Nieuw vaccin tegen kinkhoest

redactie 21 jun 2018 Gezondheid

Vanaf 2005 worden kinderen met een nieuw vaccin tegen kinkhoest ingeënt. Dat roept veel vragen op. Is er iets mis met het huidige vaccin? En hoe komt het eigenlijk dat er om de paar jaar een kinkhoestepidemie heerst?

Kinkhoest is een acute infectie die veroorzaakt wordt door de bacterie Bordetella pertussis. Deze aandoening van de luchtwegen wordt gekenmerkt door heftige hoestbuien die plotseling opkomen. Kinkhoest komt voornamelijk voor bij kinderen en is zeer besmettelijk. Jaarlijks worden er vier- tot achtduizend gevallen van kinkhoest gemeld, terwijl het overgrote deel van de patiënten wel was ingeënt tegen de ziekte. In periodes dat er meer kinderen dan verwacht ziek worden, dus als het aantal zieken richting de achtduizend gaat, wordt er van een epidemie gesproken.

Elk jaar worden er tussen de 250 en 500 kinderen in verband met kinkhoest opgenomen in het ziekenhuis. Tussen 1996 en 1999 overleden acht kinderen als gevolg van de ziekte.

Symptomen

De sympomen van kinkhoest zijn naast hoesten een loopneus, een gierend geluid bij het inademen, braken en benauwdheid bij het hoesten en lichte koorts. De tijd tussen de besmetting en de eerste symptomen is meestal zeven dagen. In de eerste tien dagen kan een antibioticakuur de besmettelijkheid bekorten. Het is dus zaak om er snel bij te zijn, zodat de patiënt geen anderen besmet. Als een volwassene een acute aandoening aan de luchtwegen heeft en al meer dan twee weken hoest, moet ook altijd rekening gehouden worden met kinkhoest.

Gevolgen

Kinkhoest kan vooral voor jonge kinderen ernstige complicaties hebben en voor baby’s kan de ziekte zelfs dodelijk zijn. Wat kinderen overhouden aan de ziekte, hangt af van de klachten die ze tijdens de besmetting hebben. Zo kan door zuurstofgebrek tijdens een benauwdheid of een onderbreking in de ademhaling een hersenbeschadiging ontstaan. Dit kan een blijvende achterstand in de ontwikkeling veroorzaken. Ook kunnen kinderen een longontsteking of een hersenbloeding oplopen als gevolg van kinkhoest.

Epidemie

In Nederland wordt 96 procent van de kinderen ingeënt tegen kinkhoest. Toch is er om de twee of drie jaar een kinkhoestepidemie die ook ingeënte kinderen treft. Dat komt onder andere omdat het vaccin niet honderd procent tegen kinkhoest beschermt. Bovendien is de bacterie op zich in de loop der jaren ook nog eens aan verandering onderhevig.

Na inenting zijn kinderen ongeveer vier jaar grotendeels beschermd, daarna neemt de immuniteit af. Na een jaar of tien is de immuniteit meestal helemaal verdwenen, maar dat verschilt per kind. Daarom kunnen tieners en volwassenen ook kinkhoest krijgen, maar zij hebben er meestal niet zo’n last van omdat ze nog een restimmuniteit hebben. Reden waarom ze er ook niet mee naar de dokter gaan. Daardoor blijft de bacterie sluimerend onder de bevolking aanwezig en lopen kinderen die nog niet volledig zijn ingeënt het risico om de ziekte te krijgen. Dat geldt ook voor kinderen die wel zijn ingeënt, maar bij wie de immuniteit inmiddels al weer is afgenomen.

Omdat er zoveel kinderen (en volwassenen) zijn ingeënt, is de bacterie in mindere mate onder de bevolking aanwezig dan vroeger. Maar dat veroorzaakt tevens een omgekeerd effect: juist omdat ze er zo lang niet mee in aanraking zijn geweest, kunnen kinderen en volwassenen ziek worden als ze de bacterie weer tegenkomen.

Dit model van afnemende immuniteit is in overeenstemming met epidemiologische en immunologische bevindingen en wordt door internationale onderzoekers gezien als de belangrijkste verklaring voor de (veranderende) kinkhoest-epidemieën in grote delen van de wereld.

Vaccinatie

Als mensen na een aantal jaar weer vatbaar worden voor kinkhoest, moet je vaker vaccineren, zou je denken. Deels gebeurt dat ook. Alle vierjarigen kunnen bijvoorbeeld een booster (een deel van het vaccin) krijgen om de immuniteit weer op peil te brengen, maar dat is niet verplicht.

Vaccinatie heeft veel bijwerkingen, waardoor steeds meer ouders gaan twijfelen of de voordelen wel tegen de nadelen opwegen. Kinderen kunnen veel pijn overhouden aan het prikken, langdurig en heftig huilen en koorts krijgen. In homeopatische kringen worden zelfs neurologische aandoeningen en ontwikkelingsstoornissen in verband gebracht met vaccinatie. De reguliere wetenschap ontkent dat echter en er is ook nog geen wetenschappelijk bewijs voor.

In Nederland wordt op dit moment voor baby’s een vaccin gebruikt waarvan de directe bijwerkingen erger zijn dan bij de vaccins die in het buitenland gebruikt worden. Voor de vierjarigen die een booster krijgen, wordt al wel het buitenlandse vaccin gebruikt.

Nieuw vaccin

Sinds 1996 is het aantal gevallen van kinkhoest in ons land alleen maar toegenomen. De Gezondheidsraad concludeert hieruit dat het vaccin dat hier voor baby’s gebruikt wordt, niet meer genoeg bescherming biedt. Vanaf begin 2005 worden baby’s in Nederland daarom met een nieuw vaccin ingeënt, hetzelfde dat al in het buitenland wordt gebruikt. Het huidige Nederlandse vaccin bestaat uit een complete dode kinkhoestbacterie. Het nieuwe vaccin is acellulair, wat inhoudt dat er maar een tot vijf delen van de bacterie in zitten. Dat zijn de delen die belangrijke eiwitten voor de afweer van kinkhoest bevatten. Een groot voordeel is dat het veel minder bijwerkingen heeft. Overigens bestond de booster voor de vierjarigen al een tijd uit dit nieuwe vaccin. In Nederland heeft 1,4 procent van de ingeënte kinderen nog last van ernstige bijwerkingen als onafgebroken huilen (wat wijst op veel pijn), koortsstuipen of een collaps waarbij ze plotseling wit wegtrekken, slap worden en niet goed reageren. Met het nieuwe vaccin is dat maar 0,3 procent. Door over te schakelen op het accelulaire vaccin, zouden jaarlijks meer dan 5500 gevallen van zeer belastende bijwerkingen vermeden kunnen worden. Ook de minder ernstige bijwerkingen, zoals pijn, zullen verminderen. Het precieze aantal is moeilijk te schatten omdat deze getallen gebaseerd zijn op buitenlandse onderzoeken, waarbij kinderen drie prikken krijgen in plaats van vier, zoals in Nederland.

Wel inenten

De Gezondheidsraad en het Rijksinstituut voor milieu (RIVM) raden ouders met kinderen die nog niet zijn ingeënt af om te wachten op het nieuwe vaccin. Het risico is namelijk groot dat hun kinderen anders tijdens de nu heersende epidemie – die waarschijnlijk nog tot november zal duren – besmet raken. Het RIVM benadrukt dat het huidige cellulaire vaccin weliswaar niet honderd procent waterdicht is, maar daardoor nog niet slecht. In elk geval is het veiliger dan helemaal geen bescherming. Wel is het mogelijk om via een omweg nu al het nieuwe vaccin te krijgen. Ouders kunnen bij de huisarts om het nieuwe vaccin vragen en dit via de apotheek krijgen. Het combinatievaccin heet DaKTP-Hib met een acellulaire kinkhoestcomponent, Infanrix IPV-Hib.

Overigens is het niet nodig om oudere kinderen opnieuw in te enten. Vanaf een jaar of 4 geeft kinkhoest namelijk niet meer zoveel last. Maar ze kunnen jongere kinderen natuurlijk wel besmetten.

Meer weten?

www.rivm.nl, site van het rijksvaccinatieprogramma
www.gr.nl, site van de Gezondheidsraad
www.nvkp.nl, site van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken

Reageer op artikel:
Nieuw vaccin tegen kinkhoest
Sluiten