Mening bij jezelf

redactie 22 jun 2018 Blogs

Handen bij jezelf.' Dat zeggen de leidsters op Yaëls dagbesteding altijd als kinderen aan andermans haar, oren of kleren trekken. Ik vind het een goede uitspraak omdat er geen verbod in zit, alleen een – heel duidelijk – gebod. Voor je het weet ben je de hele dag aan het ‘nee'en’ en ‘niet'en’. Wij hadden vroeger thuis een hond, Bob, en volgens mij dacht-ie dat hij 'Nee, Bob' heette. Terwijl het in mijn herinnering best een lief beest was. 

Thuis zeg ik nu ook 'handen bij jezelf' als Yaël uit onmacht weer eens in mijn gezicht, haar of kleren grijpt. Dat doet ze als ze moe of overprikkeld is en dat is ze helaas vaak. In het schriftje van haar klas staat een paar keer in de week: 'Yaël was een beetje grijperig. Ze heeft een tijdje in de hangmat gezeten en daarna ging het beter.'

Ik ben ervan overtuigd dat Yaël mij nooit bewust pijn wil doen. Het 'grijpen' heeft met haar te maken, niet met mij. Ik denk dat ze soms zoveel onrust ervaart dat ze als het ware overloopt. Ze móét zich uiten en dat kan ze nu eenmaal niet met woorden.

Wij kunnen dat wel, ons uiten met woorden. We kunnen het iets te goed, denk ik wel eens. 'Je kunnen uiten' is in onze maatschappij een positieve eigenschap. Ergens in de jaren zeventig – ja, ook dit is vrees ik de schuld van de babyboomers – is het idee ontstaan dat je alles wat je dwarszit 'eruit moet gooien' en gevoelens niet moet 'opkroppen', anders, ja, anders schijnen er verschrikkelijke dingen met die gevoelens te gebeuren van binnen. Wat al dat geuit met andermans gevoelens doet is blijkbaar van secundair belang.

Hoe kom ik hierop? Een collega-moeder postte een bericht op Facebook. Zij laat haar gehandicapte, autistische zoon wel eens een paar minuten in de auto zitten om een boodschap te doen als hij een onhandelbare bui heeft. Het is dan namelijk een titanenklus om zoonlief in zijn rolstoel te werken. Ze parkeert de auto op zo'n moment voor de winkel op de invalidenparkeerplaats, zodat ze haar zoon, die ook zwaar epileptisch is, kan zien, plaatst de invalidenkaart voor het raam en rent snel de winkel in en uit. En nu komt het: zij krijgt herhaaldelijk op haar falie van wildvreemden die geen idee hebben wat er aan de hand is, maar er wel van alles van vinden, van deze lopende vrouw met haar invalidenkaart. Nu was ze benieuwd naar onze mening. Gelukkig voor haar kreeg ze tientallen steunbetuigingen. Helaas hadden veel ouders soortgelijke ervaringen. Eén moeder: 'Ik ben ook wel een aantal keren uitgescholden voor aso en aangesproken door mensen waarom ik op een invalideplek sta terwijl ik mijn dochter nog uit de auto moest halen.'

Dat krijg je er dus van, van dat geuit van de mensen. Kan het ietsje minder misschien? En dan nog iets: er is een tijd en een plaats voor dingen. Wat mij betreft schrijven mensen aan de internetborreltafel wat ze willen; je hoeft tenslotte niet te lezen wat daar staat. Als ze moedig zijn doen ze dat wel onder hun eigen naam, en niet als Robin Hood 69, want wie uitdeelt moet ook kunnen incasseren. Maar kunnen we elkaar in de openbare ruimte misschien een beetje met rust laten? Yaëls leidsters zouden zeggen: mening bij jezelf. 

Reageer op artikel:
Mening bij jezelf
Sluiten