Nog steeds geen verzorgend type

redactie 22 jun 2018 Blogs

Ik ben geloof ik niet zo'n verzorgend type. Ja, ik hou ervan om voor anderen te koken, want daar zit ook de instant-beloning bij: gezellig samen het eten opeten. Maar verder? Een verzorgend beroep is wel zo ongeveer het laatste wat ik zou kiezen als ik het roer om zou willen gooien.

Yaël doet echter een enorm beroep op mijn povere verzorgende kwaliteiten. En nee, daardoor ben ik niet getransformeerd in een zorgbeest. Ik ben nog steeds geen verzorgend type.

Toen mijn zusje vorig jaar met ons mee met vakantie was en af en toe de zorg overnam, zag ik weer eens hoe iemand met een verzorgende aard te werk gaat. Mijn zusje is geriatrisch verpleegkundige en is gezegend met de praktische instelling die goede mensen in de zorg van nature hebben. Ze ziet in één oogopslag wat er moet gebeuren en, belangrijker, kiest als vanzelf de handigste manier om dat gedaan te krijgen. Bij mijn moeder zie ik dat ook. Ik heb die eigenschap niet. Bij mij blijft zorgen in een soort pre-amateuristische fase hangen. Het verschonen van een luier ziet er bij mij uit als een clownsact in het circus.

Ik ben trouwens ook niet zo'n doe-moeder, zo'n moeder die creatief aan de slag gaat met haar kinderen. Die met engelengeduld gaat kleien of vingerverven. Het verplichte gipsafdrukje van het babyvoetje eindigde bij mij na langdurig gehannes als een vormeloze hoop in de vuilnisbak. Daarna plofte ik met een welgemeend 'klaar mee' op de bank.

Een buitenmens ben ik ook al niet, zo'n moeder die hele middagen in het park doorbrengt. Ik heb hooikoorts en vind het binnen met een boek al snel comfortabeler.

Je kunt je dus afvragen of ik wel zo geschikt ben als gehandicaptenmoeder, al is dat een onzinnige vraag. Yaël is er nu eenmaal en ik ben nu eenmaal haar moeder.

Dus doe ik gewoon wat ik moet doen. Zo'n verschoningstaakje duurt bij mij alleen wat langer. Maar dat doe ik dan wel heel zorgvuldig (dat is dan wel weer een van mijn kwaliteiten) en met toewijding en liefde (ben ik – als ik zo vrij mag zijn – ook best goed in). Eerst doe ik het voorwerk, met veel gebaar van armen en een half pak Pampers-doekjes (verzorgende types hebben er altijd maar zes nodig of zo), dan een warm washandje, zachtjes en voorzichtig, dan deppen, dan zalven. Alles begeleid ik met rustig uitgesproken woorden, want in praten ben ik ook goed. Als alles gedaan is, na een minuut of twintig, krijgt Yaël nog een zoen omdat ze zo goed heeft 'geholpen'.

En nee, daarna gaan Yaël en ik geen handafdrukjes maken met vingerverf. Echt, ik word al moe als ik eraan denk. Maar ze weet waarvoor ze wel bij mij terechtkan: zes keer hetzelfde Kikker-boekje voorlezen, 'samen' liedjes zingen, eindeloos de wereld en haar rol daarin benoemen, wrijven over haar ruggetje (wordt ze rustig van), en op schoot zitten.

In praktische verzorging zal ik wel nooit een held worden, maar de geestelijke verzorging lukt gelukkig aardig.

Reageer op artikel:
Nog steeds geen verzorgend type
Sluiten