Driftig, voorzichtig of evenwichtig

Driftig, voorzichtig of evenwichtig

Wordt het karakter van je kind geleidelijk gevormd of is dat grotendeels aangeboren? Volgens psychologen is er sprake van drie basistemperamenten. Dus als je weet welk temperament jouw kind heeft, helpt dat bij de opvoeding.

Wie meer dan één kind heeft, zal het zich wel eens afvragen: ze komen toch echt allemaal uit dezelfde buik en zijn van dezelfde vader, hoe kunnen ze dan zó verschillen van elkaar? Is de oudste gelijkmatiger van karakter omdat hij in zijn eerste levensjaren al jullie aandacht had? Krijgt de jongste misschien te weinig structuur in de hectiek van jullie drukke gezin. Is hij daarom zo opvliegend en koppig? Of, als het andersom is, heeft jullie opvoedonzekerheid bij de eerste een rol gespeeld in het ontstaan van zijn ingewikkelde karakter? Zijn junior twee en drie stabieler van aard omdat je de smaak bij hen inmiddels te pakken had?

Zet alle twijfels maar opzij. Zowel de opvoeding als de plaats van het kind in het gezin hebben invloed, maar de basistrekken liggen al vast bij zijn geboorte, aldus de laatste wetenschappelijke inzichten binnen de ontwikkelingspsychologie.

Als vader van twee adoptiekinderen - nu 17 en 14 - was Marcel van Aken, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit van Utrecht, gefascineerd door het feit dat zijn kinderen op 1-jarige leeftijd al zulke uitgesproken persoonlijkheden waren en dat ze deze karaktertrekken behielden tijdens het opgroeien. De uitkomsten van zijn onderzoeken naar de persoonlijkheidskenmerken van kinderen en de wijze waarop deze in combinatie met opvoeding de ontwikkeling bepalen, verbaasden hem dan ook niet.

Toch blijft het ook voor wetenschappers een raadsel hoe het komt dat het ene kind zich ondanks tegenslagen overal dapper doorheen slaat, terwijl het andere, met een fijne opvoeding en alle voorspoed in z'n leven, zich niet staande weet te houden. 'Al die onderzoeken moet je dan ook zien als steekproeven,' benadrukt Van Aken. 'We kunnen slechts spreken van waarschijnlijkheden. De rol van het toeval blijft een grote rol spelen; kinderen met een moeilijk temperament of een nare jeugd kunnen heel goed terechtkomen in het leven, en kinderen met een makkelijk temperament en een perfecte jeugd kunnen evengoed aan lager wal raken.'

Een van zijn bevindingen is dat kinderen te verdelen zijn in drie verschillende temperamenten: de veerkrachtigen, de ondercontrollers en de overcontrollers. 'Het is een globale indeling, hoor. Er is overloop tussen de typen, geen enkel kind past helemaal onder één van de drie temperamenten. We gebruiken daarom een waarschijnlijkheidsscore, die aangeeft in hoeverre ze bij het type passen. Deze temperamentenindeling is overigens maar één van de vele manieren om persoonlijkheidstypen te onderscheiden.' (Zie kader Big Five op pag. 23.) Over het algemeen doet onderzoek vermoeden dat het temperament redelijk vastligt; eens een overcontroller, altijd een overcontroller. Hoewel de meeste kinderen al groeiende wel beter leren omgaan met situaties en emoties.

Kortom, het temperament van je kind houdt verband met zijn manier van denken. Overcontrollers denken van nature kritischer over zichzelf en ondercontrollers kunnen een negatief denkpatroon ontwikkelen omdat ze veel ellende over zich afroepen. Dat resulteert dan in dat heb ik ook altijd-gedachten. Of in: ik kan dat toch niet, ze vinden me toch niet aardig, ik heb het weer verprutst - gedachten die leiden tot negatieve self-fulfilling prophecys. Van Aken: 'Je kunt je kind helpen zijn emoties wat beter in de hand te houden. Leer hem bijvoorbeeld aan dat hij, als hij boos of bang is, even gaat zitten en nadenkt over wat er door hem heen gaat. Neem moeilijke situaties van tevoren samen door of doe suggesties voor de aanpak. Wanneer je kind echt last heeft van negatief denken, dan is een sociale vaardigheidstraining een goed idee. Van zulke trainingen moet je geen grote veranderingen verwachten, maar ze geven je kind wel handvatten. Het belangrijkste is dat je als ouder je energie steekt in een opvoeding die zo goed mogelijk aansluit bij wat je kind nodig heeft, in plaats van in het willen veranderen van je kind. Erken dat je kind is zoals het is.'

