Het komt allemaal door jou

Het komt allemaal door jou

Schreeuwen dat je kind niet zo moet schreeuwen. Wie trapt er nooit in die valkuil? Opvoeden is voorleven, en dat geldt zeker voor het omgaan met ­emoties. Lastig als je vroeger zelf ook niet altijd het goede voorbeeld kreeg. Maar: je kunt altijd bijleren.

Komt een 2-jarige nog weg met een flinke driftbui in de supermarkt, een stamp­voetende 11-jarige vinden we behoorlijk gênant. Kinderen moeten zich leren ‘gedragen’, weten dat ze niet te pas en te onpas hun emoties kunnen uiten - verbaal of fysiek. Als maatschappij varen wij daar wel bij; dat is beschaving. Er is veel over bekend hóe je kinderen het beste leert om met hun emoties om te gaan. Iedereen kan nuttige tips in boeken of opvoedbladen vinden. Maar of die tips werken, valt of staat met de manier waarop je zelf hebt geleerd om met je emoties om te gaan. En in een land met een hoog niet-lullen-maar-poetsen-gehalte is het niet denkbeeldig dat die vaardigheid jou door je eigen ouders niet goed is bijgebracht, zeker als je een man bent. Zo hebben de meesten van ons vooral geleerd om heftige, negatieve emoties te onderdrukken of te ontkennen, in plaats van ze te herkennen, te érkennen en te hanteren. Daar kun je op volwassen leeftijd last van hebben en je kinderen dus ook. Gelukkig valt er op dit vlak veel te leren, als je er tenminste voor openstaat.

Enkele jaren geleden kwam ik thuis van de J/M-redactie en trof mijn 10-jarige zoon luid vloekend en schreeuwend achter de piano. Achter hem stond zijn vader die nog harder aan het schreeuwen was. Kalm bekeek ik de situatie. Ze hadden, zo schatte ik in, allebei een drukke dag achter de rug en dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik zou het vanaf nu wel overnemen. Natuurlijk zonder schreeuwen - dat had ik wel geleerd na vier jaar schrijven over opvoeden.

Soepel paste ik de ­verworven gesprekstechnieken toe: ‘Ik zie dat je ontzettend boos bent. Wat is er aan de hand?’ (‘Beschrijf de emoties die je ziet. Op die manier leert een kind zijn emoties herkennen. Dat is belangrijk om ze later te kunnen hanteren. Erken ook de emoties; zo leert een kind dat ze er gewoon mogen zijn. Dat is goed voor het zelfvertrouwen. Stel vragen.’) ‘Die kutpiano,’ gilde mijn zoon. ‘Ik haat pianospelen. Ik ga nu van die kutpianoles af. Ik haat jullie!’ ‘Maar waarom ben je daar nu opeens zo boos over,’ vroeg ik - het ‘kut’ heel bewust negerend. ‘Het pianospelen gaat juist zo goed de laatste tijd?’ ‘Aaahhhh!!’ gilde mijn zoon en hij smeet zijn muziekboeken op de grond. ‘Raap die eens op,’ zei ik al wat minder geduldig. Hij weigerde. ‘Ik doe het niet meer,’ raasde hij door en hij gooide de klep van de piano dicht. Dat was niet echt bevorderlijk voor het oude instrument. Ik werd boos.

Toen mijn zoon even later onder de douche stond, kwam ik stampvoetend de bad-kamer binnen en gilde dat dit een fantastische mentaliteit was die hij hier aan de dag legde. Dat hij voorál moest stoppen met oefenen als het moeilijker werd. ‘Geef de dingen maar op als ze niet meteen goed gaan! Daar kom je ver mee in het leven!’ Mijn getier eindigde met een harde klap op zijn blote billen. Waarna ik me zo schaamde, dat ik zelf begon te huilen. Dat had ik beter niet kunnen doen. Nu ging mijn zoon helemaal door het lint. Mijn man heeft ons allebei moeten sussen. Een half uur later konden we gelukkig weer vreedzaam met elkaar theedrinken aan de keukentafel.

