Spelenderwijs met geld omgaan

Spelenderwijs met geld omgaan

Onze kinderen behoren tot de eerste generatie die het minder goed zal krijgen dan haar ouders. Het is dus harder dan ooit nodig om ze te leren goed met geld om te gaan. Ruim een derde van de ouders wil daar wel graag hulp bij. Voor hen - en voor iedereen die wel een opfrisser kan gebruiken - een thuiscursus Financieel opvoeden in acht stappen.

Zo’n vijf jaar geleden had nog niemand ooit van ‘financiële opvoeding’ gehoord. Zelfs wij van J/M - dagelijks bezig met pedagogische zaken - moesten met het schaamrood op de kaken bekennen dat dit onderdeel van de opvoeding even aan onze aandacht was ontsnapt. Net als in veel andere gezinnen. Nou, dat hebben we geweten. Ouders bakten er niks van, volgens het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) en kregen daarom een dikke onvoldoende.

Door ze geen zak- of kleedgeld te geven, ze niet te laten internetbankieren, alle kosten van het mobieltje zelf te betalen en geen duidelijke afspraken te maken over geld, gaven wij ons kroost niet de kans om spelenderwijs met geld te leren omgaan. Erger nog was de constatering dat ‘op’ in veel gezinnen niet meer ‘op’ was. Zodra zoon- of dochterlief klaagde over een lege portemonnee, sprongen de meeste ouders gul bij. Dat deze monetaire laissez-faire zijn sporen naliet, bleek toen onderzoekers van Wijzer in Geldzaken vaststelden dat sommige kinderen (10 procent van alle basisschoolleerlingen) al op 8-jarige leeftijd voortekenen vertoonden van later financieel wangedrag.

Op de middelbare school is het aantal potentiële geldverkwisters opgelopen tot zo’n 20 procent. Logisch dus dat organisaties als Nibud en Wijzer in Geldzaken de rode vlag hesen en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) de lespakketten Bank voor de klas voor basisscholen en Ik en Geld voor middelbare scholieren ontwikkelde. Ook hier geldt immers: jong geleerd is oud gedaan. Eenmaal op eigen benen kunnen de jeugdige Big Spenders zomaar gaan behoren tot de groeiende groep jongeren die hun geldzaakjes niet op orde hebben en honderden euro’s rood staan.

Eén crisis en flink wat voorlichting later hecht driekwart van de ouders meer belang aan die financiële opvoeding dan vroeger. Sparen, werken voor je geld en op=op; vooral dat willen ze op hun kinderen overbrengen. En dat werpt zijn vruchten af. In de meest recente peilingen onder kinderen (van 6 tot 12 jaar) en middelbare scholieren (van 12 tot 18 jaar) werd blij verrast geconstateerd dat ouders én kinderen geldbewuster zijn geworden.

Middelbare scholieren krijgen nu iets vaker kleedgeld (van 35 procent in 2011 naar 40 procent in 2013), en omgekeerd dokken ouders minder vaak voor hun kleding en schoeisel (van 61 procent naar 48 procent). Ook het mobieltje staat minder vaak op rekening van pa en ma (van 35 naar 17 procent). Pubers zelf zijn zuiniger geworden: gemiddeld geven zij per maand 21 euro minder uit dan twee jaar geleden en ze verdienen meer (van 117 euro in 2011 naar 157 euro in 2013).

Voor kleinere kinderen zijn geen vergelijkingen met eerdere onderzoeken mogelijk, maar ook daar zit het wel snor. Zelfs 5-jarigen krijgen tegenwoordig zakgeld (45 procent), terwijl dat pas vanaf het zesde jaar wordt geadviseerd. Bijna de helft van de 12-minners is de trotse bezitter van een eigen rekening. En vooral belangrijk: ze sparen bijna allemaal (92 procent), net als die spreekwoordelijk verkwistende pubers (89 procent).

Oké, missie voltooid, applaus voor onszelf, niks meer aan doen? Mooi niet. Ten eerste zijn er toch nog wel wat verbeterpuntjes te halen uit de recente onderzoeken. Zo vindt nog steeds een op de vijf ouders het lastig om zijn kind iets te weigeren en denken relatief veel jonge kinderen dat geld gewoon uit de muur komt. En van de middelbare scholieren komt nog altijd bijna de helft (vaak) geld tekort. Vier van de tien pubers zeggen zelf dat ze niet (altijd) goed met geld kunnen omgaan. Ze vinden het vooral lastig om overzicht over hun geldzaken te houden en te voorkomen dat ze te veel geld uitgeven; zaken die essentieel zijn voor (toekomstig) efficiënt geldbeheer. Zeker nu is een deugdelijke financiële opvoeding van groot belang. En voor sommige ouders zelfs noodzakelijk.

Hoewel de economie voorzichtig weer wat lijkt aan te trekken, zal de wereld nooit meer worden zoals hij was. De vaste baan gaat op termijn onherroepelijk tot het verleden behoren, voorspelt
hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen van de Universiteit van Tilburg. Werkgevers nemen mensen bijna alleen nog maar op tijdelijke basis aan. Daardoor is praktisch niemand meer verzekerd van een vast salaris tot aan het pensioen en krijgen gezinnen te maken met inkomensschommelingen.

Alleen al daarom moeten ouders, maar ook hun kinderen die straks op zo’n onzekere arbeidsmarkt aan het werk gaan, bewuster met geld (leren) omgaan. Ouders zijn namelijk ook op dit terrein de belangrijkste leermeesters voor hun kinderen. Jongeren zelf zeggen dat ze het meest van ons opsteken (64 procent). Ze praten dan ook vaker met hun ouders (82 procent) dan met hun vrienden (61 procent) over geldzaken. Zeer verheugd zijn alle budgetexperts over die ontwikkeling. Want keer op keer blijkt uit nationaal en internationaal onderzoek dat nageslacht van ouders die hun rol op dit gebied goed oppakken, later minder vaak in de rode cijfers belanden dan kinderen van ‘laat-maar-waaien’-stellen.

Ruim een derde van de ouders wil wel graag hulp bij de financiële opvoeding. Voor hen - en voor al die anderen die wel een opfrisser kunnen gebruiken - presenteert J/M hier een thuiscursus Financieel Opvoeden in 8 stappen.

Stap 1: Laat ze ervaring opdoen

Zak- en kleedgeld is leergeld. Thuis kunnen ze nog fouten maken; als ouders die aangrijpen leren ze daar alleen maar van. Ze komen vanzelf in de praktijk de grenzen tegen. Nog altijd bijna een derde van de ouders geeft hun basisschoolkind geen zakgeld. ‘Mijn kind is nog niet met geld bezig en als hij iets nodig heeft, betaal ik,’ antwoorden de meeste ouders op de vraag waarom niet. Wat zij zich niet realiseren, is dat je daarmee je kind de kans ontneemt om ervaring op te doen.

Datzelfde geldt voor de 60 procent middelbare scholieren die het zonder kleedgeld moeten stellen. ‘Ze hebben daar nooit over nagedacht’, ‘Ik wil het zelf niet’ en ‘Ze vinden mij daar nog te jong voor’ zijn volgens de scholieren de belangrijkste redenen.

Sommige ouders nemen ook de kosten van de mobiele telefoon op zich, ook als het kroost opgroeit: 36 procent van de ouders van 13- tot 14-jarigen en nog altijd 17 procent van die van 17 en 18 jaar financiert het mobieltje volledig. Een gemiste kans. Jongeren moeten leren dat bellen geld kost en dat ze ook die uitgaven in de gaten moeten houden, willen ze niet financieel in de knel komen. Dat is een mooie manier om te leren omgaan met vaste lasten. Zo’n een op de vijf ouders is er niet voor dat zijn 12- tot 14-jarige via internet aankopen doet en eenzelfde aantal laat zijn 10- tot 12-jarige niet pinnen met een eigen pas. Begrijpelijk misschien, maar niet verstandig: als ze 18 jaar zijn, koopt liefst 90 procent dingen online en op den duur zullen ze ook allemaal gaan betalen met hun eigen pasjes. Ook daarin dienen ze door hun ouders begeleid te worden.

Stap 2: Begin jong

Hoe jonger het kind, hoe groter de invloed van ouders, blijkt uit onderzoek van Wijzer in Geldzaken. Je hebt maar zo kort de tijd om ze te leren met zoiets belangrijks als geld om te gaan. Dan is het doodzonde als je te laat begint. Start daarom voorzichtig met zakgeld als je kind 6 is en met kleedgeld zodra hij 12 wordt. Overigens zul je de vruchten van je financiële opvoeding niet direct plukken. Jonge kinderen gaan nog niet zo met geld om. Pas op langere termijn zie je de effecten op het gedrag.

Stap 3: Laat ze zelf beslissen

Zelf mogen bepalen waaraan je je geld besteedt, blijkt een van de belangrijkste lessen voor een geldbewuste toekomst. Doordat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun uitgaven, leren ze keuzes maken, budgetteren en planmatig met geld om te gaan.

Stap 4: Geef het goede voorbeeld

Goed voorbeeld doet goed volgen, ook op geldgebied. Kinderen van wie de ouders vroeger zelf geleerd hebben om te sparen, zijn spaarzamer dan kinderen van ouders die dat niet van huis uit hebben meegekregen (93 tegen 87 procent).

Behalve dat sparen navolging krijgt bij de volgende generatie, doet efficiënt geldbeheer ook wonderen; kinderen van ouders die zicht hebben op wat er in- en uitgaat hebben minder moeite met rondkomen en gaan zorgvuldiger met hun geld om (minder schulden, minder gericht op uitgeven, zetten geld opzij). Toch zet nog altijd 45 procent van de scholieren zijn geldzaken nooit op een rijtje; dat kost ze te veel tijd. Omgekeerd geven ouders die niet kunnen wachten om hun financiële wensen in vervulling te laten gaan en desnoods lenen of op afbetaling kopen, een verkeerd signaal af.