Ondercontrollers 31%

Zo'n 30 procent van alle kinderen zijn van het type 'eerst doen, dan denken'. Ofwel: een ondercontroller. Ze reageren snel en impulsief. Het aangaan en onderhouden van prettige vriendschappen en relaties met volwassenen gaat ze, mede door hun impulsieve gedrag, soms moeilijk af. Op concentratie, discipline en betrouwbaarheid scoren ze ook matig. Schoolwerk netjes afronden, huiswerk maken, het kost ze moeite. Dat ze zich daarover niet snel schuldig voelen, helpt daarbij niet. Ondercontrollers ontwikkelen zich over het algemeen minder goed dan andere types. Ze leveren minder goede schoolprestaties en vertonen meer agressief gedrag. In de periode tussen 17 en 23 jaar gaan jongens eerder uit huis en hebben een lager opleidingsniveau. Ondercontrollers hebben minder snel een bijbaantje of een vaste baan. Bovendien wisselen ze vaker van baan. Waarschijnlijk, zo vermoeden Van Aken en zijn collega's, omdat ze minder interesse in het werk hebben en het moeilijker vinden om de discipline op te brengen die nodig is om hun baan goed te vervullen en vol te houden.

'Ondercontrollers vormen voor ouders de grootste opvoeduitdaging,' zegt Van Aken. 'Zeker wanneer je als opvoeder niet lekker in je vel zit, als je eigen persoonlijkheid niet zo stabiel is of als de situatie onrustig is, zoals bij een scheiding. In dat soort gevallen loop je met een ondercontroller de grootste kans om in een neerwaartse negatieve spiraal terecht te komen. Je kind heeft een moeilijk temperament, jij reageert daar steeds strikter en bestraffender op, het kind reageert nog negatiever - ondercontrollers worden heel opstandig van straf - en zo verlies je als ouder langzaam maar zeker de controle.'

Opvoedtips 'Het belangrijkste is dat je een goede, warme band met je kind houdt. Een valkuil is dat er zóveel conflicten zijn dat je je kind op een gegeven moment niet leuk meer vindt. Vanuit een goede relatie kun je je ondercontroller het beste veel duidelijkheid geven. Zo'n kind heeft veel behoefte aan structuur en grenzen. Hij is echter allergisch voor het gevoel dat je hem pusht of controleert. Verder is het belangrijk dat je kind zich gezien en geaccepteerd voelt, dat je aangeeft: 'Jij bent nu eenmaal iemand die dit en dat nodig heeft', en dat je ook daadwerkelijk rekening houdt met zijn aard en behoeften. Geef hem bijvoorbeeld de ruimte om te rennen, om zich uit te leven. Richt de omgeving zo in dat hij kan functioneren. Maar dat laatste geldt natuurlijk voor alle drie de temperamenten.'

Overcontrollers 21%

Kinderen die overcontrollers genoemd worden (circa 20 procent van alle kinderen) scoren hoog op doelmatigheid, ordelijkheid, betrouwbaarheid en op vriendelijkheid; ze zijn bijvoorbeeld taakgericht op school en invoelend naar anderen. Maar ze scoren laag op emotionele stabiliteit, zijn snel uit het veld geslagen als iets tegenzit of niet lukt. Ze hebben vaak een laag gevoel van eigenwaarde en veel zelfkritiek. Hun onvrede over zichzelf uit zich bijvoorbeeld in verlegenheid of faalangst. Meisjes hebben nogal eens problemen met hun uiterlijk. Van Aken: 'Deze kinderen zijn gedragsmatig en emotioneel wat geremd. Ze zijn afwachtender, verlegen, uiten zich niet zo snel. Overcontrollers lopen daarom het risico dat ze bij problemen naar binnen gekeerd raken, somber worden. In tegenstelling tot ondercontrollers, die moeilijk gedrag juist naar buiten toe vertonen.'

