Mijn autistje is een enorm gezelligheidsdier

redactie 22 jun 2018 Blogs

Bij mij op mijn werk is er een veelgebruikt scheldwoord: autist. Als iemand – altijd achter zijn rug, dat spreekt – een autist wordt genoemd, is dat meestal omdat hij in zijn werk elke vorm van communicatie zo veel mogelijk vermijdt. Of het nou om smalltalk bij de koffieautomaat gaat of om normaal werkoverleg. En wanneer je met de werkautist wel tot een vorm van overleg wilt komen, verloopt dat altijd moeizaam.

Op mijn vorige werk was autist ook een gangbaar woord. Of asperzie, als verbastering van syndroom van asperger. Om de vormgever aan te duiden die zonder enig overleg een stramien bedacht en daarna eenzijdig afkondigde dat alle honderd stukjes met de helft moesten worden ingekort om in zijn artistieke bedenksel te passen. Of de collega die dacht dat hij zijn vaste rubriek adequaat had overgedragen aan een andere collega door in een groepsmail diens naam achter de rubrieksnaam te zetten.

Sowieso is ‘autist’ als scheldwoord in opmars. Komt vast omdat de maatschappij steeds meer sociale vaardigheden verlangt. Overleg, overdracht, feedback, naar elkaar toe communiceren.

Of ik me, als moeder van een autist, beledigd voel als iemand bozig ‘stelletje autisten’ sist op mijn werk? Neuh. Het verwijt dat gemaakt wordt heeft niets met Yaël te maken. En volgens mij ook niet zoveel met autisme.

De werkautist is de collega die eenzijdig afspraken maakt en die zijn eigen werkje doet, zonder een besef dat hij onderdeel is van een groter menselijk geheel. En voor wie het werk af is, als hijklaar is.

De echte autist is… Ja, nu wordt het moeilijk. Wat ik het opvallendst vind aan autisme, of eigenlijk aan Yaëls autisme, is de vreemde prikkelverwerking.Yaël verwerkt prikkels op een totaal andere manier dan normale kinderen. Geluid, beelden, aanrakingen, smaken, alles lijkt op een heftige, invasieve manier binnen te komen. En omdat zij prikkels zo moeilijk verwerkt, is ze eigenlijk meestal overprikkeld.

Soms zou ik wel eens een paar uur in haar huid willen kruipen, om echt te voelen hoe zij de wereld ervaart, zodat ik haar beter begrijp. Ik denk dat ik zou schrikken.

Om die voortdurende stroom van prikkels enigszins te kunnen reguleren, moet ze wiegen, zich afsluiten, wegkijken, bijten en zich als een schildpadje oprollen. Niet omdat ze geen behoefte heeft aan gezelligheid, contact en aanrakingen. Want dat heeft ze wel. En niet zo’n beetje ook. Het klinkt misschien vreemd, maar mijn autistje is een enorm gezelligheidsdier. Ze vindt het heel leuk als er bezoek is, mits niet te lang en te druk, en ze vindt het ook leuk om ergens op bezoek te gaan.

Zo waren we vorige week op de verjaardag van mijn vriendin annex nicht. Als een prinses liep Yaël de kamer in. Al die mensen hadden zich hier natuurlijk voor haar verzameld! Al snel begon het ‘veiligstellen’ van de ruimte. Ze koos een paar ijkpunten, plekken waarnaar ze steeds terugkeerde. De lamp in de gang, een hoekje van de bank en mama. Nadat ze even tussen deze ijkpunten heen en weer had gelopen, begon het grote avontuur. Ze liep voorzichtig naar de leuke meneer op de bank toe. En na nog wat omtrekkende bewegingen en een paar rondjes langs de ijkpunten, ging ze naast hem zitten, gezellig tegen hem aan. Haar ogen had ze voor alle veiligheid naar het plafond gedraaid, maar af en toe keek ze hem snel aan, met haar intense blik.

En, verrassing, die meneer ging haar voorlezen uit haar eigen boekjes! Het was bijna te spannend, ze durfde niet te kijken, maar het lukte haar te blijven zitten.

Even later ontdekte ze een leuke mevrouw, de vriendin van mijn neef. En die baby op de schoot van die mevrouw was toch ook wel interessant. De mevrouw pakte, na de wenperiode, Yaëls hand en samen aaiden ze de baby. Ook weer heel spannend, maar wel leuk spannend.

Na weer een rondje ijkpunten en plafondstaren kreeg ze mijn tante in het vizier. Ze ging naast haar zitten, oogjes weer naar het plafond gedraaid, en pakte na een tijdje mijn tantes handen. Mijn tante was opgetogen over al die aandacht.

Bij grote momenten als bezoek hoort altijd dat wij, Yaëls ouders, heel goed bewaken of het haar niet te veel wordt. Op een gegeven moment breekt het moment aan dat het genoeg is geweest. Dan wordt Yaël druk. Dus zei ik na een tijdje nadrukkelijk: we gaan.

In de auto genoot Yaël nog na van het feestje. Ze fladderde en gromde uitbundig. Mijn kleine gezelligheidsdier, mijn grote feestbeest.

Reageer op artikel:
Mijn autistje is een enorm gezelligheidsdier
Sluiten