinderen ons kroost voor het slapengaan en dan was het niet duidelijk waar die kleine huftertjes vandaan kwamen. Je moet daarna gewoon aan de slag. Punt.

De moeder en ik vonden overigens vrij snel een gemeenschappelijke vijand. Dat klinkt wat cru maar de moeder van het betreffende kind had hardop gezegd de strijd tegen de luis te hebben opgegeven. Aha! Wij hielden dus logeerpartijtjes bij en checkten jassen van dat kindje uitgebreid. Een gemeenschappelijke vijand verbroedert nou eenmaal, ik kan het iedereen aanraden. Diplomatie op neet-niveau.

Nu de oudste twee op de middelbare school zitten, is het helemaal gedaan. Met de neten, de luizen en vooral met de controle. ‘Op de middelbare heb je geen luizen,’ zei mijn stiefzoon in zijn eerste jaar. Ik geloofde hem op zijn woord en heb het amper meer gecontroleerd. Heerlijk rustig.

Half oktober verscheen Daniëlle’s boek Dat is mijn moeder niet!
 Een boek met durf, humor en nuance over de mooie en de moeilijke kanten van het stiefmoederschap.

Reageer op artikel:
Luizen-alarm
Sluiten