Opvoedtips Een overcontroller heeft van zijn ouders wat meer sturing en eisen nodig. Van Aken: 'Het is belangrijk om niet te veel mee te gaan in het teruggetrokken gedrag, maar hem juist wat meer aan te zetten tot actie. Probeer hem te helpen zich een beetje over zijn verlegenheid heen te zetten. Daarbij moet je je kind niet willen veranderen, dat kan niet. Verlegenheid is zijn aard. Maar je kunt hem wel helpen met die verlegenheid om te gaan. Bijvoorbeeld door het goede voorbeeld te geven. Laat als ouder assertief gedrag zien door op mensen af te stappen, initiatief te tonen. Kinderen steken veel op van rolmodellen.'

Veerkrachtigen 49%

De helft van alle kinderen scoort op alle vijf Big Five factoren hoog. Ze zijn vaak extravert, vriendelijk, zorgvuldig, taakgericht, stressbestendig en staan open voor nieuwe ervaringen. Deze kinderen worden veerkrachtigen genoemd omdat ze flexibel reageren op uitdagingen. Ze vinden altijd de gulden middenweg. Ze kunnen impulsief en spontaan reageren als dat de meest gunstige reactie is, bijvoorbeeld in sociale contacten, maar als het nodig is kunnen ze ook afwachtend of rustig zijn, bijvoorbeeld op school. Veerkrachtigen ontwikkelen zich gunstig, met goede schoolprestaties, weinig verlegenheid en agressie en een positief zelfbeeld.

'We vermoeden dat de verschillen tussen de drie temperamenten vooral te maken hebben met de manier waarop ze omgaan met spanningen,' vertelt Van Aken. 'Veerkrachtigen kunnen dit het best. Een goed voorbeeld is het snoepjesexperiment. We zetten dan een kind aan een tafeltje en leggen een snoepje voor hem neer. Vervolgens zegt de onderzoeksmedewerker: "Ik moet nu even weg. Als je wacht met het eten van dit snoepje tot ik terug ben, krijg je er straks eentje bij. Als je het meteen opeet, krijg je geen extra snoepje." En dan loopt de medewerker weg. Uit de manier waarop een kind reageert, kunnen wij opmaken welk temperament het heeft. Een ondercontroller wacht niet, die werkt het snoep naar binnen zodra de deur dichtvalt. Een overcontroller doet wat er gevraagd is, hij wil het snoep niet eten, maar heeft het vreselijk moeilijk met de instructies. Die spanning uit zich in huilen of heel nerveus gedrag. De veerkrachtige daarentegen gebruikt strategieën om het uitstellen van het snoepen voor zichzelf makkelijker te maken. Die gaat bijvoorbeeld met zijn rug naar het snoepje zitten of liedjes zingen. Zo overbrugt hij de wachttijd zonder al te veel spanningen.'

De Big Five

Een veelgebruikt ander systeem om persoonlijkheidstypen te onderscheiden, is de Big Five-indeling. Het Big Five model onderscheidt mensen op basis van vijf factoren, die in verschillende combinaties voorkomen.

Deze factoren zijn:

  1. Extravert / introvert
  2. Vriendelijk / onvriendelijk
  3. Zorgvuldigheid / slordig
  4. Emotioneel Stabiel / labiel
  5. Autonoom / volgzaam

Kinderen die onder het veerkrachtige temperamenttype vallen, scoren bijvoorbeeld heel hoog op al deze vijf facoren.

Ondercontrollers scoren laag op vriendelijkheid en zorgvuldigheid. Overcontrollers scoren daar juist hoog op, maar vertonen een lage score op emotionele stabiliteit.

Door:

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie