Mama doet net of ze niet op mij let

redactie 21 jun 2018 Blogs

We zijn begonnen aan een nieuw experiment. Yaël eet sinds ruim een week met de pot mee. Of nou ja, met de pot mee, we proberen haar te laten proeven van ons eten.

Waarom nu pas? Dat zit zo. Een van de opvallendste kenmerken van Yaëls autisme is dat ze prikkels anders ervaart en verwerkt dan normale kinderen. Dat heet in orthopedagogentaal een ‘sensorische integratiestoornis’. Vooral haar mond is overgevoelig. Van dingen die onbekend voelen kan ze gruwen.

Aan de andere kant zit ze nog op een soort babyniveau met het ontdekken van dingen: ze voelt nog met haar mond en bijt overal op. Dat is, als je erover nadenkt een groezelige gewoonte. Ze loopt, kan overal bij en stopt alles in haar mond. We kunnen hier niet zoveel aan doen, behalve haar speelgoed af en toe schoonmaken, haar voortdurend goed in de gaten houden en vaak haar handjes wassen. Regelmatig hoor ik mezelf dingen roepen als: ‘Gatver, de Winnie the Pooh-laptop stinkt.’

Volgens de fysiotherapeut leidt Yaël de verstoorde prikkelverwerking met het bijtgedrag in goede banen.

Het is gelukt haar brood en fruit te laten eten, maar een lepel in haar mond stoppen is van het begin af aan moeilijk geweest: veel te invasief. We ontdekten gaandeweg de beste manier om haar ‘s avonds te laten eten: we bleven het eten malen met de roerzeef, voerden haar met het kleinste, zachtste babylepeltje en lazen intussen boekjes voor om haar af te leiden van al die ingewikkelde mondprikkels. Dat ging best goed. Ik verstopte alle soorten groenten in de prakken, van asperges tot bleekselderij. Nou vraag ik u: welke 6-jarige eet bleekselderij en asperges?

Het was een hoop gedoe, die prakken, maar ze kreeg alles binnen en daar ging het om.

Meestal aten wij pas als Yaël in bed lag. In alle rust. Nadeel was wel dat de halve avond opging aan koken en eten.

Langzaam begon het me op te vallen dat Yaël belangstelling kreeg voor ons eten. Toen we een keer pasta met venkelworstjes aten, keek ze het eten bijna uit mijn mond. Ik gaf haar een stukje worst. Lekker, dat smaakte naar meer. Nog een stukje. Nog eentje. Een paar penne. Ze keek even bedenkelijk. Dat voelde raar. Maar het smaakte wel goed.

Dus besloten we tot iets rigoureus: we zouden voortaan met z’n drieën eten. Dat was nog niet zo makkelijk. Eenmaal voor het echie, met een bord voor haar neus, vond Yaël het toch heel ingewikkeld, dat grotemenseneten. Ze mocht met haar handjes aan het eten voelen, verkennen: heel belangrijk, erin knijpen en ervan proeven. De eerste maaltijd werd een ravage. Ze had hooguit een paar hapjes gegeten. Voeren lukte niet. Het eten lag overal. De dagen erop verliepen niet veel beter. Op haar beste dag at ze vijf stukjes van mijn zelfgemaakte pizza.

Het leek wel of ze een soort druk voelde. Nu moest ze eten. Ik probeerde zo neutraal mogelijk te doen, niet te veel op haar te letten. Helaas voelt Yaël alles haarfijn aan. Mama doet net of ze niet op mij let. Daarom ga ik nu extra op mama letten, terwijl ik het eten met mijn handjes fijn knijp en het  op de grond gooi. Mama moet nu hard lachen. Ik blijf haar strak aankijken en smeer de gegrilde tomaten over tafel, daarna sla ik er met mijn handjes in. Dat geeft een vet effect.

Na de dagelijkse anti-autoritaire kresjfase vulden we haar af met brood en fruit. De opvoedwet ‘je krijgt dit of je krijgt niets’ leek me te hardvochtig voor een kind dat zoveel moeite heeft met het onbekende.

Zo klooiden we een week aan. Ik begon te piekeren: kreeg ze wel genoeg groenten binnen? Met al die medicijnen had ze misschien meer nodig dan andere kinderen. Ze zag de laatste tijd al zo wit. En zo ging de volgende fase van het experiment in: die van de ‘schaduwprakken’.

Yaël mag nu eerst met ons mee-eten, en daarna krijgt ze haar oude, vertrouwde prak. Na een paar dagen herkende ze het patroon. En nu zijn we hier: ze kijkt boos en ongedurig naar die onbekende stukken op haar bord. Als we niet snel genoeg met de prak komen, begint ze te huilen en te bijten van frustratie. Ze heeft nog nooit zo gretig haar prak gegeten.

Inmiddels twijfel ik aan het nut van het experiment. Is ze hier wel aan toe? Ze lijkt het wel heel gezellig te vinden dat we met z’n drieën eten. Dat ze erbij hoort. Maar overvragen we haar niet? Of moeten we juist stoïcijns doorgaan met het aanbieden van ons eten, zodat ze rustig kan wennen?

En, belangrijker: is dit het gedrag van een assertieve peuterpuber of van een verwarde, overprikkelde autist?

Reageer op artikel:
Mama doet net of ze niet op mij let
Sluiten