Je hoeft geen psychologie te hebben gestudeerd om te begrijpen dat deze scène om meer ging dan alleen een ruzie over het pianospelen. Wat onbewust speelde, is dat ik zijn gedrag zo goed herkende. Ik had vroeger ook de neiging om mijn gitaar op de grond kapot te slaan als het me niet snel lukte om een bepaald stuk te spelen.

Als een kind heftige emoties bij je oproept, is het belangrijk dat je als ouder weet waar die vandaan komen. Dan kun je de situatie met iets meer afstand bekijken en beter inspelen op je kind. Dus in plaats van je negatieve emoties te uiten, probeer je te bieden wat je kind op dat moment nodig heeft.

Een interessante nieuwe stroming binnen de psychologie die veel aandacht schenkt aan dit soort mechanismen, is de Past Reality Integra­tion therapie. Het uitgangspunt is dat mensen allerlei afweermechanismen hebben ontwikkeld in hun kindertijd, die hen op dat moment hielpen om te overleven. Als jouw ouders niet goed in staat waren aan te sluiten bij de emotionele behoefte die jij als kind had - niet ondenkbaar in de tijd waarin velen van ons zijn opgevoed - en jij je dus niet begrepen voelde door degenen die je op dat moment het hardst nodig had, dan stap je de wereld in met het idee dat de meeste mensen waarschijnlijk niet van zins zijn om jou te begrijpen. Je verwachtingen van anderen, óók van je kinderen, zijn dan - soms of vaak - negatief.

Een voorbeeld: je kind moet naar school en het is al aan de late kant. Zonder schoenen en mét een tandenborstel in zijn mond bedenkt hij dat hij per se dat ene dierenplaatje mee naar school wil nemen, zodat hij het kan ruilen met zijn vriendje. Jij begint te schreeuwen dat het nu niet kan en hij maakt stampei. Grote kans dat jullie te laat komen.

‘Wat er gebeurt bij dit soort situaties,’ zegt psycholoog en PRI-therapeut Nynke Neijzen, ‘is dat er bij jou een automatische afweerreactie wordt geactiveerd. Je ziet op die momenten je zoon of dochter niet meer als een kind met een behoefte, maar als een monstertje dat jou aan het tegenwerken is. En daarvan word je boos. Waarom? Waarschijnlijk omdat het je herinnert aan situaties uit je eigen jeugd, waarin je zelf werd tegengewerkt of emotioneel niet werd “gezien”. Begrijpelijk, maar niet efficiënt. Als je even had meegezocht naar dat dierenkaartje of rustig had uitgelegd waarom je nu niet kon gaan zoeken, was alles waarschijnlijk vlugger verlopen en voelde je kind zich gezien in plaats van ­afgewezen.’

Als ouder kun je het ook heel moeilijk vinden om te begrijpen wat je kind nou precies nodig heeft aan emotionele aandacht. Vaak komt dat doordat je zelf als kind geleerd hebt om je zoveel mogelijk af te sluiten voor je gevoel, omdat je ervaren hebt dat dit ­gevoel er voor jouw ouders toch niet toe deed. Of ze hielpen je niet om dat gevoel te herkennen en erkennen.

Neijzen vertelt over een ouder die worstelde met de slaapproblemen van haar basisschoolkind. Haar zoon was erg bang voor het slapengaan. De moeder had alle trucs geprobeerd: een vast ritueel, op tijd eten, niets hielp. Ondertussen liepen de irritaties tijdens het eten al hoog op, iedereen zag op tegen bedtijd. Toen Neijzen aan de moeder vroeg wat haar nou zo raakte, bleek zij het vooral moeilijk te vinden dat ze niet begreep waar haar kind behoefte aan had. Ze kon dat niet omdat ze zelf als kind weinig emotionele aandacht kreeg. Dat inzicht loste al een hoop op. Met behulp van PRI - een stapsgewijze aanpak die je helpt om oude afweermechanismen te ontmantelen - vond ze meer aansluiting bij haar kind. Ze voelde opeens veel beter waar hij behoefte aan had. Daarmee was het probleem opgelost: hij sliep weer in en door.

‘Met de meeste kinderen is niks mis,’ zegt ­Neijzen stellig. ‘Als je begrijpt waar je eigen emoties vandaan komen, zit je vaak heel dicht bij de oplossing voor opvoedproblemen.’

Dit kan ook helpen

Mindfulness

Een andere goede manier om meer inzicht te krijgen in je emoties is een cursus mindfulness. Hierbij leer je je opmerkzaamheid te vergroten. Als je emoties eerder herkent ben je minder geneigd vanuit je automatische piloot te reageren, aldus George Langenberg, mindfulness trainer en auteur van MindfulKids HeartfulKids. Hij benadrukt dat weglopen voor je gevoel bijna altijd een averechts effect heeft. ‘Je wordt gekunsteld en nep. Alles wat je zegt, wordt een buitenkant-verhaal. Opvoeden wordt zo gereduceerd tot een trucje; kinderen hebben daar een heel goede neus voor. En op lange termijn schieten ze er ook niks mee op. Ze doen na wat jij voorleeft.’

  • www.mindfulkids.nl
  • MindfulKids HeartfulKids, door George Langenberg en Rob Brandsma, € 24,99

Vaders en emoties

In ‘Jongens - Hoe voed je ze op?’ benadrukt auteur Steve Biddulph dat jongens het meeste leren over hun gevoelens door naar hun vader en andere mannen te kijken. Het lastige is alleen dat vaders volgens hem de neiging hebben om hun negatieve emoties om te zetten in de emotie waar ze het meest vertrouwd mee zijn: boosheid. Biddulph: ‘Als mannen zich boos gedragen terwijl ze eigenlijk verdrietig, angstig of zelfs gelukkig zijn, kan dit voor kinderen behoorlijk verwarrend zijn.’ Zijn tip: meer woorden, minder daden (schreeuwen, met deuren smijten). Zeg waar het op staat. Dus niet boos worden als je zoon wegloopt in het winkelcentrum, maar zeggen: ‘Ik was echt vreselijk ongerust!’

Erkennen is niet hetzelfde als accepteren

Het is heel belangrijk dat je de heftige emoties van je kind benoemt. Daar leert het van. Maar dat wil niet zeggen dat je alles wat daaruit voortkomt moet accepteren. Als je kind boos is kun je dat erkennen: ‘Ik zie dat je boos bent omdat je geen zin hebt om mee te gaan naar de winkel, dat snap ik best’, om vervolgens te zeggen dat hij toch mee moet - ‘Je kunt nu eenmaal niet alleen thuisblijven.’ Daarmee is de boosheid misschien niet opgelost, maar je kind voelt zich wel gezien,’ aldus kindertherapeut Sanne Bierens. Meer info over de praktijk voor opvoedingsvragen van kinder-­therapeut Sanne Bierens: www.sannebierens.nl

Zo kan je kind ook gevoelens uiten

  • Tekenen, kleien
  • Een herinneringsdoos (verdriet)
  • Een talentenboom (als je kind zich onzeker voelt)
  • Een wensbord maken
  • Een stripverhaal tekenen
  • Een masker maken om geluk/ongeluk uit te beelden

Bron: www.kindercoachingfriesland.nl

Hoe werkt PRI?

PRI kun je onder begeleiding van een therapeut leren, of via de doe-het-zelf-methode in het boek PRI en de kunst van bewust leven van Ingeborg Bosch (€ 16,95).

De methode bestaat uit drie fasen en duurt ongeveer negen weken. Eerst leer je een manier om je eigen emoties beter te leren herkennen. Je krijgt inzicht in gedachten, handelingen en bijbehorende emoties die je leven soms ingewikkelder ­maken dan nodig is. Je leert ook onderscheid te maken ­tussen reacties die voortkomen uit je emotionele (als kind ­geprogrammeerde) brein en uit je rationele brein. In de tweede fase leer je wat de reactie van je oude afweersysteem allemaal in gang zet. Grote kans dat je ontdekt dat die reacties niet ­altijd even adequaat zijn. In de derde fase leer je hoe je je emotionele brein kunt herprogrammeren en meer kunt leven in het hier en nu. Dat doe je door specifieke, steeds terugkerende emoties te doorvoelen en vervolgens om te buigen.

Op de site van PRI staan ook een aantal tools (testjes, formulieren, filmpjes) die je kunnen helpen om de kennis uit het boek toe te passen.

Meer info

Door:

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie