Maar ze is wél gelukkig (2)

redactie 22 jun 2018 Blogs

We zitten met Yaël al een tijdje in uitstekend vaarwater. Ze is meestal blij, voor haar doen vrij helder, ze slaapt redelijk, eet genoeg (alleen geen groenten), kortom ze doet het gewoon goed.

Daar komt bij dat de zorg voor haar al een tijdje loopt zoals we dat zouden willen. Na wat personele onrust op haar kinderdagcentrum is daar nu de rust weergekeerd, we hebben een handjevol trouwe begeleidsters voor thuis en het wekelijks nachtje logeren is steeds opnieuw een hoogtepunt voor Yaël.

Natuurlijk blijft het een kwetsbare, wankele balans. Nog steeds vergissen we ons wel eens in Yaëls draagkracht en moeten we achteraf concluderen dat we haar met een uitstapje of experiment overvraagd hebben. Nog regelmatig vliegt ze emotioneel uit de bocht vanwege overprikkeling. We moeten haar wereld klein blijven houden. Zoals een gehandicaptenarts het eens zei: 'Het leven kost haar heel veel kracht.' Het bijtgedrag en de tics blijven. Maar ze hebben niet meer de overhand.

Een paar jaar terug beschreef ik hier mijn aarzeling mensen over Yaël te vertellen die 'het nog niet wisten'. Over de ongemakkelijkheid die dan soms ontstond omdat mensen schrokken en niet goed wisten wat ze terug moesten zeggen. Of dan zeiden ze 'heftig', en dan viel er daarna een pijnlijke stilte. Ik schreef toen hoe ik die stilte afstopte met een opgewekt 'maar ze is wél gelukkig'. Gesprek afgelopen, iedereen gerustgesteld.

Punt is dat ik dat al haar hele leven zei en dat er tijden waren waarin ze helemaal niet zo gelukkig was. Althans, lang niet zo gelukkig als nu. Er waren tijden dat ze zo overprikkeld en geagiteerd was – onder meer door de verkeerde medicijnen – dat er voor iets als geluk, wat dat ook moge zijn, helemaal geen ruimte was. Er zijn jaren geweest dat ze door het slechte slapen doodop was. En daar werd ze dan weer heel druk van en dan sliep ze weer slecht. Zo modderden we voort.

En toch hoorde ik mezelf vaak zeggen: 'Maar ze is wél gelukkig.' Waarom eigenlijk? Om het allemaal een beetje leuk en gezellig te houden met de andere mensen denk ik. En ook om mezelf te overtuigen. Omdat elke moeder ergens toch denkt dat een gelukkig kind haar verdienste is. En omgekeerd: dat een ongelukkig kind haar schuld is. Omdat moeders bovendien denken dat anderen dat ook denken. Dat staat volgens mij los van beperkingen.

Natuurlijk waren er toen ook momenten dat ze zich goed voelde. Die zijn er altijd geweest. Maar die vette uitspraak dat ze 'wél gelukkig was' sloeg zeker in de begintijd nergens op.

Nu wel. Nu kan ik uit de grond van mijn hart zeggen dat Yaël een gelukkig kind is. Ik weet inmiddels ook dat ik daar heus wel invloed op heb, maar dat die invloed beperkt is. 

Reageer op artikel:
Maar ze is wél gelukkig (2)
Sluiten