Noemen

redactie 22 jun 2018 Blogs

Een vriendin van mij heeft het altijd over ˜haar' kinderen, niet alleen als ze haar eigen kinderen bedoelt maar ook als ze praat over haar stiefkinderen.

Dat lukt mij niet. Ik heb een tijdje geprobeerd om ˜drie' te antwoorden als men mij vroeg hoeveel kinderen ik heb, maar dan zeg ik na een kleine stilte toch: ˜Twee van mijn man en een van ons samen.' Waarom voel ik mij steeds genoodzaakt om dat te zeggen? Want ik zeg het ook als het er volstrekt niet toe doet; in gesprek met een taxichauffeur of een vreemde in de trein.

Het voelt wat hebberig om te praten over ˜mijn' kinderen, ze waren immers allang iemands kind voordat ik om de hoek kwam. Alsof ik daarmee hun moeder passeer en dat zou ik niet willen. Stel dat ze me hoort! Stel dat een andere vrouw dat over mijn dochter zou zeggen. ˜He, zou ik roepen, ben je nou helemaal maf, die is van mij! Zelf gemaakt, afblijven.'

Het is raar, want het voelt natuurlijk wel alsof het mijn kinderen zijn. Het zijn óók mijn kinderen, moet ik misschien zeggen. Omdat ik van ze houd en voor ze zorg.

Het vinden van de juiste benaming is ook wel eens lastig naar de kinderen toe en ik merk dat met name mijn stiefdochter dat ook met mij heeft. Bijvoorbeeld als we samen winkelen. ˜Goh, wat help jij je moeder goed met winkelen,' zegt de verkoopster dan. En dan willen we allebei niet heel hard roepen dat we geen moeder en dochter zijn, want dat is ook zo onaardig naar elkaar toe. En bovendien voelt het ongemakkelijk naar haar echte moeder, vinden we allebei.

Tegenwoordig zegt mijn stiefdochter heel vlug en terloops bij binnenkomst in een winkel iets over haar moeder. Dan kijkt de verkoopster mij even aan en ik knik begrijpend. Dat is vooral handig bij de kapper, omdat we anders steevast opmerkingen krijgen over mijn krullen die ze niet geerfd heeft. ˜Ze is mijn stiefdochter,' zeg ik dan rustig, als een soort overbodige uitleg.

Ik kan het geloof ik niet veel beter doen dan dit. Termen als ˜cadeaukind' of ˜reservekind' vind ik allemaal stom, eufemismen werken over het algemeen niet voor mij. Ik noem ze gewoon mijn stiefkinderen.

Mijn stiefzoon heeft overigens veel minder moeite met de hele terminologie. ˜He, oehoe, stiefmoedertje,' roept hij over het schoolplein, ˜mag ik met een vriendje afspreken?' En dat is ook goed. Hij heeft de humor van zijn vader geerfd, daar kan niemand wat aan doen.

Reageer op artikel:
Noemen
Sluiten