Meer moeders op het voetbalveld

redactie 19 jun 2018 Aanmoedigen

Ouders langs de lijn leggen vaak veel druk op hun kind, óók in de rol van coach, trainer of begeleider. Zinloos voor het voetbal, heilloos voor het kind. De remedie? Meer zorgzame moeders in de dug-out, en de prestatievaders achter de ranja.

Een feit: van elke tien voetbalpupillen zijn er tegen de juniorenleeftijd nog maar drie over. Zeven van de tien verdwijnen voor hun 14e van de grazige velden. Dat zijn tienduizenden leuke voetballertjes per jaar. Nu ontroeren ze ons nog in hun kleurige Messi-shirts en hun kluitjesvoetbal, maar uiteindelijk gaan ze verloren voor de teamsport. Waarom? Doorgewinterde trainer-coaches weten het wel. Afhakers, dat zijn gewoon de mindere voetballers. Slappelingen zonder echte voetbalouders, pubers met vage hobby's. Geen groot verlies voor de club.

Is het mogelijk dat het ook een beetje aan die trainer-coaches ligt? Gaven ze de gedreven talenten alle aandacht, en mocht het soepie het uitzoeken op een bijveldje? 'Mannen begeleiden graag selectiespelers: een makkie,' zegt Ingrid de Wit. Bij RKVV Dommelen trainde ze jarenlang pupillen. 'Maar om alle kinderen een leven lang te laten genieten van voetbal, moeten we begrijpen dat ze niet allemaal worden gedreven door topprestaties. Elke dag is er wel één die niet wil en de sfeer in de groep ondergraaft. Zo'n kind kom je eerder tegen onder gewone voetballertjes. Toch vind ik de E7 leuker om te doen dan de E1. Het echte werk.' De vrouwelijke aanpak: voor, tijdens en na de wedstrijd.

Eerst een praatje

Bij een selectieteam van een club in Reeuwijk luisterde ik eens mee in de kleedkamer. Vlak voor de wedstrijd probeerde de trainer-coach met 9-jarige spelers een dialoog te voeren. Het draaide uit op een spervuur van instructies. Eén voor één moesten ze aangeven waar ze vandaag extra hun best voor gingen doen. Breed houden, druk zetten, elkaar coachen. Zijn assistent schreef driftig mee, in de rust zou elke speler streng worden herinnerd aan de zelfopgelegde taken. Ook werden op een magneetbord alle standaardsituaties in het veld en bijbehorende posities en taken doorgenomen. Er moest van alles.

Het enige meisje in het team vroeg ik later wat ze van het praatje vond. Ze zei veel van haar coach te leren. Kon ze ook met hem lachen? Mocht ze als verdediger mee naar voren? Acties maken, dingen uitproberen? Toen viel ze stil.
Waar houdt het stimuleren op, waar begint het fnuiken? Moeten we maar helemaal niks zeggen in de kleedkamer en spelers alleen veel succes wensen? Of dolen ze dan stuurloos over het veld?
Bij een club in Wormerveer hoorde ik deze peptalk: 'Jongens, wel voetballen zometeen. Scherp zijn. Die bal moet er wel in, hè!' Intussen stompte de man steeds in de binnenkant van zijn hand. De spelers op de banken keken vaag voor zich uit.

Soms kom ik een coach tegen die een echt gesprek voert met spelers. Hij verwelkomt elke speler in een leuke sfeer, houdt opstelling en wisselbeleid kort en richt de bespreking in volgens de structuur van voetbal: aanvallen, omschakelen en verdedigen. Spelers denken mee. Bijdrages zijn soms niet ter zake of obligaat, maar in die dialoog krijgt de coach de kans aandacht te schenken aan spelers apart. Op moeilijke momenten, bij een achterstand of trammelant in de groep, benoemt elke speler het sterkste punt van zijn buurman. Kringetje rond, en ze gaan weer voor elkaar door het vuur.

