Opa is nu een engeltje

Opeens gaat opa dood. Hoe leg je zoiets aan je kinderen uit? En hoe help je ze om het verlies te verwerken? Journaliste Marilse Eerkens schreef haar ervaringen op na het overlijden van de opa van haar drie zonen.

Omgaan met rouw

'Het gaat heel slecht, het is nog een kwestie van uren.' Een sms'je van echtgenoot Bastiaan. Hij is net vertrokken naar Frankrijk – waar zijn ouders wonen – om zijn moeder te steunen. De heupoperatie van zijn vader is toch iets minder ongecompliceerd verlopen, althans, de nasleep ervan. De sms valt rauw op mijn dak – er was toch alleen sprake van een maagbloeding?

In het donker fiets ik naar huis terug, na mijn muziekrepetitie. De kinderen zijn alleen thuis. Natuurlijk kan Thomas (11) niet slapen. Te veel last van zijn zesde zintuig. 'Hoe gaat het met opa-Jan?' Ik begin te huilen: 'Slecht, heel slecht. Hij gaat waarschijnlijk dood vannacht.' Thomas rent weg. Dat doet hij altijd als hij het echt niet meer weet. In het washok duikt hij in elkaar. Er komt een soort paniek over hem. Hij hapt naar adem. Kan bijna niet meer praten. Stottert dat de dokters iets móeten doen om hem te redden. Ik zeg dat ze dat al geprobeerd hebben. Hij begint wanhopig te huilen.

We drinken een kopje thee en Thomas komt bij mij in bed liggen. Als we die nacht meer dan twee uur slapen, is het veel. Gaat opa-Jan nu dood? Of over een paar uur? Het is heel bizar.

Jan (13) wordt heel stil als ik hem de volgende ochtend vertel dat opa-Jan zeer waarschijnlijk de nacht niet heeft overleefd. Gideon(6) vindt het 'heel jammer'. Ik stel voor dat ze die dag niet naar school gaan. De oudste twee vinden dit fijn, maar Gideon protesteert. 'Ik wil wél naar school!' De kleuterjuf kijkt ons meelevend aan.

Met Jan en Thomas ga ik naar het strand. Het is raar om op een gewone dinsdagochtend door de duinen te lopen met mijn leerplichtige kinderen. Ze hebben steeds het gevoel dat ze weg moeten duiken. Ik pest ze: 'Pas op, daar loopt de leerplichtambtenaar.' Het is heel verdrietig, maar ook heel knus. Er hangt een soort samenzweerderige stemming. Het is mistig weer en we praten over de hemel. En of God nou wel of niet bestaat. We komen uit bij de oerknal. Maar wie heeft die dan veroorzaakt? Jan herinnert zich het verhaal van de verlichters. Die geloofden in een soort horlogemaker, die de slinger van de klok – de aarde dus – alleen maar een klein zetje had gegeven en dat het balletje vanaf dat moment ging rollen. Hij vindt het wel een mooie theorie. Ik ook, maar Thomas heeft z'n twijfels. 'Opa-Jan hield van de zee, hè?' 'Ja, opa-Jan hield van de zee.'

Bastiaan belt om te zeggen dat zijn vader nog steeds wordt beademd.

Ik stel voor om Bastiaans alleenstaande broer uit te nodigen om te komen eten vanavond. 'Nee, doe dat maar niet,' zegt Thomas. En tot mijn verbazing is Jan het daar helemaal mee eens. 'Neuh, doe maar niet, hoor.' Ik kijk ze vragend aan. 'Maar waarom niet?' 'Nou gewoon'. En dan komt het er na lang trekken toch uit. 'Straks gaat-ie nog huilen!' 'Nou èn!' zeg ik. Thomas hakkelt: 'Ja, kijk, ik weet wel dat het niet raar is als mannen huilen en zo, maar toch wil ik het niet graag zien.' En een huilende moeder kan wel? 'Eh… ja.'

Er is nog een grote zorg bij de jongens: 'Wat moeten we tegen papa zeggen als hij terugkomt? Gaat-ie dan huilen? Is hij dan anders? Denk je dat hij ooit weer blij kan zijn en gewoon zoals hij vroeger was? Hoe lang duurt dit?'

Gideon komt vrolijk uit school. 'Hoe gaat het met opa-Jan? Is-ie dood?' 'Nee,' antwoord ik. 'Maar wel in een hele diepe slaap.' 'Oh, net als Doornroosje,' begrijpt Gideon. 'Ja, zoiets,' zeg ik. 'Maar die werd weer wakker gekust,' stelt hij tevreden vast.' 'Ja, maar opa-Jan wordt niet wakker gekust.'

Gideons gezicht betrekt even, en klaart dan weer op: 'Maar als-ie doodgaat, vliegt het engeltje uit zijn buik en dat wordt dan wel wakker gekust.' Ik kijk hem vragend aan. 'In de hémel!' verklaart hij triomfantelijk.

Toen Jan 4 was, overleed zijn beste vriend – ook 4 – aan leukemie. Ik heb destijds lang nagedacht over wat je daarover moet zeggen tegen een kind van die leeftijd. Ik zocht voorleesboekjes, maar kon niet veel vinden. Uiteindelijk kwam ik uit bij Dat is heel wat voor een kat. De kat gaat dood, wordt begraven en wordt weer één met de aarde. Daar kan vervolgens weer een plant op groeien. Nou ben ik geen kerkganger maar ik vind het leven te wonderbaarlijk om te denken dat alles verdwijnt. Wel je lijf natuurlijk, maar er is toch ook iets van een ziel, denk ik. Vandaar het verhaal over het engeltje dat uit je buik floept. 'Waar gaat dat dan heen?' vroeg Jan indertijd. 'Naar God in de hemel.' Ik kreeg het woord 'god' met moeite uit mijn mond. Toch was ik tevreden dat ik het zei. Je kunt je uitputten in vage bewoordingen als 'Ik geloof wel dat er iets is', maar waarom niet het woord gebruiken dat hier al duizenden jaren voor bestaat? En dat Jan hem als een gezellige man met veel speelgoed en spelende engeltjes om zich heen voorstelde, vond ik best. Maakte het meteen een stuk behapbaarder voor hem.

Opa's engeltje gaat dus naar God in de hemel. En midden op het schoolplein belt Bastiaan om te zeggen dat dit net gebeurd is.

Thuis vertel ik het de jongens. Thomas reageert heel rustig. Jan moet huilen.

De bel gaat. Het zijn twee vriendjes uit Thomas' klas. Ze komen hem troosten. 'Gecondoleerd,' zeggen ze tegen de huilende Jan en verdwijnen naar boven om te Lego'en. 'Wat zeiden die nou?' vraagt Jan. 'Geconduleet? Wat is dàt?'

De volgende dag gaan Jan en Thomas weer naar school. Thomas lever ik persoonlijk af bij de juf. Hij heeft er enorm tegenop gezien. De halve klas staat om hem heen om het verhaal te horen. Ze vinden het heel zielig voor hem, al lijkt het erop dat sommige kinderen het ook wel spannend vinden. 'Ik was erbij toen Bastiaan door zijn moeder werd gebeld om te zeggen dat het niet goed ging met z'n vader,' zegt een klasgenoot met rode konen van opwinding.

Ik wacht voor de zekerheid nog even op de gang. Terecht, want vijf minuten later rent Thomas huilend naar buiten. Het gaat echt niet. 'Ik wil het hele verhaal niet nog een keer vertellen.' Hij gaat weer mee naar huis. Ik ga hardlopen en hij fietst ernaast. Het is weer heel gezellig. Thuis maakt hij een tekening van een poes voor zijn oma. Hij is blij dat hij iets kan doen.

In het rouwcentrum staat de kist opgebaard voor de familie. We hangen er een beetje omheen als in een bar. 'Waar liggen z'n voeten?' vraagt mijn 4-jarige nichtje. Het geeft de boel wat lucht. Een keurige kraai brengt ons naar de volgauto's. De ogen van de jongens glimmen: is dit een echte limousine?

Gideon wiebelt op zijn stoel in het zaaltje bij de begraafplaats. 'Wanneer mag ik mijn liedje nou zingen?' fluistert hij hard. 'Mag ik nog een pepermuntje? Waarom klappen ze niet als iemand iets heeft gezegd?' Eindelijk mag hij zingen over het sneeuwvlokje. Jan helpt hem en Thomas begeleidt hem op de piano. 'Ik heb de kleinste rol,' pruilde hij toen we dit van tevoren bespraken.

De begraafplaats is mooi en oud. De zon schijnt. De kleinkinderen duwen opa-Jan samen met hun vaders en ooms naar het graf. Daar aangekomen haalt Jan zijn trompet tevoorschijn. Hij speelt niet de Last Post – 'Echt niet!'- maar Every time we say goodbye van Ella Fitzgerald.

Ondertussen kijkt Gideon zijn ogen uit. Gefascineerd staart hij naar de knop die de kist straks zal laten zakken, en bekijkt zorgvuldig de constructie met de dennentakken die het graf en het hijstoestel een beetje verhullen. We moeten hem tegenhouden om te voorkomen dat hij in het gat valt.

De rouw achteraf komt bij vlagen. Jan begint een dagboek. 'Ik heb wel eens gehoord dat dat helpt.' Thomas moppert hardop: 'Iedereen gaat de laatste tijd maar dood: opa-Jan, de hamsters van Jonas…'

En Gideon maakt zich zorgen om oma: 'Ze moet maar bij ons komen wonen.' Hij denkt er nog even over na. 'Maar als jullie sterven, dan ga ik gewoon bij oma in Frankrijk wonen.' 'Zou je het erg vinden als wij sterven?' vraag ik vals. 'Ik zou het wel jammer vinden,' zegt hij met een stalen smoel.

Omgaan met rouw

  • Geef je kind de ruimte om zijn verdriet te uiten. Ga niet lopen trekken, maar luister gewoon aandachtig als hij iets te vertellen heeft. Maak het onderwerp bespreekbaar.
  • Kinderen rouwen anders dan volwassenen. Het rouwen gaat in stukjes; het ene moment zijn ze verdrietig, het volgende moment weer vrolijk. Ook reageert elk kind op zijn eigen manier. De één wordt stil, de ander juist heel druk. Denk dus niet te snel dat het verdriet wel meevalt.
  • Houd vast aan de dagelijkse rituelen. Dat geeft je kind houvast.
  • Tot een jaar of 6 zien kinderen de dood nog niet als iets definitiefs. Als ze verdrietig zijn, is dat vaak omdat ze iemand op dát moment missen. Soms rouwen ze pas na een paar jaar, omdat dan echt tot hen doordringt wat er is gebeurd.
  • Jongens en meisjes rouwen vaak verschillend, vooral als ze ouder zijn dan 9 jaar. Meisjes willen meestal over hun gevoelens praten. Jongens hebben daar meer moeite mee. Je kunt met jongens daarom beter iets ondernemen en dan terloops het onderwerp aansnijden. Vraag niet: 'Wat voel je?' Praat liever over verlies in het algemeen.
  • Betrek je kind bij de begrafenis. Geef hem een rol en laat hem de kist met de overledene zien. Dit helpt om het verlies te verwerken.
Reageer op artikel:
Opa is nu een engeltje
Sluiten