Ouders niet op één lijn

Ouders niet op één lijn

Geeft-ie ze toch weer snoep. En moet dat nou, dat geschreeuw van hem? Onenigheid over de opvoeding kan een ­flinke wig tussen ouders drijven. Toch zitten hun visies vaak minder ver uit elkaar dan ze denken, zegt psychologe Laura Fobler. ­En: ‘Verschil in aanpak is niet zo schadelijk voor je kind. Ruzies wél.’

Er was een tijd dat psychologe Laura ­Fobler zelf vreselijk worstelde met de opvoedstijl van haar man, die ontzettend verschilde van die van haar. Zij ging meer coachend om met haar dochter; hij vond dat ze vaker nee moest zeggen, omdat sommige dingen ‘gewoon niet konden’. Ze geeft een voorbeeld: ‘Wij hadden de afspraak dat we onze dochter (nu 11) om en om naar bed brachten. Geen probleem. Tot ze ineens een fase kreeg dat ze niet naar bed wilde. Ze treuzelde, stelde het uit. Mijn man had daar geen geduld mee. Die riep dan: “Het is bedtijd en je gaat gewoon.” Waar zij dan weer tegenin ging natuurlijk. Kortom, er was continu strijd tussen die twee. Terwijl ik iets had van: waarom stressen over een paar extra minuutjes als die de harmonie kunnen bewaren? Ik vond hem autoritair en onbuigzaam en kon het niet laten er opmerkingen over te maken, waar we dan natuurlijk ruzie over kregen. Ik zag wel dat mijn dochter steeds meer naar mij trok en dat dat mijn man frustreerde, omdat hij zich daardoor buitengesloten voelde. Maar toch voelde ik vooral irritatie over zijn gedrag, in plaats van mededogen.

Op een avond ging het helemaal mis. Ze waren boven en ik hoorde hoe hij over de rooie ging en zij compleet overstuur raakte. Maar ik bemoeide me er niet mee. Toen hij naar beneden kwam, zag ik ineens zijn moedeloosheid en frustratie. Ik dacht: eigenlijk doe ik hem tekort. En in plaats van tekeer te gaan over wat hij allemaal fout deed, zei ik alleen: “Lastig hè, als ze zo doet?” Ik zag de stress wegebben bij hem. En toen pas - nadat ik zijn gevoel erkende - konden we samen nadenken over een aanpak. Ik besefte dat ik, die zo graag wilde luisteren naar mijn kind, was “vergeten” te luisteren naar mijn man.’

Een tijdje later las Fobler over de methodes van humanistisch psycholoog Thomas Gordon, die verwoordden wat zij intuïtief had ontdekt. Gordon ontwikkelde namelijk een communicatie-aanpak waarbij je actief naar de ander luistert zonder voor hem in te vullen wat hij voelt, en waarbij je praat in ‘ik-boodschappen’. Je beschuldigt hem niet van iets wat hij niet doet, maar vertelt wat jouw behoefte is. Want als iemand zich gehoord en begrepen voelt, staat hij open voor een gesprek. Zolang dat niet zo is, zal hij zich (eerder) verzetten. Inmiddels helpt Fobler al jaren ouders om met elkaar en met hun kinderen te praten op een manier die blootlegt wat hun persoonlijke ­gevoelens en behoeften zijn. Wat ze bij veel ­ouders ziet, is een vicieuze cirkel van elkaar niet begrijpen, ruziemaken, zich onbegrepen voelen en nog meer ruziemaken.

Dus eigenlijk moeten we ons niet druk maken over de ‘verkeerde’ aanpak van onze partner, maar meer over zijn belevingswereld? Want ­ruzies tussen ouders zijn schadelijker voor een kind dan het feit dat ze elk hun eigen aanpak hebben? ‘Klopt,’ zegt Fobler. ‘Als je kind van jou iets mag maar van je partner niet, kun je dat ­gewoon uitleggen. Kinderen snappen dat. Van mij mag mijn dochter bijvoorbeeld gerust troep maken in huis, zolang ze het maar opruimt. Mijn man kan daar echter niet zo goed tegen. Een bank is om op te zitten, vindt hij, niet om op te springen. En tenten en hutten in huis bouwen, daar kan hij al helemaal niet tegen. Vroeger maakte ik me daar druk om. Tegenwoordig zeg ik: “Ik vind het goed, dat weet je, maar papa heeft er moeite mee als je dat doet.” Zo stimuleer ik haar om zelf een oplossing te zoeken. En dat doet ze ook altijd heel goed. Dan vraagt ze haar vader met haar allerliefste stem: “Mag ik een hut bouwen? Ik zal hem over tien minuten opruimen!” Hij ontdooit van haar verzoek. Iedereen blij. Als ik me ermee had bemoeid, had hij zijn hakken in het zand gezet.’

Dat klinkt allemaal heel logisch. Maar hoe pak je het aan bij minder onschuldige meningsverschillen? Neem de situatie die een J/M-lezeres ons voorlegde. In de ochtendspits valt haar man schijnbaar uit het niets uit tegen de jongste dochter, die volgens hem niet naar hem luistert. Als ze na drie verzoeken om haar schoenen aan te trekken weer vrolijk afdwaalt en op de bank springt om K-3 na te doen, pakt hij haar ruw bij de arm en trekt haar van de bank. Ze moet vreselijk huilen. Haar moeder wordt woest en roept: ‘Hoe kun je dat nou doen, je laat haar schrikken en doet haar pijn?’ Haar man reageert kwaad: ‘Ze moet gewoon eens luisteren.’ Iedereen overstuur.

