Muzikant, manager of gymleraar? Keuzestress bij pubers

redactie 21 jun 2018 Beroepskeuze

Ruim een derde van de studenten in mbo, hbo en wo haakt in het eerste jaar af. Verkeerde studiekeus. Over het kiezen van een opleiding of beroep moet je op tijd gaan nadenken. Liefst al op je 14e. Met je ouders naast je.

Het is één hoop ellende wat er aan de eettafel zit. Dikke tranen rollen over zijn 18-jarige wangen. ‘Ik weet gewoon niet hoe ik verder moet. Ik heb geen doel meer in mijn leven.’ Bram is net ­gestopt met zijn hbo-studie Media, Informatie en Communicatie (MIC). Na zes weken. De studie was hem te vaag. Hij had geen idee wat hij er deed en waarvoor hij het deed. Bovendien dacht hij het wel te redden met de studiehouding die hij op de havo had ontwikkeld: weinig doen en dan vlak voor een proefwerk of tentamen als een gek gaan leren. Toen hij het dikke boek zag dat hij zich in een paar dagen eigen zou moeten maken, haakte hij af.

Tweeduizend studies

Bram is één van de circa 30 procent eerstejaars die hun hbo- of universitaire studie al binnen twaalf maanden aan de wilgen hangt. De meesten gaan daarna wel wat anders studeren, maar een relatief groot deel (22 procent op het hbo en 13 procent in het wo) houdt het uiteindelijk helemaal voor gezien. Van het mbo is bekend dat liefst 58 procent bij de start van hun opleiding niet of nauwelijks weet wat ze er later mee willen doen. Ruim de helft van de afhakers geeft een foute studiekeuze de schuld. Die verkeerde keuzes kosten ons jaarlijks bijna 400 miljoen euro.

Waarom Bram voor MIC koos? Nou, eigenlijk omdat zijn moeder dacht dat hij wel een goede journalist zou kunnen worden. Zelf had hij geen idee. Op de voorlichtingsmarkten had hij vooral hippe gadgets gescoord van studies met klinkende namen als Telecommunication Management, Communication and Multimedia Design, Food and Business of MFA Schilderkunst. Zóveel mogelijkheden! Het maakte Bram alleen maar zenuwachtiger. Hoe kon hij nu kiezen uit de ruim tweeduizend mbo-, hbo- en universitaire opleidingen?

Onrijp brein

Fast backward naar 2008. Brams keuzeprobleem begint als hij 14 is en in de derde klas van de havo een profiel moet kiezen. Braaf volgt hij alle mentorlessen hierover, vult testen in, praat met zijn ouders, bezoekt open dagen en loopt mee op een hogeschool. Om uiteindelijk voor Economie & Maatschappij te kiezen, omdat hij ‘Cultuur & Maatschappij een nepprofiel’ vindt en de exacte vakken uit de bètaprofielen Natuur & Techniek en Natuur & Gezondheid ‘te saai voor woorden’. Inderdaad, een doordacht besluit. ‘Veel kinderen zijn nog helemaal niet toe aan dit soort complexe keuzes. Kiezen voor iets in het hier en nu – die spijkerbroek of die trui – kunnen ze best. Maar een weloverwogen beslissing nemen die pas over een paar jaar consequenties heeft of waar emoties mee gemoeid zijn, is veel lastiger voor ze.’ Dat zegt puberbreinexpert ­Michiel Westenberg, hoogleraar Ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit van Leiden. Hun hersen­pan is daar nog niet rijp voor. Pas tussen hun 18e en 24ste zijn ze in staat tot zelfreflectie en weten ze het antwoord op brandende vragen als ‘wie ben ik en wat wil ik’. Vóór die tijd gaan ze liever voor de spanning en sensatie dan voor het verstand. Ze hebben moeite met het filteren van informatie en met het in toom houden van hun overweldigende emoties. Om van het maken van een planning en het overzien van consequenties op de langere termijn maar niet te spreken. Tieners weten haarfijn de schuldige aan te wijzen: hun prefrontale cortex (voorste deel van de hersenen). Die is nog niet uitontwikkeld. En laten daar nou net de vaardigheden zitten die je zo hard nodig hebt bij het maken van een verantwoorde profiel-, beroeps- en studiekeuze.

Op zoek naar zichzelf

‘Wat wilde je als peuter worden?’ vraagt Gideon de Haan aan Bram. Gideon krijgt wel vaker ontredderde pubers en wanhopige ouders in zijn coachingspraktijk. Bram en zijn ouders hebben zijn hulp ingeroepen om de ingewikkelde knopen in het keuzeproces te ontwarren. ‘Ehh, clown,’ antwoordt Bram. ‘Maar ik wil geen clown worden, hoor!’ Dat hoeft ook niet, maar het is wel iets om te onthouden. Veel dertigers en veertigers lopen vast omdat ze – onder druk van ­ouders, school en eigen verwachtingen – ver afgedreven zijn van hun kinderlijke droomberoep. ­Gideon de Haan benadrukt dat het niet alleen gaat om het uitzoeken van de juiste studie of het ultieme beroep. Het is groter dan dat: waar wil je in je leven heen? Daarbij gaat het om vragen als: wat zijn je sterke kanten? Waar loop je warm voor? Wat kun je goed? Talenten-, interesse- en beroepskeuzetesten zijn vaak een eerste stap. ‘Niet dat onder de streep klip en klaar staat wat het moet worden, maar het geeft een richting aan. Dan kun je gaan schrappen, steeds meer gaan focussen en zie je door de bomen het bos weer.’

Gideon gebruikt de door Bram ­gemaakte beroepskeuzetest als ‘praatpapier’. Het maakt duidelijk waar Brams belangstelling ligt: op ondernemend, creatief, organisatorisch, analytisch, mensgericht, technisch, actief, handvaardig of commercieel gebied. ‘Ik heb het gevoel dat ik mezelf beter heb ­leren kennen door erover te ­praten,’ constateert Bram na drie sessies met Gideon. ‘Ik heb Bram gemotiveerd om zelf op onderzoek te gaan,’ reageert ­Gideon.

Bram kreeg bijvoorbeeld de opdracht om met mensen te praten die hem ­verder op weg zouden kunnen helpen én om een baantje te zoeken dat hem vaardigheden leert die hij wellicht later nodig zou kunnen hebben. ‘Zo leer je ook in de praktijk wat jou wel en niet aanspreekt. Dat is een beetje jongetjesleren. Het onderwijs is iets te veel van meisjes geworden. Zacht en zoet, veel tekst en weinig actie. Lastig voor knapen, zeker op de middelbare school.’

Punt aan de horizon

Justin Bieber staat op Brams verlanglijstje van mensen die hij graag zou willen spreken. ‘Maar die wil mij heus niet spreken.’ ‘Waarom niet?’ vraagt Gideon. ‘Denk jij wel dan?’ twijfelt Bram. ‘Ik denk dat niet alleen, ik weet het zeker, al is het maar een paar minuten. Als jij prikkelende vragen stelt, kun jij heel boeiend voor zo’n jongen zijn.’ The Biebster heeft Bram uiteindelijk niet te pakken gekregen, maar wel een aantal andere interessante hotshots op muziekgebied. Wat hij daarbij ondertussen geleerd heeft, is dat hij ver kan komen als hij maar een pad uitstippelt.

‘Het gaat erom een punt aan de ­horizon te zetten. Het hoeft niet ­bereikbaar te zijn, als het er maar staat. Dan heb je een weg om te ­lopen. Dat stipje aan de horizon houdt je gemotiveerd.’

Gaandeweg ervaart Bram dat zo’n ideaal niet één, twee, drie te realiseren is. Dat het tijd kost, dat je moet plannen, doorzetten.

Gideon: ‘Deze generatie is behoorlijk verwend. Alles moet altijd maar leuk zijn. En ze denken dat alles maakbaar is. Lukt iets niet direct of is het “saai”, dan zijn ze meteen hun motivatie kwijt. Ze kunnen niet zo goed met frustraties omgaan. Dat wreekt zich bij het maken van keuzes. “Kiezen is de helft verliezen” houd ik ze altijd voor. Dat zijn ze niet gewend, ze hoeven niet te kiezen, ze krijgen alles.’

Het nut van support

De verwekkers van deze papkindjes moeten bij Gideon ook aan de bak. Tijdens de gezinsgesprekken liggen Bram en zijn moeder regelmatig met elkaar in de clinch. Bram switcht nogal eens van richting. Eerst wil hij de muziek in, dan toch meer richting commerciële economie en uiteindelijk kiest hij voor sport. Zijn moeder is bang dat het een bevlieging is. ‘Als jij dat steeds zegt, word ik superonzeker,’ klaagt Bram. Hij legt de vinger op de zere plek, vindt Gideon. Zodra zijn moeder haar angst toont, wordt Bram ook bang en houden ze samen een negatief systeem in stand. ‘De vraag is: hoe kunnen ­jullie elkaar vinden? Bram komt het meest tot zijn recht als hij gesupport wordt. Van harte, niet met een ja maar.’ ‘Het enige wat ik hoop, is dat papa en mama me steunen en echt geïnteresseerd zijn in wat ik doe,’ zegt Bram.

Ouders als keuzecoach

Hoe belangrijk ouders zijn bij de profiel-, beroeps- en studieoriëntatie blijkt uit een onderzoek van scholieren.tv onder ruim 8500 scholieren tussen 10 en 16 jaar. Liefst 43 procent van de kinderen vraagt vooral zijn eigen ouders om advies. Hoe jonger het kind, hoe meer behoefte aan ouderlijke raad: dit geldt voor 47 procent van de 13-jarigen en 29 procent van de 16-jarigen. De rol wordt dan vooral overgenomen door school; gek ­genoeg niet of nauwelijks door vrienden. Niet alle ouders voelen zich comfortabel bij dat blinde ­vertrouwen in hun kwaliteiten als loopbaanadviseur. Ze zijn immers niet opgeleid als profiel- of studie-adviseur. Hoe doe je het goed?

‘Zet je puber aan.’ Dat is de belangrijkste tip die Gideon deze ouders kan geven. ‘Pubers zijn net schakelaars: ze kunnen aan en uit. Het is de kunst ze in beweging te krijgen. Essentieel is dat je ze op het juiste moment de goede aandacht geeft. Dat vraagt veel van ouders: die moeten ogen in hun hoofd hebben en de tijd om in te tunen. Om hem echt te kunnen snappen, moet je oprecht geïnteresseerd zijn in wat je kind te melden heeft. Ga ervoor zitten als hij je een vet YouTube-filmpje wil laten zien. Dát zijn de aanraakmomenten, waarop diepere zaken kunnen worden uitgewisseld. Dan vertelt hij je waar hij mee zit, wat zijn twijfels of zijn dromen zijn.’ En ga dan niet direct weer de verstandige volwassene uithangen door van die vervelende praktische vragen te stellen. Láát hem, droom met hem mee. En vooral: oordeel niet. Natuurlijk kun je zo je bedenkingen hebben. De paradox is namelijk dat ze met veel aplomb iets kunnen zeggen waar ze zelf ook helemaal niet zeker van zijn: een kinderlijke geest in een (bijna) volgroeid lichaam. Ga in de vragende stand. Als je vragen stelt, krijg je dialoog. En dat is altijd beter dan discussie, of – nog erger – ruzie.

Helder licht

Na negen sessies bij Gideon is Bram eruit: hij wil de Academie voor Lichamelijke Opvoeding doen. In het oriëntatietraject is hij erachter gekomen dat sport de enige constante factor in zijn leven is geweest. Nooit had hij dat als beroepsmogelijkheid gezien: het was er gewoon altijd. Nu hij zijn punt aan de horizon heeft ingevuld is er een last van zijn schouders ­gevallen. ‘Ik heb geen zorgen meer. Omdat ik heb gevonden wat ik zocht. En het mooie is: ik had het eigenlijk altijd al. Alleen heb ik het genegeerd.’
Volgend studiejaar gaat Bram zich bij de ALO inschrijven.

Gideon de Haan heeft een praktijkvoor Samengestelde gezinnen, Overlegscheiding, Pubers en Stressmanagement

Reageer op artikel:
Muzikant, manager of gymleraar? Keuzestress bij pubers
Sluiten