Meisjesbrein: intuïtieve en zorgzame multitaskers

redactie 19 jun 2018 Gezondheid

Vanaf 2-jarige leeftijd is het meisjesbrein gemiddeld kleiner dan het jongensbrein. ‘Ha, zie je wel, meisjes zijn minder intelligent’ werd er natuurlijk direct geroepen. Totdat wetenschappers ontdekten dat er in het meisjesbrein een veel hogere stofwisseling plaatsvindt. “Het meisjesbrein is gewoon een andere machine, het draait een ander programma af”, stellen neurobioloog Dick Swaab en biopsycholoog ­Martine Delfos.

Hormonen maken het grootste verschil, aldus Dick Swaab van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen in Amsterdam, en schrijver van het boek 'Wij zijn ons brein'. Tijdens de tweede helft van de zwangerschap, wanneer de geslachtsorganen zijn gevormd, staat het jongetjesbrein bloot aan hoge concentraties testosteron. Dat hormoon stuurt het brein definitief de mannelijke kant uit. Meisjes verkeren dan in een relatief rustig vaarwater. Ze ondergaan noch een testosteron- noch een oestrogeenpiek tijdens de zwangerschap. Hun brein krijgt daardoor een vrouwelijke signatuur.

Biologische voorkeur

Bij de geboorte is dat meteen duidelijk, aldus de Amsterdamse hoogleraar neuro­biologie. Al vanaf de eerste dag kijken babymeisjes het liefst naar gezichten. Een jaar later maken ze meer oogcontact dan jongens. En als ze gaan spelen, voelen ze zich vooral aangetrokken tot poppen en knuffels waarmee ze zich rustig in een hoekje terugtrekken. Meisjes tekenen ook ’t liefst menselijke figuurtjes, bloemen en vlinders die ze versieren met heldere kleuren zoals rood, oranje en geel.

En dat heeft allemaal niets te maken met de opvoeding of de stempel die de maatschappij op de kinderen drukt, zoals men in de jaren zestig en zeventig dacht. Het is een biologische voorkeur die vanuit het kind komt. “Toen ik dertig jaar geleden een dochter en een zoon kreeg, heb ik ze beide soorten speelgoed aangeboden, autootjes en poppen, maar ze maakten consequent stereotype keuzen. Mijn dochter speelde alleen met de poppen.” Onderzoek ondersteunt deze persoonlijke waarneming. Meisjes die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan testosteron omdat hun bijnier niet goed werkt, vertonen namelijk juist jongensgedrag. Ze zijn drukker en wilder in hun spel, spelen met auto’s en tekenen het liefst vervoersmiddelen als treinen, auto’s en vliegtuigen in koele en donkere kleuren. Bij apen zijn dergelijke sekseverschillen eveneens waargenomen. In een experiment kregen de vrouwtjes van de groene meerkatapen poppen, autootjes en ballen aangeboden. Ze ontfermden zich als een moeder over de poppen.

Seksuele voorkeur is geen keuze

Ook de seksuele voorkeur ligt al vanaf de geboorte vast. Homoseksualiteit heeft dus niets van doen met opvoeding of een lifestyle keuze zoals vaak wordt gedacht. Wel met genetica (voor vijftig procent) en blootstelling aan hormonen of chemische stoffen in de baarmoeder. Moeders die tijdens de zwangerschap gestrest zijn of roken, hebben een grotere kans op lesbische dochters, net als moeders die het medicijn DES hadden geslikt tijdens de zwangerschap om een miskraam te voorkomen. En ook de meisjes die door een bijnier­afwijking blootstaan aan hoge concentraties testosteron maken meer kans om bi- of homoseksueel te worden.

Zelfs het ‘je vrouw of meisje’ voelen – wat weer anders is dan de seksuele voorkeur – is voor de geboorte vastgelegd en beïnvloedbaar door hormonen. Swaab ontdekte midden jaren negentig dat dit in de hersenen op een speciaal plekje te zien is, de Bed Nucleus Stria Terminalis (BNST). Als het tweemaal kleiner is en tweemaal minder zenuwcellen bevat dan bij een jongen, voelt het kind zich een meisje. Enkele jaren daarvoor had hij al gevonden dat de biologische klok bij meisjes twee keer zo klein is als bij jongens.