Het geheim van zo'n coach? 'Maatwerk,' zegt Ingrid de Wit. 'Wat drijft een speler? De één komt voor de gezelligheid, de ander voor doelpunten. De één luistert, de ander doet graag voor. “Trainer, mag ik het voordoen?” Zeg ik: “Als jij goed oplet, mag jij het voordoen.” Zijn ze niet stil te krijgen? Ben ik makkelijk in. Ratjes zet ik langs de kant. Dan zeg ik: “Ik had ook de was kunnen strijken. Zeg het maar: strijken of trainen?” Gelukkig kiezen ze dan voor trainen, haha.'

Tijdens het spel

In de Utrechtse prachtwijk Hoog-raven liep ik enkele dagen mee met Ahmed. Hij kon het spel niet aan zijn spelers zelf overlaten.
'Bilal! Je hebt daar niks te zoeken! Naar achteren!'
'Ibrahim! Waarom kom je steeds naar binnen? Je staat aan de buitenkant.'
Een schaar van Ayoub mislukte. 'Dat wil ik niet meer zien!'
Ahmed wist het van zichzelf. Hij is een PlayStation-coach. Maar, zei hij, als ik ze het zelf laat uitzoeken, staan ze zó 3-0 achter. Dan had hij de poppen aan het dansen. Verliezen haalde niet het mooiste in zijn spelers boven.

Maak om te beginnen het winnen onbelangrijk, zou Ingrid de Wit hem adviseren. Laat spelers voelen dat ze echte winnaars zijn als ze 'van zichzelf' winnen. Doe dit consequent, hoe vaak ze ook beginnen over standen en uitslagen. Observeer zo lang mogelijk in stilte. Concentreer je op de individuele voetbalhandelingen (aannemen, dribbelen, passen en schieten) en bij oudere pupillen op het samenspel. Laat spelers zelf beslissen. Vaak voorzeggen (voor de actie) leidt soms tot gewonnen wedstrijden, maar spelers beleven er uiteindelijk minder plezier aan. Ze leren het spel minder goed spelen. Wil je toch iets zeggen, noem dan de naam van de speler, geef een concrete tip in simpele termen die je al eerder met hem besprak. 'Sam, zijkant.' Doet hij er niets mee? Coach liever wisselspelers. Hou ze bij je in de buurt, betrek ze bij het spel door ze op dingen te wijzen en vragen te stellen. Negeer de 'voetbalfouten', wees scherp op onsportief gedrag, maar zie omgekeerd goede voetbalacties en sportiviteit niet als iets vanzelfsprekends: beloon het consequent met een compliment.

De nazorg

Na de eindpenalty's waaieren spelers uit. Blijf jij als coach achter met een leeg gevoel? Je kunt ook met ouders afspreken de ochtend gezamenlijk af te sluiten. Wapen je wel van tevoren, waarschuwt Ingrid de Wit. Vroeg of laat kom je onder vuur te liggen. 'Vaders die het niet eens zijn met je wisselbeleid en jou -liever de ranja zien schenken, tijgermoeders die hun kind rijp vinden voor de selectie. 'Ons Pietje naait er toch elke week twee in? Ons Pietje is gewoon verschrikkelijk goed!'
Haal je energie vooral uit de kinderen. Laat ze na de wedstrijd op adem komen, overlaad ze niet met je bevindingen.

Bestaat er individueel toch behoefte aan een opbeurend praatje of een tip? Een vader naast je is al bezig: 'Kijk, Urgill. Zoals Rens het doet, zo moet jij het ook doen.' Vergelijk kinderen nooit met elkaar. Misschien had Urgill liever op zwemles gewild en is hij hier voor zijn vader. Dus: 'Urgill, we genieten van jou. Buig volgende week nog iets meer over de bal en probeer de bal met je veters te raken. Dan gaat-ie er zeker in.'

Mannen willen het verschil maken, concludeert Ingrid de Wit. 'Met verstand van voetbal. Vrouwen willen verschillen binnen de groep juist kleiner maken, met verstand van kinderen. Daarmee kom je bij de pupillen het verst. Zorg nou maar goed voor ze, uiteindelijk gaan ze dan ook goed voetballen.'

3 coachtips van CVV Vriendenschaar E8 (Culemborg)

Roswida Lamboo en Gabriëlle Kooij, moeders en leiders:

  1. Laat spelers zichzelf zijn
    Benader ze op gelijke hoogte, ga door je hurken, neem ze serieus. Bespreek de wedstrijd met ze na, sta stil bij wat goed ging, maar geef ze ook de ruimte om aan te geven wat ze niet goed vonden gaan (want tíjdens de wedstrijd mopperen we niet).'
  2. Houd ouders kort
    'Bemoeizucht? Laat je niet verleiden tot discussies, verwijs naar afspraken. Jij beslist over de opstelling en wat wel en niet kan.'
  3. Doe niet alles alleen
    'Loslaten is lastig, je wilt het allemaal zo goed mogelijk doen. Maar van de strijd tussen twee spelertjes bleef ons hele team last houden. Zoek op tijd hulp bij de jeugdcommissie.'

4 coachtips van RKSV Groen-Wit D1 (Breda)

Teamleider (en moeder) Lianne van Beek en trainer-coach Abdel Zerai:

  1. Afspraken maken moet
    'Maak aan het begin van het seizoen heldere afspraken over gewenst en ongewenst gedrag – van spelers én ouders. Vergeet de sancties niet. Te laat op de training? Extra rondje lopen. Niet op de training? Begin je op de bank. Voer de sanctie daadwerkelijk uit en vertel het waarom erbij.'
  2. Voer gesprekjes met spelers
    'In vijfminutengesprekjes elk half jaar kunnen spelers zaken kwijt die ze in de groep liever niet bespreken. Voor ons zijn die gesprekjes een kans om individuele complimenten te geven of betere afspraken te maken. Structurele problemen? Bij Groen Wit hebben we de Commissie Respect & Sportiviteit. Vraag in gesprekken door naar het waarom van gedrag: wordt een speler gepest? Speelt er thuis iets?'
  3. Spelers sturen elkaar bij
    'Enkele jongens in het team kletsten vaak door Abels uitleg heen en speelden de clown. Nu houdt hij zich alleen nog bezig met gemotiveerde spelers. Jongens die niet opletten moeten bij Lianne hun gedrag uitleggen en rondjes lopen. Ze komen die training niet aan de bal en ze spelen niet mee met de wedstrijd. Wat blijkt? Deze sanctie is niet één keer nodig geweest! Het was een ommekeer. De jongens spreken nu elkaar aan op gedrag. Dat bevorderen wij met complimentjes, maar alertheid blijft geboden, de sfeer kan zo omslaan.'
  4. Vergeet je eigen kind niet
    'Aanvankelijk spraken we elkaars kinderen niet aan op gedrag. Niet handig; kinderen hebben in de groep voor de eigen ouder minder ontzag. Nu durven we ook kritisch te zijn op elkaars kinderen. Tegelijk moeten we ervoor waken ons eigen kind achter te stellen – uit angst hem voor te trekken. Mijn zoon zei: “Je geeft iedereen aandacht, behalve mij.” Sla om je eigen kind wat vaker een arm.'

Hoe vind ik een leuke club voor mijn kind?

Nette club, grote jeugdafdeling, samenwerkingsverband met een profclub, veel teams in een hoge klasse, goede prestaties? Het zegt niets over hoe ze omgaan met je kind. Als je wilt dat hij of zij vooral plezier heeft in voetbal én dat nog lang behoudt, neem dan eens een kijkje bij een training en een wedstrijd. Proef de sfeer. Stel je zo langs de lijn op dat je de trainer of coach goed kunt horen. Heeft hij veel verstand van voetbal – maar minder van kinderen? Kijk nog even verder.

Voor de KNVB schreef Jeroen Siebelink de reeks Allemaal Uitblinkers: toegankelijke handboeken/dvd-boxes voor trainers, coaches en begeleiders van mini-, F-, E-, en D-pupillen. Daartoe volgde hij jarenlang clubs en teams langs de lijn tot in de kleedkamer. Eerder schreef hij De Voetbalbelofte, Achter de Schermen van de Jeugdopleiding. Binnenkort verschijnt Pupil, Beroemde Voetbal-vaders Kijken naar hun Kind op het Voetbalveld.

 

Reageer op artikel:
Meer moeders op het voetbalveld
Sluiten