Hoe had onze lezeres beter kunnen reageren? Fobler: ‘Ik leer ouders om hun partner te spiegelen. Dat is een kwestie van oefenen. Zeker in het begin is het niet makkelijk om je partner ­terug te geven wat je denkt dat er in hem omgaat. Boosheid is bijvoorbeeld een containerbegrip voor veel gevoelens als verdriet, frustratie en ongemak. Maar jouw poging tot begrip is al fijner dan vertellen wat hij allemaal fout doet. Deze lezeres kan bijvoorbeeld tegen haar man zeggen: “Wat is het toch frustrerend als ze niet luisteren, hè? Dat maakt je kwaad.” Zo laat ze zien dat ze zich in hem ­verplaatst en hem serieus neemt. Bovendien maakt ze hem verantwoordelijk voor zijn echte behoeften, waardoor hij op den duur eerder in staat is die aan te voelen en zijn grenzen niet zo snel meer zal overschrijden. Want dat is wat er waarschijnlijk met deze vader gebeurde. Zijn emmertje was vol, maar dat had hij niet op tijd door waardoor hij onverwacht ontplofte. Daarnaast had deze moeder in plaats van haar man te berispen - wat de kinderen een loyaliteits­conflict bezorgt, want papa was misschien niet aardig, maar het is ook naar om te horen hoe je ouders elkaar afbreken - haar dochter rustig kunnen uitleggen dat papa gehaast was en daarom boos werd, zoals we allemaal wel eens ons geduld kunnen verliezen. Als de vader daarna zijn kind zijn excuses aanbiedt, is het helemaal goed.’

Kortom: door te spiegelen help je ­elkaar om gevoelens en verlangens te herkennen en verwoorden. Je wordt daarmee steeds duidelijker in je communicatie, ook naar je kind. Fobler: ‘Ik ontdekte dat als ik mijn wensen ruim op tijd kenbaar maakte bij mijn dochter, ze perfect meewerkte en ik nauwelijks boos hoefde te worden. Dan zei ik bijvoorbeeld: “Ik heb straks een belangrijke vergadering waar ik echt op tijd moet zijn. Kun jij me helpen?” Dat deed ze dan zonder morren. Zolang je maar duidelijk bent en erkent dat ook zij behoeften hebben, willen kinderen namelijk alles voor je doen.’

Dat neemt niet weg dat de spiegelmethode niet eenvoudig is. Het hoeft ook niet meteen zijn vruchten af te werpen, waarschuwt Fobler. ­Misschien zegt je partner in het begin na zo’n spiegelactie van jou bijvoorbeeld: ‘Ik ben ­helemaal niet kwaad.’ Maar wellicht vertelt hij dan wat hij wél voelt. En dan heb je toch een opening en luister je naar elkaar in plaats van ­elkaar te veroordelen.

‘We zijn meestal niet gewend de emoties achter gedrag te ontcijferen,’ zegt Fobler. ‘Zeker mannen vinden dat vaak moeilijk. Het spiegelen van de gevoelens van de ander, maar ook het ontdekken van wat jij nodig hebt, is daarom aanvankelijk een kwestie van veel doen. Het is een manier van contact maken waar je aan moet wennen. Het mooie is dat we door het goede voorbeeld te geven, onze kinderen deze manier van communiceren als moedertaal mee kunnen geven. Zo kweken we empathie voor en mededogen met onze medemens. En dat heeft deze wereld hard nodig.’

Als de basis maar goed is

  • Besef dat ruzie vaak draait om je ‘niet begrepen’ of ‘niet serieus genomen’ voelen.
  • Bedenk dat jullie meestal dezelfde behoeften hebben: je wilt allebei het beste voor je kind. Daar kom je vanzelf achter als je zonder te oordelen naar elkaar luistert.
  • Spiegel: geef weer wat het gevoel van je partner is volgens jou. ‘Je bent boos, hè?’ Zo maak je hem zelf verantwoordelijk voor zijn echte behoeften.
  • Je kunt niet altijd vermoeden wat de ander voelt. Dat hoeft ook niet. Belangrijker is het om te probéren te begrijpen. Je poging zal gewaardeerd worden.
  • Wees authentiek: het werkt niet als je een mening van je partner verwoordt als die van jezelf, terwijl je er anders over denkt. Vertel je kind wat jouw mening is en wat je partner vindt. Je kind zal dat meer waarderen dan verwarrende oneerlijkheid en vaak is hij heel goed in staat een oplossing te vinden.
  • Soms moet je je erbij neerleggen dat je je partner niet kunt uitleggen wat je bedoelt. Mensen veranderen pas als ze hier zelf aan toe zijn. Leg je kind uit wat jij ziet dat er gebeurt - papa moppert omdat hij haast heeft en bang is dat hij te laat komt, het heeft niet met jou te maken. Dat zal hij begrijpen.
  • Kinderen accepteren doorgaans heel goed dat ouders er verschillende regels op nahouden. Zolang de basisafspraken (over slapen, eten, tv en computer) maar min of meer overeenkomen.
  • Het hebben van verschillende benaderingen heeft ook voordelen. Zo leert je kind al jong dat mensen nu eenmaal verschillen in aanpak.
Door: | 18-3-2013

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie