Broer en zus - Geliefde rivalen

Broer en zus - Geliefde rivalen

De invloed van broers en zussen is veel groter dan die van ouders. Van hen leer je de belangrijkste lessen voor later: ruziemaken, omgaan met jaloezie en voor jezelf opkomen.

'De prinses wilde dolgraag een broertje of zusje.' Aldus begon ik een verhaal aan mijn dochter. Veel van mijn zelfverzonnen verhalen gaan over dingen die we meemaken. Zo ook dit verhaal. Mijn zoontje was net geboren. Mijn dochter was 5. Haar reactie sprak boekdelen. 'Ja,' zei ze, 'dat willen kinderen altijd die geen broertje of zusje hebben.'

In haar onschuld sprak ze de onverbloemde waarheid. Zo leuk was het nou ook weer niet om een broertje te krijgen. Ze had zich er zo op verheugd, maar in de praktijk viel het vies tegen. Iedereen was vol van dat kleine mormel dat niet veel meer deed dan eten, slapen, poepen en huilen.

Het is een bekend fenomeen. Oudste kinderen kunnen bij de geboorte van een broertje of zusje bevangen raken door een vlaag van jaloezie. Soms beleven kinderen dan zelfs een terugval. Ze zijn al zindelijk, maar gaan opeens weer in hun bed plassen. Of ze houden hun mond, terwijl ze al aardig kunnen praten. Kinderen hebben doorgaans niet om een broertje of zusje gevraagd. Toen mijn zus in verwachting was van haar vierde kind, verzuchtte de oudste uit de grond van zijn hart: 'Nee, niet nog een baby.' Als je kinderen op hun woord zou geloven, zouden ze allemaal het liefst enig kind zijn.

Toch zijn broers en zussen volgens Frits Boer, emiritus hoogleraar Kinderpsychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam, bepalend voor elkaars ontwikkeling. Ouders denken graag dat zíj de doorslaggevende factor zijn in de ontwikkeling van hun kinderen. Dat is dan ook een verleidelijke misvatting. Enkele jaren geleden liet de Amerikaanse psychologe Judith Harris zien dat juist de omgang met leeftijdsgenoten enorm bepalend is. Ze leren elkaar wat ze wel en wat ze niet kunnen maken. Het is een alledaagse training in normen en waarden. In de ogen van ouders kunnen dat de verkeerde waarden en normen zijn. De zorg dat hun kinderen met de verkeerde vrienden omgaan, is dus alleszins terecht. Maar broers en zussen zijn ook min of meer leeftijdsgenoten. Bovendien zijn het leeftijdsgenoten die niet even, maar een leven lang van invloed zijn op de ontwikkeling van kinderen. Misschien minder zichtbaar, maar veel bepalender dan andere leeftijdsgenoten.

Elkaar Imiteren

Als de omgang met broers en zussen zoveel invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen, hoe moet je daar dan als ouder mee omgaan? Wat moet je doen als ze elkaar negeren, treiteren of slaan? Of als ze juist zo op elkaar gericht zijn dat ze een eigen wereld bouwen en alle anderen uitsluiten?

Om daar antwoord op te kunnen geven moeten we eerst weten hoe broers en zussen elkaar beïnvloeden. Het meest elementaire mechanisme is imitatie. Jonge kinderen doen hun oudere broers of zussen na in hun muzieksmaak, gevoel voor humor en hobby's. Dat mijn zoon op zijn 8e besloot om vegetariër te worden, komt omdat mijn dochter al langer vegetariër was en het niet kon laten om af en toe uit te wijden over de ellende die dieren doormaken in de bio-industrie. Vooral bij grote gezinnen, waarin de aandacht van de ouders verdeeld moet worden, spelen oudere broers en zussen een grote rol. Maurice Crul, van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies, heeft bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de succesfactoren van Marokkaanse kinderen in het voortgezet onderwijs. De belangrijkste factor bleek de hulp te zijn van een oudere broer of - vooral - zus.

Imitatie is maar een klein deel van de invloed die broers en zussen hebben op elkaars leven. Voor de meeste ouders springen niet de overeenkomsten tussen de kinderen in het oog, maar de verschillen. Mijn zoon is soms jaloers op zijn zus. Zij doet alles zo goed, dat hij soms het gevoel heeft dat hij het altijd tegen haar aflegt. Voor hem was dat een reden om niet net als zijn zus piano te gaan spelen, maar juist gitaarles te nemen. Zo heeft hij iets voor zichzelf.

Van oudsher richtte het onderzoek naar de invloed van broers en zussen op de ontwikkeling van kinderen zich ook op deze verschillen. Onderzocht werd bijvoorbeeld of de plaats in het gezin van invloed is op het karakter van het kind. Oudste kinderen zouden zich meer richten op de ouders, zich verantwoordelijker opstellen en conformistischer zijn. De jongste kinderen zouden hiervan het spiegelbeeld zijn. Niet gericht op de ouders, minder verantwoordelijk en onconventioneel. Middelste kinderen zouden het meest sociaal vaardig zijn en vaak in beroepen terechtkomen waarin de verhouding tot gelijken belangrijker is dan de verhouding tot bazen of ondergeschikten.

In dit licht deed Frank Sulloway onderzoek naar de reactie van gerenommeerde wetenschappers op revolutionaire doorbraken, zoals de ontdekking van Copernicus dat de aarde om de zon draait. Onder de wetenschappers die afwijzend stonden tegenover deze nieuwlichterij, waren oudste kinderen oververtegenwoordigd. Wetenschappers die de nieuwe inzichten omarmden, waren juist vaker de jongste in hun gezin! Andere wetenschappers hebben zelfs de theorie ontwikkeld dat de meest stabiele relaties die zijn waarbij mensen een partner kiezen die een spiegelbeeldige plek in het gezin innam. Oudste kinderen moeten trouwen met jongste kinderen en middelste kinderen met middelste kinderen.

Dynamische relatie

De plek in het gezin is zonder meer van invloed. Toch noemt Frits Boer dit type onderzoek ouderwets. Psychologe Judith Harris heeft ook forse kritiek geleverd op het onderzoek van Sulloway. Tegenwoordig wordt niet gekeken naar de stabiele plaats in het gezin, maar naar de dynamische relatie tussen broers en zussen. Over die verhouding schreef Boer Een gegeven relatie. De titel verwijst naar het meest kenmerkende aspect van de verhouding tussen broers en zussen. Vriendjes kun je kiezen, met buurkinderen kan je wel of niet spelen, maar broers en zussen heb je, je hele leven lang. Boer typeert de broer/zus of broer/broer of zus/zus relatie met vier kenmerken. Het eerste kenmerk is onbevangenheid. Juist omdat broers en zussen weten dat ze elkaars broers en zussen blijven, kunnen ze zich veel meer veroorloven ten aanzien van elkaar dan ten aanzien van vrienden en vriendinnen. Vriendjes kun je kwijtraken als je je misdraagt. Broers en zussen niet. Broers en zussen kunnen elkaar dan ook ongenadig de waarheid zeggen. 'Jij loopt altijd weg als je een spelletje verliest.' (Mijn dochter tegen mijn zoon.) 'Jij moet de Tweede Kamer ingaan, want alles wat jij zegt klinkt redelijk, maar je zegt het alleen maar omdat het jou beter uitkomt.' (Mijn zoon tegen mijn dochter). 'Jij gaat alleen maar huilen omdat je je zin wilt krijgen" (Mijn dochter tegen mijn zoon). 'Is dit weer een verhaal waarin jij de beste van de hele wereld bent?' (Mijn zoon tegen mijn dochter).

Ambivalente houding

Een tweede kenmerk is ambivalentie. Tussen broers en zussen bestaat ook rivaliteit. Kinderen strijden onderling om de aandacht en erkenning van de ouders. Kinderen hebben dan ook de neiging om zich met elkaar te vergelijken. Dat gaat gemakkelijk gepaard met jaloezie. Kinderen kunnen woedend worden als ze zich ongelijk behandeld voelen. 'Jullie nemen hem altijd in bescherming.' 'Jullie zijn nooit zo streng tegen haar.' Tegelijkertijd willen ze zelf maar al te graag een voorkeursbehandeling hebben. Elk kind droomt ervan om eigenlijk het lievelingetje te zijn van de ouders. Mijn vriendin heeft ooit tegen mijn dochter gezegd dat zij haar liefste oudste was en dat ze van haar één procentje meer hield dan van mijn zoon. Het waren achteloos uitgesproken woorden die mijn dochter nooit meer is vergeten.

De rivaliteit tussen kinderen kan ver gaan. Er zijn broers en zussen die elkaar niks gunnen. Soms denkt de een alleen maar aan zichzelf en is de ander steeds degene die zich wegcijfert. Er zijn broers en zussen die elkaar danig in de weg zitten. De een wil dan per se met de ander spelen, de ander wil met rust gelaten worden. De een zit te treiteren, de ander slaat erop. Zo ken ik twee broertjes uit de buurt die af en toe elkaars bloed kunnen drinken. De een houdt van bouwen. De ander van kapotmaken.

Verscheidenheid en lotsverbondenheid

Het derde kenmerk van de relatie is verscheidenheid. Broers en zussen kunnen op het ene moment vreselijke ruzie hebben en op het volgende moment allerliefst een spelletje spelen. De omgang tussen broers en zussen is volgens Boer als een toverbal. Hij kan zo van kleur verschieten. Voor ouders is deze verscheidenheid soms moeilijk. Zij kunnen veel minder goed vergeten wat er is gebeurd dan de kinderen zelf. In hun hoofd is de echo van een fikse ruzie nog lang te horen, terwijl het voor de broers en zussen al een gepasseerd station is.

Het laatste kenmerk van de broer/zus relatie is lotsverbondenheid. Juist omdat broers en zussen elkaar meemaken in verschillende stadia van het leven, kan een diepe band groeien. Op de peuterleeftijd is er soms jaloezie tussen kinderen, op de basisschoolleeftijd is de rivaliteit het grootst, dan is een beetje bekvechten heel gewoon. Op de middelbare school is je broer of zus het ideale ijkpunt om ieders eigenheid aan af te meten. In hun volwassen leven kunnen broers en zussen een beroep op elkaar doen in geval van nood. En het is niet uitzonderlijk dat ze op het einde van hun leven juist meer naar elkaar toegroeien.

Dat broers en zussen vaak een diepe band krijgen, betekent niet dat die onproblematisch is. Integendeel, ze kunnen als geen ander onder elkaars huid kruipen. Als broers en zussen bij elkaar zitten, duiken oude patronen vaak onherroepelijk op.

Rol van de ouder

Maar als broers en zussen zo belangrijk zijn, hoe moet je daar dan als ouder mee omgaan? Ouders hebben doorgaans als ideaal dat broers en zussen een harmonieuze relatie ontwikkelen. Ze manen hun kinderen om aardig tegen elkaar te doen en geen ruzie te maken. De oudste moet de verstandigste zijn. De jongste moet niet zo zeuren. Ze moeten elkaar helpen. Ze moeten aardig doen tegen elkaars vrienden en vriendinnetjes. Het zijn dingen waarmee ook ik mijn kinderen lastig val. Maar als je serieus neemt wat Boer zegt, doe je ze daarmee eigenlijk tekort. De kracht van de broer-zus, broer-broer of zus-zus relatie is immers dat het een veilige proeftuin is om te leren met conflicten om te gaan. Juist in de ruzies, in de onderlinge jaloezie, in het bekvechten en in het weer goedmaken en doen alsof er niks is gebeurd, laten broers en zussen hun invloed gelden. De manier waarop je kissebist met je broers en zussen, is niet voor niks vaak de manier waarop je later in je leven ruziemaakt met geliefden. Kinderen zijn daarom niet gediend bij al te veel bescherming. Het is helemaal niet erg als ze een beetje ruziemaken. Ze altijd uit elkaar halen, zoals ook ik geneigd ben te doen, is misschien helemaal niet het beste. Sowieso blijkt dat ruzies buiten het oog van de ouders doorgaans minder heftig zijn en sneller uitrazen. Dat komt omdat veel ruzies impliciet gaan om de aandacht van de ouders.

Proeftuin van het leven

In de relatie met broers en zussen leren kinderen om dingen in anderen te bewonderen. Ze leren om zich met anderen te vergelijken en zo hun eigenheid te ontwikkelen. Daarbij hoort het dat je soms jaloers bent op de ander. Dat het soms knettert en knalt. Daarbij hoort het dat ze soms intensief met elkaar omgaan en dan weer afstand van elkaar nemen. Ouders doen hun kinderen een lol door niet steeds ertussen te gaan staan. Geef ze wat ruimte in hun proeftuin van het leven. Vertel ze eerlijk dat een beetje jaloezie heel gewoon is, want broers en zussen zijn ook een beetje elkaars rivalen, maar het zijn doorgaans wel geliefde rivalen.

En daarom had de prinses gelijk dat ze graag een broertje of zusje wilde. Niet om altijd blij mee te zijn, maar wel om veel van te leren. Mijn dochter is tien jaar later ook dolblij met haar broertje en hij met haar.

Door: | 10-1-2011

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie