5 stappen: zo laat je je kind positiever denken

5 stappen: zo laat je je kind positiever denken

Kijkt jouw kind vaak negatief tegen situaties aan en heeft hij van tevoren al het idee dat iets fout gaat aflopen? Met deze vijf stappen help jij je kind een stuk positiever denken!

1. Let op je kind hoe hij dingen zegt

Als er iets vervelend in zijn leven gebeurt, zoals een toets die hij niet heeft gehaald, ziet hij dat dan als hét voorbeeld voor het leven? Heeft hij het gevoel dat dit soort situaties hem altijd overkomen en persoonlijk op hem gericht zijn? Als je merkt dat hij een erg pessismistische houding heeft, kan je hem helpen om een meer optimistische blik te ontwikkelen. 

2. Erken pessimisme

Pessimistisch denken kan worden omschreven als de verwachting dat er slechte dingen gaan gebeuren. Pessimisten gaan van rampzalige dingen uit. Pessimistische kinderen zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik ga sowieso geen nieuwe vrienden maken op voetbal. Niemand gaat me toch leuk vinden.' 

Om pessimisme tegen te gaan moet je proberen de vier denkpatronen die tot pessimistisch denken leiden te erkennen:

  • Permanent: 'Dit gebeurt altijd en zal ook altijd zo blijven gebeuren'.
  • Alomtegenwoordig: "Nooit gaat iets echt goed."
  • Persoonlijk: "Dit gebeurt altijd bij mij."
  • Machteloosheid: "Er is niet echt een logische relatie tussen oorzaak en gevolg; dingen gaan gewoon fout, en ik ben het slachtoffer van wat er is gebeurd."

3. Leer je kind optimistisch te zijn

De truc is om je kind te leren dat hij er zélf voor kan kiezen hoe hij met tegenslagen om kan gaan. Leer hem om naar tegenslagen te kijken als tijdelijke en niet-persoonlijke situaties die binnen zijn macht liggen om op te lossen. Heeft hij bijvoorbeeld een toets niet gehaald? Dat hoeft heus niet de volgende keer ook het geval te zijn en is ook zeker niet altijd het geval geweest. Nu weet hij welke onderdelen hij beter kan leren en wat er van hem verwacht wordt! De oplossing ligt nog steeds binnen zijn handbereik.

4. Help je kind om optimistisch denken eigen te maken

En dat kan je doen door deze drie manieren van denken mee te geven:

  • Er zijn acties die ik kan ondernemen om de situatie te veranderen. (In tegenstelling tot “ik ben het slachtoffer”.)
  • Er zijn specifieke redenen waarom iets is gebeurd. (In tegenstelling tot “alles gaat altijd fout”.)
  • De oorzaak leidt altijd duidelijk tot een bepaald effect. Soms kan ik invloed op die factoren uitoefenen, wat betekent dat ik het resultaat beter kan maken. Maar soms kan ik ook geen invloed op die factoren uitoefenen, maar dat betekent niet dat het mijn schuld is. (In tegenstelling tot “slechte dingen gebeuren altijd bij mij”).

5. Geef het goede voorbeeld

Jouw kijk en perspectief op de wereld doet onbewust heel veel met jouw kind. Of jij bijvoorbeeld dingen zegt als: ‘Ik denk dat we snel een parkeerplekje zullen vinden!’ of ‘We zullen nooit een parkeerplaats vinden!’ maakt een groot verschil. Als je je kind wil leren om met een optimistische blik naar de wereld te kijken, moet je zelf het goede voorbeeld geven.

Bron: Ahaparenting


Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie