Ojee! Toch niet zindelijk?

redactie 19 jun 2018 Gezondheid

Menig ouder slaakt waarschijnlijk een zucht van verlichting wanneer zijn kind eindelijk zindelijk is. Nooit meer vieze billen vegen, nooit meer dure pakken luiers hoeven kopen. Het blijft toch een klein wonder. Des te groter is dan ook de ontgoocheling als je ontdekt dat een kind af en toe in zijn broek poept.

In vaktermen heet broekpoepen enco presis en wordt omschreven als het herhaald willekeurig of onwillekeurig lozen van ontlasting op niet daartoe bestemde plaatsen. Volgens medici is er pas sprake van encopresis wanneer een kind al zindelijk is, ouder dan vier jaar en minstens één keer per week een ongeluk(je) heeft. Een ongeluk kan in extreme gevallen betekenen dat de hele ontlasting in de broek terechtkomt. Met alle gevolgen vandien: ouders die er schande van spreken, kinderen die door vriendjes gepest en vanwege de doordringende geur door allerlei mensen gemeden worden. Encopresis komt bij ongeveer drie procent van alle kinderen voor en twee keer zo vaak bij jongens als bij meisjes.

Uiteraard is niet elke remspoor in een onderbroekje meteen een teken van enco presis. Oplettendheid is wel geboden wanneer je kind vaker ongelukjes heeft, ook als het verder niets mankeert, en wanneer het minder dan drie keer per week naar het toilet gaat om te poepen. Normaal gesproken gaan kinderen boven de twee jaar tussen de drie keer per dag en drie keer per week naar de wc voor ontlasting. Gebeurt dat niet en verliest je kind ontlasting, consulteer dan meteen een arts. Broekpoepen is geen dwars gedrag, maar een ziekte. Hoe vroeger encopresis geconstateerd wordt, hoe groter de kans op een snelle genezing.

Hoe ontstaat het?

Encopresis gebeurt zonder dat een kind daar iets aan kan doen. Verliezen van ontlasting is zeker niet bedoeld als pesterij naar de ouders toe. Eerder is het

zo dat een kind lastig gedrag begint te vertonen vanwége die ontlastingsproblemen. Slechts bij vijf procent is er sprake van een lichamelijke of neuro logische afwijking. In 95 procent van alle gevallen is encopresis het gevolg van langdurige obstipatie. Kinderen met obstipatie hebben vaak al zo lang een moeilijke ontlasting dat ze niet meer precies kunnen zeggen wanneer het eigenlijk begonnen is. De exacte aan leiding is meestal onduidelijk. Sterker nog, in 90 procent van de gevallen weten artsen absoluut niet wat de oorzaak is. Soms ontstaan ontlastingsproblemen na de geboorte van een broertje of zusje, na een scheiding, een verhuizing of een verblijf in het ziekenhuis. Het is wel bekend dat de overgang van borst- naar flesvoeding obstipatie en zelfs encopresis kan veroorzaken. Omdat de samenstelling van de melk verandert, kan de ontlasting harder worden, waardoor poepen moeilijker wordt. Hetzelfde effect ontstaat als er te weinig vezels in de voeding zitten, of als een kind gebrek aan vocht heeft.

Harde ontlasting kan anusscheurtjes (fissuurtjes) tot gevolg hebben, en dat is enorm pijnlijk. Uit angst voor de pijn probeert een kind vervolgens de ontlasting op te houden. En dat is het begin van een vicieuze cirkel: door het ophouden van de ontlasting stapelt de poep zich op in de darmen. Die is nog moeilijker uit te persen en de pijn wordt alleen maar groter. Als de ontlasting dagen achter elkaar wordt opgehouden, begint het laatste stukje darm uit te zetten waardoor een kind minder aandrang voelt. De behoefte om te poepen verdwijnt bijna helemaal. Ondertussen sijpelt echter continu ontlasting langs de harde, grote brokken met als resultaat vuile onderbroeken en een onaangename geur. Het verliezen van ontlasting gebeurt meestal overdag wanneer een kind aktief en in beweging is en slechts zelden tijdens het slapen.

Bij sommige kinderen kan het zelfs gebeuren dat ze nog maar eens in de tien dagen poepen. Er kan dan zoveel ontlasting in de darmen zitten, dat het toilet ervan verstopt raakt. Bovendien is die ontlasting, omdat hij al zo lang in de darmen zat, vaak donker, plakkerig en stinkt hij erg.

Is er hulp?

Het AMC beschikt al sinds 1990 over een speciale polikliniek waar kinderen met poepproblemen onderzocht en behandeld worden. De strategie is als volgt. Vanaf het moment dat duidelijk is dat encopresis het gevolg is van obstipatie, zonder dat er sprake is van een organische of anatomische oorzaak, kan met de behandeling begonnen worden. Als uit onderzoek blijkt dat zich een grote hoeveelheid ontlasting in de buik en in het laatste deel van de darm bevindt, dan wordt de darm eerst met behulp van een klysma schoongemaakt. Vervolgens moet de toiletgang weer een normale, vanzelfsprekende zaak worden. Dit is vaak een langdurig proces dat veel van het kind en de ouders vergt. In ernstige gevallen heeft de behandeling pas na vijf jaar succes.

Het kind krijgt een dieetadvies en er wordt over gewaakt dat het voldoende vocht binnenkrijgt. Ouders en kind houden een dagboek bij. Belangrijk is daarnaast een serieuze toilettraining. Sowieso is het een goede gewoonte om een kind telkens na de maaltijd voor vijf … tien minuten naar het toilet te sturen. Je maakt dan gebruik van de zogenaamde gastro-colische reflex (maagdarmreflex). Dat zijn darmcontracties die van nature na het eten optreden. De ontlasting komt dan bijna vanzelf op gang. Het is handig om die vijf minuten ook 's ochtends in te voeren, omdat veel kinderen weigeren om op school te poepen (net als veel volwassenen dat op kantoor weigeren). Door ze 's ochtends extra tijd te gunnen, hoeven ze het op school niet op te houden. Buiten deze gemakkelijk op te volgen adviezen worden er ook langdurig laxeermiddelen voorgeschreven. Het doel hiervan is de ontlasting zachter te maken zodat het naar het toilet gaan minder pijn doet. De medicijnen hebben ook een prikkelende werking op de darm. En dat stimuleert weer die gang naar het toilet. Soms is het verstandig om naast al deze stappen ook een psycholoog of orthopedagoog bij de verdere behandeling te betrekken. Obstipatie, en met name het onbewust verliezen van ontlasting, is een onaangenaam kwaaltje. Het is zeker niet in één dag te genezen, maar het is gelukkig wel te verhelpen.

M.m.v. dr. M. Benninga, kindergastroloog bij het AMC. Bron: Constipation en faecal incontinence in childhood, M.A. Benninga 1994. (Het boek is helaas niet meer verkrijgbaar).

FOTO CONSTANCE NOORDELOOS
 

Reageer op artikel:
Ojee! Toch niet zindelijk?
Sluiten