O nee, ze heeft door dat ze anders is!

redactie 21 jun 2018 Blogs

Het is een leuk verjaardagsfeestje. Het zoontje van een vriendin wordt 1 en ik ben diep onder de indruk van wat deze mooie, bolle reuzenbaby allemaal kan. Hij kan op een loopfiets lopen, hij kan blokken stapelen tot een hoge toren en hij kan zo’n houten boerderijpuzzel maken. Hij brabbelt en kijkt je daarbij gericht aan. Hij laat zich Teletubbies-taart voeren met een vork. Heel knap allemaal.

Thuis vertel ik de geliefde enthousiast over de verjaardag, wat een leuk en grappig jongetje de jarige is en wat hij allemaal kan. Ik heb Yaël zojuist haar prakje gevoerd. Ze zit nog vast in haar stoel. Terwijl ik in de keuken haar medicijnen klaarmaak, zeg ik tegen de geliefde dat we achteraf gezien al veel eerder hadden kunnen weten dat het mis was met Yaël, als we maar goed naar andere kinderen hadden gekeken. Dat Yaël als 1-jarige al heel anders was. Hoe het toch kan dat ik het vage, onheilspellende gevoel dat ik toen vaak had, nooit omzette in concrete gedachten.

Ik wil Yaël haar medicijnen geven en schrik. Ze ziet er ineens zo verdrietig uit. Een beetje ineengedoken zit ze in haar stoel. De geliefde ziet het ook. ‘O nee,’ zeg ik tegen hem. ‘Ze heeft het door, ze heeft door dat we over haar praten en begrijpt wat we zeggen. Ze heeft door dat ze anders is.’ Wat voel ik me ineens ellendig.

Al sinds we ‘het’ weten, hoop ik ergens dat Yaël ‘het’ niet weet en nooit zal weten. Dat ze gewoon leeft in haar eigen wereld en gelukkig is. Dat ze zich niet afvraagt waarom andere kinderen kunnen praten en zij niet. Tegelijkertijd heb ik geen idee of het erg zou zijn als ze het zou weten. Of het voor haar de lading en de zwaarte zou hebben die het voor ons heeft. Misschien weet ze het allang, denk ik weleens. Juist omdat ze niet praat, weten we nooit zeker wat ze allemaal weet en begrijpt.

Ze weet het, schiet het nu ook weer door me heen. Ze weet het en ze denkt, door alles wat ik zojuist gezegd heb, dat ze niet goed genoeg is. Ik moet iets doen, ik moet het goedmaken. In een poging haar gerust te stellen, ga ik tegenover haar zitten. Ik pak haar handjes vast en zeg: ‘Je bent een beetje anders dan andere kinderen, daar had mama het net over met papa, dat jij een beetje anders bent dan de meeste kinderen. Maar dat geeft niets. Je bent namelijk precies goed. Mama vindt jou precies goed zoals je bent. Mama zou niet willen dat je anders was, want zoals je bent ben je perfect.’

Opnieuw weet ik niet of ze me begrijpt. En als ze me begrijpt, of ze dan mijn woorden snapt of dat ze alleen iets voelt van de intentie. Dat laatste hoop ik maar. Ik meen het namelijk oprecht. Mijn verdriet over Yaëls gehandicapt-zijn is groot en ik had dolgraag een gezond kind gekregen. Maar Yaël hoeft niet anders te zijn, want dan is ze Yaël niet meer. Het gekke is dat die twee dingen, het verdriet over haar anders-zijn en de onvoorwaardelijke liefde voor haar, naast elkaar bestaan, dat ze elkaar helemaal niet bijten.

Reageer op artikel:
O nee, ze heeft door dat ze anders is!
Sluiten