Ook slordig met geld omgaan is af te raden, zoals: zakgeld vergeten te geven, steeds op een ander tijdstip geven, geld laten rondslingeren of zelf ‘even’ geld uit hun spaarpot lenen.

Stap 5: Wees niet te vrijgevig

Meer dan een derde van de 12- tot 18-jarigen krijgt van zijn ouders (soms) iets extra’s toegestopt of mag van ze lenen als ze geld tekort komen. Niet slim, want als íets duidelijk is geworden uit onderzoek, dan is het wel dat vrijgevigheid meer schaadt dan baat. Steeds maar weer bijspringen om tekorten aan te vullen heeft een negatieve invloed op kinderen, niet alleen op hun financiële inzicht, maar ook op hun gedrag.

Dénken dat je ouders wel zullen helpen is daarvoor al voldoende. Wees hard voor jezelf als je jezelf erop betrapt dat je het zo zielig voor hem vindt als-ie krap zit of als je een bijna onbedwingbare aandrang voelt om hem te beschermen tegen de nare gevolgen van rood staan. Vergelijk het met fietsen: je kunt hem toch ook niet tot in lengte der dagen achterop nemen, hoe veilig dat ook is? Natuurlijk moet je dan ook geen spullen voor hem gaan kopen omdat kindlief daar zelf even geen geld voor heeft; dat heeft hetzelfde effect.

Stap 6: Laat zien hoe reclame werkt

Hoe ouder kinderen worden, hoe groter de invloed van reclame (en leeftijdsgenoten) op hun handelen, al zeggen jongeren in onderzoek van Wijzer in Geldzaken zelf dat dat wel meevalt. Middelbare scholieren uit de derde en vierde klas voelen die invloed nog het meest, maar zelfs in die groep gaat het nog maar om 27 procent. Objectieve gegevens uit het onderzoek wijzen echter uit dat reclame wel degelijk effect heeft. Reden voor ouders om hun kind al op jonge leeftijd weerbaar te maken tegen marketeers die hun wijsmaken dat ze die pop en die auto toch echt nodig hebben.

Stap 7: Wees open over je eigen financiën

Een van de grootste taboes onder ouders en kinderen is de hoogte van het ouderlijke loonstrookje of de spaarrekening. Econome Erica Verdegaal gooide in J/M ooit de knuppel in het hoenderhok door te pleiten voor meer openheid op dit gebied. Exacte bedragen hoeven we van haar niet te geven, maar kinderen mogen best weten dat het allemaal wat minder wordt omdat papa zijn werk kwijtraakt. ‘Maak geld tot een gewoon gezinsonderwerp,’ adviseert Verdegaal. ‘Doe er niet geheimzinnig over. Praat er eens over hoe duur een dagje uit is. Leg uit waarom ze beter niet al hun zakgeld in één keer aan een game kunnen uitgeven.’

Stap 8: School jezelf bij

De meeste kinderen hebben - volgens hun ouders - een aardig besef van de waarde van geld. Ze kunnen op jonge leeftijd muntjes van laag naar hoog leggen en zien heus wel of iets duur of goedkoop is. Maar vraag een mbo-leerling eens wat een kapster per maand verdient en ze noemen rustig een bedrag van vier- tot vijfduizend euro. Geld is voor veel pubers vaak een behoorlijk abstract begrip.

Op kennisterrein valt er voor ouders dus nog heel wat te doen. Helaas willen de meeste tieners er helemaal niets over weten: ‘Boring!’ Dat maakt het al lastig voor ouders om het onderwerp aan te kaarten maar vervelender is nog dat zij dat vaak ook helemaal niet kúnnen. Ook volwassenen vinden geldzaken namelijk niet altijd makkelijk te overzien, blijkt uit diverse onderzoeken. Zo weet bijna een derde niet of ze na tien jaar meer, minder of evenveel te besteden hebben als zowel de prijzen als hun inkomen verdubbelen. Jammer, want iemand met een goed financieel inzicht bouwt in zijn leven zo’n 80.000 euro meer vermogen op dan degene die dat niet heeft. En we willen voor
onze kinderen toch het beste?

Bronnen

  • Financieel inzicht van 8- tot 18 jarigen in Nederland, Wijzer in geldzaken, 2008
  • Overeenkomst in financieel gedrag van kind en ouders, Wijzer in geldzaken, 2008
  • Financiële opvoeding 2005 en 2007, Nibud
  • Nibud-Kinderonderzoek, Augustus 2013
  • Nibud-Scholierenonderzoek 2012-2013
  • www.nibud.nl
  • www.wijzeringeldzaken.nl
Door: | 5-5-2014

Meer artikelen uit ons netwerk


Gerelateerde artikelen

Tips van de redactie