Misschien valt het mee

redactie 21 jun 2018 Blogs

‘Keppra, Depakine, Frisium, spuitjes, misschien Rivotril, zou die nog goed zijn? Even naar de houdbaarheidsdatum kijken.’ Ik sta te strijken en dreun intussen een lijst op. De we-gaan-met-vakantie-en-nemen-mee-lijst. De geliefde heeft op de computer een speciaal bestand gemaakt met tabbladen en voert alles wat ik zeg gesystematiseerd in. ‘Klysma’s, melatonine. Zo dat was de afdeling medicijnen. En dan, even denken, Roosvicee. Hoeveel flessen Roosvicee gaan er in een week doorheen? Tweeënhalf? Oké, drie flessen Roosvicee.’

Van de vorige vakantie herinner ik me dat Yaël nauwelijks dronk omdat de limonade in Toscane anders smaakte. Dat baarde me toen nogal zorgen, want het was de hele week bloedheet. Dus nemen we nu ons eigen merk mee, ook omdat we de medicijnen tegen de epilepsie geven met Roosvicee.

‘Roerzeef, zachte plastic lepeltjes en de stinkpop. O, en in de handbagage moet een extra set kleren, voor als ze een ongelukje krijgt. Ik wil de medicijnen trouwens ook in de handbagage. Maar de Depakine is een drankje. Zou dat mogen? Oké, moeten we uitzoeken.’

We bereiden ons voor op een groot experiment: binnenkort gaan we met z’n drieën een weekje weg, met het vliegtuig naar Italië. Dat is voor het eerst sinds bijna drieënhalf jaar. Toen waren we een week in Toscane en dat was niet echt een succes. En dan druk ik me nog zachtjes uit. Yaël was bijna 2, er was een ontwikkelingsachterstand vastgesteld en een vermoeden van autisme uitgesproken. Dat ze tachtig procent van haar slaap epileptische piekgolven in haar hoofdje had, wisten we toen nog niet. En ook niet dat de ontwikkelingsachterstand een halfjaar later ineens een ernstige verstandelijke beperking zou heten.

Yaël was dermate van slag door het uitstapje, dat ze bijna niet at en dronk en al helemaal niet poepte. Natuurlijk waren er ook leuke momenten – met papa in het zwembad, met mama in bad, heel lang samen op de schommel – maar zolang wij niet met haar bezig waren, was ze vooral aan het ‘tikken’, met een lepel op de muur, om zichzelf gerust te stellen. Toen ik de koffers inpakte voor de terugreis klaarde haar gezicht op, klapte ze voor het eerst – en ook voor het laatst – een paar keer gericht in haar handen en joelde ze van blijdschap.

‘Waar beginnen we aan?’ zeg ik tegen de geliefde als we de vorige vakantie memoreren. ‘Wie doen we hier een plezier mee?’ Afgelopen voorjaar hebben we besloten het nog één keertje te proberen, voor we het definitieve besluit zouden nemen voortaan apart van elkaar met vakantie te gaan. Dat zou een groot en droevig besluit zijn, weer een stap weg van het normale, niet meer als gezin met vakantie, maar los van elkaar. Aan de andere kant, nu zijn we al jaren niet weggeweest.

Nog één keertje proberen. Misschien valt het mee. Ze is tenslotte alweer drie jaar ouder. Er is een zwembad op het terrein en een manege in de buurt. Misschien kunnen we wel met haar gaan ponyrijden. Ze heeft ons de hele dag om zich heen, we hebben alle tijd voor haar, want we hoeven verder niets. En afgelopen zondag, op die verjaardag, ging het toch ook heel goed? Ze vond het heel interessant allemaal en voelde zich heel groot tussen de grote mensen op de bank. Misschien vindt ze het wel heel leuk. Dan kunnen we volgend jaar weer weg.

Ik zie ertegenop, maar heb er ook zin in. Even in een andere omgeving zijn. Even eruit. Een halfjaar geleden ben ik al begonnen met het zoeken van een geschikte plek. Het moest een kindvriendelijk land zijn. Dus werd het Italië. We zouden in een appartement bivakkeren, met alles gelijkvloers. Geen enge trappen. In de keuken zouden we zelf haar babyprakjes maken. Maar er moest een restaurant op loopafstand zijn, zodat we zelf lekker Italiaans konden eten. Misschien konden we wel afspraken maken met het restaurant om het eten op te halen, zodat we, voor Yaëls rust, in ons appartement konden eten. Het moest er rustig zijn, maar er moest wel wat te doen zijn. Een zwembad voor Yaël, een speeltuintje en een leuke stad dichtbij, waar we, los van elkaar, eens heen konden.

Het werd een agriturismo, een oud landgoed annex boerenbedrijf in Campânia, met wat appartementen, een zwembad en een restaurant op het terrein. Op het boerenland, maar met alles binnen handbereik. En dicht bij een station met een treinverbinding naar Napels, zodat ik daar lekker een dagje heen zou kunnen.

Yaël weet nog van niets. Hoe moeten we dit nu weer uitleggen? Misschien kunnen we wel elke dag ponyrijden. Dat zou leuk zijn. En elke dag zwemmen. En in Napels ga ik mooie kleertjes voor haar kopen. Van die tuttige meisjeskleertjes die haar zo leuk staan.

Ik heb er zo’n zin in, maar ik zie er zo tegenop.

Reageer op artikel:
Misschien valt het mee
Sluiten