Kenmerken van het meisjesbrein

Er zijn de laatste tien tot twintig jaar wel zo’n honderd sekseverschillen in het brein gevonden. In veel gevallen kennen de wetenschappers echter niet de precieze functie van die verschillen, laat staan de effecten ervan op gedrag. Van een aantal kenmerken van het meisjesbrein is dat wel bekend.

Het meisjesbrein is door de afwezigheid van een testosteronpiek in de baarmoeder bijvoorbeeld symmetrischer dan het jongensbrein en heeft meer verbindingen tussen de linker- en rechterhersenhelft. Daarnaast is het vermogen tot taal en het onder woorden kunnen brengen van gedachten en gevoelens (linkerhelft) sterk ontwikkeld. Meisjes zijn daardoor communicatief en goed in het verwerken van grote hoeveelheden informatie tegelijkertijd zoals multitasken. Ze kunnen ook goed verschillende soorten informatie combineren, wat bekend staat als de vrouwelijke intuïtie.

Van alle markten thuis

Het meisjesbrein heeft de architectuur van een generalist, aldus Martine Delfos, biopsycholoog en schrijfster van de boeken 'De schoonheid van het verschil' en 'Verschil mag er zijn'. Het is van alle markten thuis. En dat komt goed van pas als je op anderen bent gericht. Want volgens Delfos is het voorkeursgedrag van meisjes geconcentreerd op zorg. Meisjes verbinden zich met andere mensen om zich veilig te voelen. Waar jongens de wereld verkennen door uit te vinden hoe objecten en materialen werken, verkennen meisjes de wereld door uit te vinden hoe de medemens in elkaar steekt, hoe ze de ander kunnen helpen. Daarom richten meisjes zich vanaf dag één al op gezichten en spelen ze liever met poppen dan met auto’s. Daarom ook spelen meisjes voortdurend allerlei psychologische spelletjes met elkaar.

Volgens Delfos betekent het voorkeurs­gedrag voor zorg niet dat meisjes niet technisch zijn of alleen maar voor mensen willen zorgen, maar dat het brein op een andere manier ‘bij’ die techniek kan. Hun brein gaat makkelijker met techniek aan de slag als er een zorgvraag is. Het ontwikkelen van techniek alleen om de techniek zelf, is aan meisjes minder besteed, zegt Delfos.

Verschillen in het brein

Dat er inderdaad verschillende circuits zijn in de hersenen om hetzelfde te bereiken, bleek een aantal jaren geleden uit hersenscans. Mannen en vrouwen met dezelfde intelligentie bleken andere zenuwpaden in de hersenen in te zetten om vragen op te lossen. Bij de vrouwen waren gebieden in het voorhoofd actief (vooral het taalgebied), bij mannen gebieden in het achterhoofd (het deel waar informatie van de zintuigen wordt verwerkt). Jongens verwerken informatie meer visueel-ruimtelijk, meisjes meer verbaal-linguïstisch.

Een veel ouder voorbeeld is de grootte van de hersenen. Vanaf het 2e jaar is het meisjesbrein gemiddeld kleiner dan het jongensbrein. ‘Ha, zie je wel, meisjes zijn minder intelligent’ werd er geroepen. Totdat wetenschappers ontdekten dat er in het meisjesbrein een veel hogere stofwisseling plaatsvindt. “Het meisjesbrein is gewoon een andere machine, het draait een ander programma af”, aldus Swaab.

Eerder rijp

Dat programma begint ook eerder met rijpen. Gedurende de groei maakt het brein verbindingen efficiënter en sneller. Hersencellen die niet worden gebruikt, ruimt het op. In afwezigheid van testosteron begint het meisjesbrein daar gemiddeld twee jaar eerder aan. Daardoor zijn meisjes eerder volwassen in hun gedrag, kunnen ze hun huiswerk beter plannen en hun impulsen eerder onder controle krijgen. “Hierdoor zijn ze minder afhankelijk van het soort onderwijs, en doen ze het altijd al beter in het onderwijs dan de jongens”, aldus Delfos. Nu het onderwijs minder is afgestemd op de leermogelijkheden van jongens wordt dat verschil steeds duidelijker. Meisjes doen het beter op de basis- en middelbare school en beter op de universiteit. Tot frustratie van de jongens en hun ouders.

Lees ook alles over het 'Jongensbrein: creatieve en abstracte denkers'.

Reageer op artikel:
Meisjesbrein: intuïtieve en zorgzame multitaskers
Sluiten